De formule voor het Belgisch kampioenschap wielrennen op de weg (°1896) is al decennialang duidelijk. Wie op de dag van het BK als eerste over de finish komt, mag zich een jaar lang nationaal kampioen noemen.
Dat was in de prehistorie van het BK niet altijd zo eenduidig. Zo werd in 1912 voor het eerst een BK op punten georganiseerd, een soort regelmatigheidscriterium waar renners punten verdienden in een aantal vooraf geselecteerde wedstrijden.
Na de Eerste Wereldoorlog werd de puntenformule in 1923 herhaald, iets wat wielerminnend Brasschaat graag zag gebeuren...
De wielerpassie startte in Brasschaat – zoals op zo veel plaatsen in Vlaanderen – met een kermiskoers. De eerste editie van de Grote Prijs van Brasschaat vond plaats in 1921. Onder impuls van enkele wielerminnende figuren groeide die wedstrijd al snel uit tot veel meer dan een lokaal verankerde wedstrijd.
In 1923 fungeerde die Grote Prijs ook als slotkoers voor het op punten gebaseerde Belgisch kampioenschap. Een slimme zet, want op die manier werd de nationale trui dat jaar uitgereikt in Brasschaat. En dat zou uiteraard gepaard gaan met de nodige aandacht.
Sterke mannen achter de organisatie waren gemeentesecretaris Louis De Winter en ondernemer-bondsfiguur Alfred Martougin die in Brasschaat zijn thuisbasis had. Martougin was niet alleen chocoladefabrikant, maar ook een belangrijk figuur binnen de Belgische Wielrijdersbond (BWB).
In de loop van 1922 promoveerde hij zelfs tot algemeen voorzitter. Een functie die hij tot 1929 vervulde en die hij ook inzette ten voordele van de wielersport in zijn thuisbasis. Zo werd ook in 1924 en 1925 de BK-titel uitgereikt op basis van punten en viel het finale verdict na de laatste manche in Brasschaat.
“Maar zelfs toen de puntenformule na drie edities werd afgevoerd, bleef Martougin aan zet met de toewijzing van het BK. De chocolatier bleef daarin gretig gesteund door journalist Karel Van Wijnendaele. Die was fervent voorstander van Brasschaat als tricolore strijddag”, aldus auteur Herman Laitem in zijn naslagwerk ‘De tricolore trui’.
Bij Van Wijnendaele, hoofdredacteur van de invloedrijke sportkrant ‘Sportwereld’, viel inderdaad geen spatje kritiek te noteren op het nochtans weinig selectieve parcours in Brasschaat. Het wielerpubliek liet het niet aan het hart komen en trok jaarlijks en grande masse naar het Antwerpse om het BK – dat voortaan als eendagskoers werd georganiseerd – vanop de eerste rij te beleven. Tussen 1926 en 1930 trok het BK vijf opeenvolgende jaren naar Brasschaat.
Die publieke belangstelling bleef tot en met het BK in 1930 een jaarlijkse certitude. Na die editie zwichtte men uiteindelijk voor de aanzwellende kritiek uit het wielermilieu en verhuisde het BK naar een andere provincie.
Toch slaagde het lokale bestuur erin om het BK opnieuw in 1933 én 1936 in Brasschaat te laten plaatsvinden. Niet dat de wielerfans tussendoor geen koers meer voor de wielen geschoven kregen. De Grote Prijs van Brasschaat, intussen omgedoopt tot de Acht van Brasschaat (verwijzend naar de kenmerkende vorm van omloop), fungeerde als één van de uithangborden van het wielerleven in Brasschaat.
Vooral na de Tweede Wereldoorlog vond de Acht van Brasschaat zichzelf uit. De koers stond sindsdien kort na het WK op de kalender ingepland en profileerde zich als ‘dé herkansing op het WK’, met steevast een resem internationale toppers aan de start. Zo schreef in 1951 zelfs de Italiaanse campionissimo Fausto Coppi zijn naam op de erelijst bij.
De weelde bleef duren tot in de jaren zestig: “De gemeentesecretaris, mijnheer Louis De Winter, was ook de eigenaar van het Sportpaleis in Antwerpen. Omdat de toppers van toen in de winter goed betaald kregen om in het Sportpaleis te koersen, kwamen ze in ruil ’s zomers voor een prikje de Acht van Brasschaat rijden. Dat was telkens een dag waarop Antwerpen plat lag, zelfs in de haven werd niet gewerkt”, aldus Wim De Meyer van de Royal Antwerp Bicycle Club in wielertijdschrift Bahamontes.
Na het overlijden van sterke man Louis De Winter was de Acht over haar hoogtepunt heen. “Er zouden nog vele kampioenen winnen in Brasschaat. Maar de eerlijkheid gebiedt daarbij te zeggen dat de belangstelling almaar meer afnam. Misschien ook wel omdat er in 1968 en begin de jaren zeventig enkele edities niet konden doorgaan”, laat journalist Karel Lemmens optekenen in de brochure ‘Opgelet! Renners in aantocht.’
De klassieke Acht van Brasschaat kende haar laatste editie in 1986. Tussen 2006 en 2014 wordt een dernycriterium georganiseerd. Vanaf 2018 werd deze koers opgevolgd door de Sportoase N8 van Brasschaat, een wedstrijd die bestond uit een tijdrit, een puntenkoers en een criterium. De N8 staat in 2025 en 2026 evenwel niet op de agenda omdat het N8-comité ervoor koos om de organisatie van het BK voor profs te ondersteunen.
Het BK in 2026 vormt het sluitstuk van een reeks vijf opeenvolgende BK’s die in 2022 begon. Na de nieuwelingen (2022) volgen de juniores (2023), de beloften en de elite zonder contract (2024) en de profs (tijdrijden) en de G-wielrenners in 2025. Daarmee is Brasschaat er opnieuw in geslaagd een huzarenstukje te realiseren.
Lemmens, Karel ‘Opgelet! Renners in aantocht. Geschiedenis van de wielersport in Brasschaat’ (Brasschaat, 2026)
Laitem, Herman ‘De tricolore trui. 125 jaar Belgische kampioenschappen (Tielt, 2008)
Geïllustreerde Sportwereld jaargangen 1926-1936
Heyerick, Jonas, RABC de ouste wielerclub van het land!, Bahamontes, De Deeluitgeverij (18 december 2018). Geraadpleegd op 17 juni 2026.
Exact 140 jaar terug werd het allereerste Belgisch kampioenschap wielrennen op de weg georganiseerd. Die eerste editie werd betwist met een hoge...






