Ronde van Frankrijk
longread
retro

Het snelheidslied van de avondeditie. De keten achter het befaamde Tourkrantje

door Dries De Zaeytijd op 12 juli 2021
Tussen 1947 en 1982 pakt de krant Het Volk tijdens de Ronde van Frankrijk elke dag uit met een extra editie. Op zich niet zo uitzonderlijk, afgezien van het feit dat dit Tourkrantje al twee uur na afloop van elke etappe te koop is in heel Vlaanderen én in (Zuid-)Nederland. Een heus huzarenstukje, dat zich bovendien ook nog eens afspeelt in het predigitale tijdperk. Om het radarwerk achter dit uniek stukje Belgisch wielererfgoed bloot te leggen, lanceerden wij in 2019 een oproep in de digitale nieuwsbrief van KOERS. Een wedersamenstelling aan de hand van eersterangsgetuigen.

Nog voor het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog neemt de katholieke krant Het Volk een herstart. De directie van het Gentse dagblad wil zich nog meer profileren als een ruim informatieblad voor het hele gezin. Sport neemt binnen die koerswijziging een grote rol in. Waar Sportwereld (sinds 1938 onderdeel van Het Nieuwsblad) onder redactie van Karel Van Wijnendaele al kan terugvallen op een decennialange ervaring in de wielerverslaggeving, staat Het Volk op dat moment nog nergens. Jerôme Stevens is de enige Het Volk-journalist die zich bezig houdt met sport. En daar moet verandering in komen. Niet alleen door de opstart van een eigen wielerwedstrijd – de Omloop Het Volk – maar ook door de lancering van een extra krant tijdens de Ronde van Frankrijk, toen al hét wielerevent van het jaar.

Promotiestrategie

De allereerste Omloop Het Volk, verreden op 16 maart 1945 geeft het startschot van een opmerkelijke promotiestrategie, waarbij de verspreiding van de krant gekoppeld wordt aan diverse wielerevenementen. Sterke man achter de Omloop is Jerôme Stevens. Hij slaagt er in om de allereerste naoorlogse ‘klassieker’ te organiseren, een primeur die de krant goeie punten oplevert bij het wielerminnende lezerspubliek. Stevens krijgt al snel versterking op de sportredactie want “een volksblad zonder ampele sportinformatie is ondenkbaar”, schrijft Frans Hugaerts in zijn overzichtswerk Het Volk negentig jaar (1891-1981).

De Vlamingen, die harde werkers zijn, houden van die zware sport als van hun vrouw, hun kinderen en hun geboortestreek.
Nico de Jager adjunct-generaal van Het Volk

In 1947 lanceert Het Volk ook een bijkomende dagelijkse editie tijdens de Ronde van Frankrijk, die dat jaar voor het eerst opnieuw wordt verreden. Nico de Jager, adjunct-generaal van de krant, liet hierover ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van dit blad optekenen: “Ik was er van overtuigd dat die extra editie een succes ging worden omdat ik zeer goed weet dat het Vlaamse volk de wielersport in het algemeen en de Ronde van Frankrijk in het bijzonder in het hart draagt. De Vlamingen, die harde werkers zijn, houden van die zware sport als van hun vrouw, hun kinderen en hun geboortestreek.” De ervaren Bart Lotigiers (grootvader van zanger Helmut Lotti) wordt de eerste coördinator van het blad, dat aangekondigd wordt als ‘Het Volk Sport Speciale Editie voor de Ronde van Frankrijk’, kortweg het Tourkrantje.

Op Franse wegen

Jerôme Stevens behoort samen met Willy Hofmans, André Blancke en Jan Cornand tot de eerste generatie Het Volk-journalisten die de Tour ter plekke verslaat. Zij zorgen voor de broodnodige inhoud vanuit de buik van het peloton. Een motorrijder met fotograaf zorgt voor exclusieve dagelijkse beelden, terwijl een medewerker vanuit een speciaal uitgeruste wagen teksten en foto’s vanuit Frankrijk doorstuurt naar de redactie in Oost-Vlaanderen.

Hubert Rousseaux, telexist voor Het Volk in de Tour tussen 1963 en 1966: “Na elke aankomst kwamen de journalisten van onze krant naar me toe. Ze begonnen in sneltempo alles uit te schrijven wat ze onderweg hadden genoteerd. Intussen was een fotograaf bezig met de gemaakte beelden te ontwikkelen in de donkere kamer die voorzien was in mijn telexwagen. Ik stond net als de andere kranten met mijn bestelwagen altijd opgesteld in de buurt van een kantoor van de Franse PTT. Daar kon ik dan teksten en beelden via de zogeheten Ligne Grande Distance per telex naar de Forelstraat doorsturen, dat was in die tijd de beste en snelste manier van werken. Dankzij het routeboek van de Tour wisten we in elke aankomststad waar we terecht konden voor dit werk. Na afloop konden we trouwens elke avond genieten van het zangtalent van de in Brussel geboren Annie Cordy, die mee rond trok met het Tourcircus. Het gebeurde vaak dat als ze mijn wagen van Het Volk zag staan, ‘petit belge’ naar me riep.”

Zenuwcentrum

Tijd, daar draait het om in deze dagelijkse spoedoperatie. In afwachting van de resultaten uit de Tour worden op de redactie in Gent al zo veel mogelijk artikels opgesteld. Jan Cornand, die na Lotigiers en Michel Casteels het Tourkrantje coördineert, introduceert de dagelijkse rubriek ‘Mosterd & Pickles uit de Tour’. De column injecteert net als de tekeningen van Marc Sleen en de Pips-cartoons van Buth met de bijhorende zoek-de-muis-opdracht het blad met een portie humor en luchtigheid.

Zodra de laatste renner in Frankrijk over de eindmeet is gegaan, begint in de Forelstraat te Gent ‘het echte werk’ of aldus een verslag in één van de Tourkrantjes zelf: “Een jachtig uur waarin iedere minuut zijn seconden in geld waard is. De telefoons rinkelden, het sein werd gegeven, de allerlaatste schikkingen werden getroffen en ja daar begon het vertrouwde gezoen van onze rotatiepersen. De machinisten, vet in de inkt, bespeelden de snelheidstoets als een dactylograaf bij een snelheidsprijskamp. Krachtig, machtig zong de rotative het snelheidslied van onze avondeditie!” Op de binnenkoer van de Forelstraat is het intussen een drukte van jewelste: “En daarna is het aan de jongens van de expeditie. Vingervlug worden de pakjes gemaakt, in de zakken gestopt en in de wachtende auto’s gegooid. ‘We moeten jaarlijks onze zakken vernieuwen. En nochtans zijn ze uit voortreffelijke jute gemaakt. Maar wat wilt ge, het moet allemaal zo vlug gaan…”. Van de vele wachtende bestelwagens en moto’s die klaar staan om naar alle windstreken uit te rukken, staan er ook enkele vertrekkensklaar richting… het vliegveld van Sint-Denijs-Westrem.

Aanvoer uit de lucht

Om de Tourkrantjes in alle uithoeken van Vlaanderen te krijgen, worden ook sportvliegtuigjes ingezet. Anno 1953 is al sprake van een kleine luchtmacht: “We hebben zes piloten met hun passagier die in een minimum van tijd van het ene landsgedeelte naar het andere vlogen en voor duizenden ogen, in het gans Vlaamse land hun zware pakken op voetbalvelden, weiden en heidegronden hebben neergedropt.”

De piloten blijven verschillende decennia een cruciale rol spelen in de distributie van de extra editie, zeker als ook het zuiden van Nederland – beneden de Moerdijk – een deel van de afzetmarkt wordt. In de tweede helft van de jaren zestig concentreren de vluchten zich op het (noord-)oosten van het land en net over de Nederlandse grens: “Elke dag wordt een kompas ingezet op de volgende bestemmingen: Grimbergen en Beek (Nederlands-Limburg) door juffrouw Cousin, Zwartberg en Balen-Neet met de heer Duchatêlet aan de stuurknuppel, Antwerpen en Schaffen door de heren Ooms en Wolters.

Piloot Guy Vanderlinden vliegt elke dag naar Seppe (Noord-Brabant in Nederland).” De intussen 77-jaruge Vanderlinden kan zich die periode zich nog moeiteloos voor de geest halen: “Na mijn militaire vliegopleiding werd ik vlieginstructeur op het vliegveld van Gent Sint-Denijs-Westrem. Ik had een beroepslicentie als piloot en werd in die hoedanigheid gevraagd om tijdens de Tour te vliegen. Mijn bestemming was inderdaad het Nederlandse Seppe, waar een klein vliegveld was. Ik vloog toen met een Cessna, kenteken 172 00-SIP, die eigendom was van de Gentse Universitaire Vliegclub.”

Regionale distributeurs

Vanuit de vliegvelden vertrekken opnieuw bestelwagens die onderweg op een aantal op voorhand bepaalde punten hun pakketjes met Tourkrantjes afleveren. Regio’s die niet vanuit de lucht worden bevoorraad, krijgen hun dagelijkse lading aangeleverd door bestelwagens. Roeselarenaar Erik Dupont maakte van in de jaren zestig deel uit van de Tourkrantjes-distributieschakel: “Ik begon in 1955 als regionaal correspondent voor Het Volk. Een aantal jaar later kreeg ik de vraag van een streekpropagandist van de krant of ik geen zin had om mee te helpen met de verdelen van die extra edities. Dat deed ik, niet zozeer omdat ik zo’n grote wielerfan was, maar wel uit liefde voor Het Volk. Niet veel later reed ik tijdens de Tour elke avond meer dan 80 kilometer om alle krantjes te verdelen aan de vele lokale verkopertjes…

Ik luisterde op mijn werk elke dag tijdens de Ronde van Frankrijk naar de radio. Van zodra de renners in de Tour waren aangekomen, moest ik in actie schieten. In mijn beginjaren dropte een laag vliegend vliegtuig een lading krantjes in Oekene, in een periode waar van de N36 in Roeselare nog geen sprake was. Eenmaal die rijksweg was aangelegd, ging dat niet meer. Van dan af moest ik naar Koolskamp. Eén uur na de aankomst van elke etappe stopte daar een auto van Het Volk, die vanuit Gent de weg naar Deinze en Tielt volgde en onder meer stopte in Lichtervelde en Koolskamp. We kregen dan telkens een aantal grote zakken met krantjes, wellicht met duizend exemplaren per zak. Samen met mijn vrouw laadde ik dan alles in onze auto, een kleine NSU die dan telkens met zijn onderkant bijna de grond raakte. Overal waar je keek zag je Tourkrantjes in onze auto…”.

Lokale schakels

Eenmaal vertrokken, worden de vele krantjes verder verdeeld. Dupont: “We hadden een lijst met verkopers, met daarop telkens de hoeveelheid krantjes die zij vroegen. Al rijdende begon mijn vrouw pakketjes samen te stellen voor die verkopers, zo wonnen we tijd. We hadden een vaste route die begon in Koolskamp en via het centrum van Roeselare eindigde in Gits. Zo waren we dus elke dag een paar uurtjes weg. Maar toen was er gelukkig veel minder verkeer dan nu.” Onderweg wordt – net als in de rest van Vlaanderen – verschillende keren halt houden op plaatsen waar de verkopers wachten op hun krantjes. Al is ‘halt houden’ niet altijd de correcte omschrijving.

Tourkrantjesverkoper Dirk Defoort: “Gewapend met ons fluitje, pet en musette stonden wij elke dag te wachten op den auto van Het Volk. Die kwam dan telkens in volle vaart af en kegelde ter hoogte van café Het Torentje in Desselgem al rijdende enkele grote, goed vastgebonden pakken met krantjes naar ons. Wij maakten die pakken dan vliegensvlug los en verdeelden die onderling, zodat we snel op ons koersfietske konden springen om te gaan verkopen.”

De broers Debaes als verkopers van het Tourkrantje in Roeselare begin jaren zeventig. De filmopname werd gemaakt door hun vader. (collectie familie Debaes)

In 1970 wordt melding gemaakt van maar liefst 3.500 jonge verkopertjes. Zij vormen de ultieme (en goedkope) schakel tussen krant en koper, die Zalando-gewijs – maar dan zonder internet en pc – de bestelde producten tot aan zijn huis geleverd ziet. Dat de directie van Het Volk kiest voor de jeugd om die belangrijke taak op zich te nemen, is geen toeval. Het inzetten van kinderen speelt in op het sympathieke, een element waar de krant zich graag mee verbindt. En het zorgt er indirect ook voor dat de ouders én vaak ook andere gezinsleden van de verkopertjes ook betrokken partij worden.

'Het Vooolk!'

De Roeselaarse broers Paul, Johan, Bart en Peter Debaes zijn een schoolvoorbeeld van die verwevenheid. Paul: “We hadden thuis een abonnement op Het Volk. Ons vader, die postbode was, las in de krant een oproep om verkoper te worden en dacht meteen aan ons. Op die manier konden we trouwens ook wat geld verdienen. Begin jaren zeventig begonnen wij dan effectief te verkopen, met drie broers tegelijk en later ook onze jongste broer. Ikzelf was toen twaalf jaar. In het begin fietste ons moeder ook wel eens mee, omdat we hier en daar een druk punt moesten overbruggen.”

Verkopen doen de jeugdige ‘werknemers’ uiteraard per fiets. Maar ‘het werk’ begint eigenlijk al een paar weken voor het begin van de Tour. Als volleerde venters gaan de jonge verkopertjes op pad om vaste abonnees te ronselen. Johan Debaes: “Op die manier waren we al zeker van een vaste dagelijkse verkoop. Los van die adressen gingen we dan ook gaan verkopen in cafés. In die tijd waren er ook veel meer cafés dan nu. Al schuifelend en gewapend met onze oranje pet en tas gingen we op pad, op die manier verkochten we eigenlijk nog het meest!”

Cafés bleken een uitstekend verkoop- én afhaalpunt te zijn. Meulebekenaar Larry Delaere: “Ons vast afhaalpunt was café ’t Peerdeken. Een uitbater van een nabijgelegen krantenwinkel haalde de Tourkrantjes op in een wei in Tielt, waar ze door een vliegtuig werden gedropt en bracht ze naar een aantal verkooppunten, waaronder dus dit café. En daar stonden wij vaak niet alleen te wachten, maar samen met ons ook heel wat mensen die meteen een exemplaar kochten.”

Oost-Vlaming Eddy De Groote concentreert zich dan weer tot een ander strategische plek: “Amper vijf kilometer van mijn ophaalpunt aan feestzaal De Kat in Ophasselt, lag een overweg. Aangezien de slagbomen dikwijls naar beneden gingen en het verkeer dus vaak moest stilstaan, probeerde ik daar al mijn krantjes te verkopen. Soms ging mijn broer ook mee, zodat we elk een kant van de spoorweg konden doen.”

Commercie

Iedere verkoper is zelf verantwoordelijk voor het noteren van de verkoopcijfers. Henk Denolf, die samen met zijn zus Els Tourkrantjes verkocht tussen 1980 en 1982: “Wij verkochten in die drie jaar gemiddeld 70 krantjes per dag. Eén keer in de week kwam een vertegenwoordiger van de krant afrekenen en de niet verkochte exemplaren ophalen. Die overschotten werden altijd teruggenomen.” Uit de bewaarde ‘boekhouding’ – secuur bijgehouden door papa Denolf – blijkt dat Henk en Els in 1980 in totaal 1.544 exemplaren verkochten (dat jaar ontvangen ze tijdens de Tour in totaal 2.200 exemplaren), in 1981 1.695 (op een totaal van 2.300) en in 1982 1.601 stuks van de 2.500 aangeleverde krantjes. En dit telkens met slechts een deel van de gemeente Zedelgem als verkoopgebied. Het toont aan dat het extra editie écht populair was.

’Het Vooolk! Met den uitslag van de Ronde van Frankrijk!’: iedere Vlaming kende die slogan uit het hoofd.
Benny Cornand

Maar aan alle mooie liedjes komt een eind. Zonder veel ruchtbaarheid wordt het Tourkrantje na 1982 niet meer uitgegeven. De redenen voor de stopzetting zijn volgens Benny Cornand, zoon van ex-Tourkrantjescoördinator Jan én aan de slag in de drukkerij van Het Volk, legio: “Naast het feit dat de Tour in de jaren tachtig, in tegenstelling tot de eerste decennia, dagelijks rechtstreeks te volgen was op tv en radio, doken ook steeds meer problemen qua veiligheid op. Er kwam commentaar op het droppen van krantjes door laagvliegende vliegtuigen en de politie had haar bedenkingen bij het verkopen vanop de fiets. Ook de verkoop aan kruispunten en invalswegen werd almaar minder getolereerd, ook al omdat het verkeer steeds meer toenam. En binnen de directie van Het Volk was een nieuw commercieel directeur aangesteld, die het Tourkrantje moest doorlichten. Daaruit bleek dat het krantje niet meer het gewenste resultaat opleverde en dat het als verlieslatend werd beschouwd. Heel jammer allemaal. Want eigenlijk was het Tourkrantje de mooiste en tegelijk meest doodgewone reclame die je je kon inbeelden. ‘Het Vooolk! Met den uitslag van de Ronde van Frankrijk!’: iedere Vlaming kende die slogan uit het hoofd.”

Deze website gebruikt cookies om uw surfervaring te verbeteren. Meer info.

Koers

Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.