2min leestijd   door Brecht Dutilleux op 25 juni 2021
Zegelinten of sjerpen. De dragers ervan zijn burgemeesters, militairen, royals, vrijmetselaars, geestelijken én missen. Vroeger kregen ook wielrenners ze om de schouders. De allereerste wereldkampioen, de Zweed Gunnar Skjöld, krijgt in 1921 in Kopenhagen geen regenboogtrui maar wel een paarse sjerp. Een jaar later dient de Belgische Wielerbond bij de UCI een voorstel in om de wereldkampioen ook tijdens wedstrijden herkenbaar te maken. Koersen met een lint rond de hals is niet bepaald handig, en dus wordt het voorstel om een regenboogtrui in te voeren unaniem goedgekeurd.

Vandaag is het zegelint in de wielrennerij definitief van de baan. Maar sporen ervan zijn talrijk in de wielergeschiedenis. De legendarische Jef ‘Poeske’ Scherens (1909-1986) reed de zegelinten bijeen. Scherens behaalt zijn linten voor overwinningen op pistes in België, Frankrijk, Nederland, Duitsland, Zwitserland, Denemarken en Algerije. In september 1947 werden in Leuven tachtig (!) linten van ‘Poeske’ geëxposeerd.

Ook op de weg is het lint populair. In 1936 voert Tourdirecteur Henri Desgrange de ‘ruban jaune’ in, een onderscheiding voor de renner die het hoogste gemiddelde neerzet in wedstrijden boven de 200 kilometer. De Belg Gustaaf Danneels (41,455 km/u) krijgt na Parijs-Tours van dat jaar het allereerste ‘gele lint’ (huidig recordhouder is Philippe Gilbert met een gemiddelde van 50,628 km/u, tijdens de Ronde van Spanje).

11 Tourwinnaars met lint

Na de Tweede Wereldoorlog start Desgrange een nieuwe traditie. Hij laat de Tourwinnaars een ererondje rijden met een Tour de France-lint om de lenden. Bijkomend worden alle oud-Tourwinnaars in 1963 in Parijs – ter gelegenheid van de vijftigste Toureditie – gehuldigd met een gepersonaliseerd lint. Lucien Buysse, Tourwinnaar in 1926, is één van hen. Buysse verkeert er in het gezelschap van landgenoten Philippe Thys (1913, 1914, 1920), Firmin Lambot (1919, 1922), naast de Fransen Roger Lapébie (1937), Jean Robic (1947), Louison Bobet (1953, 1954, 1955) en Roger Walkowiak (1956), de Luxemburger Nicolas Frantz (1927, 1928), de Italiaan Gino Bartali (1938, 1948) en de Zwitsers Ferdi Kübler (1950) en Hugo Koblet (1951). Goed voor achttien Tourzeges. Ook ‘lucky loser’ Eugène Christophe (de Fransman brak zowel in 1913 als in 1919 zijn vork op het moment dat hij de eindzege binnen handbereik had) mag mee op het podium. Op zijn lint geen jaartal, maar wel het opschrift ‘1e maillot jaune’. De gele leiderstrui werd pas in 1919 ingevoerd.

Het Lint van Buysse

In 1976, vijftig jaar na zijn Tourzege, haalt Buysse zijn erelint nog eens boven. Aanleiding is een officiële huldiging in zijn geboortedorp Wontergem. Via wielerkenner en -verzamelaar Noël Grégoire vindt het erelint zijn weg naar KOERS.

Dit artikel verscheen in Etappe #01 (2012).

Het nummer bevat een waaier aan bijdragen over de Tour en haar Belgische Tourwinnaars. De borstelmaker presteerde het om als allereerste Belg de Ronde van Frankrijk te winnen. In dit nummer maakt Defraeye een gesmaakte rentree.

Zin in meer historische wielerverhalen? Haast je naar onze shop!

KOERSshop

Lucien Buysse

Lucien Buysse (eigenlijk: Buyze) (Wontergem, 11 september 1892 – Deinze, 3 januari 1980) was een Belgisch beroepswielrenner van 1913 tot 1933.
serviceKoers

Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.