3min leestijd   door Renaat Schotte op 25 juni 2021
Die eerste ontmoeting. Ik weet niet meer wanneer precies. Het was zonder twijfel op een koers in de buurt. Zo’n Koolskamp Koerse ergens eind jaren ‘80, misschien was het zelfs begin jaren ‘90. Het maakt eigenlijk niet uit. Mijn pa verzorgde de fotofinish in de West-Vlaamse wedstrijden van die tijd. Hij stelde me zeker voor aan hem, Briek Schotte. Zijn eerste woorden tegen mij kunnen alleen maar “hoewist?” geweest zijn. Zo was hij, een eenvoudig en vriendelijk man.

In die tijd verzorgde mijn vader de fotofinish van de West-Vlaamse koersen. Pa stelde me zeker voor aan hem. Zijn eerste woorden tegen mij kunnen alleen maar “Oewist?” geweest zijn. Hij was een eenvoudig en vriendelijk man. Stilaan kregen de jaren van verstand me in hun greep. Ik begon te begrijpen dat hij een uitzonderlijk renner was geweest. Met een erelijst waarmee je nu moeiteloos multimiljonair wordt. Op hoge leeftijd fietste hij naar races in de omgeving. Zowat elke kermiskoers binnen z’n fietsbereik kreeg hem als toeschouwer, als feitelijke anonieme eregast. Hij bleef meestal op de achtergrond. Ontelbare keren kreeg ik de vraag: 'Ben je familie van hem?' Ontelbare keren antwoordde ik: 'Van het zevende knoopsgat.' Er was die aangetrouwde suikernonkel die beweerde dat we heel verre familie waren. Bleek dat na stamboomonderzoek in 2017 niet eens ver van de waarheid. Onze gemeenschappelijke voorvader is Pieter, negen generaties geleden geboren in 1712. Al maakt het eigenlijk niet uit.

In het midden van de jaren ‘90 kwam ik een eerste keer bij hem aan huis, op z’n flat bij het conservatorium van Kortrijk. Een reportage voor SuperSport, de betaalzender waar ik begon met ernstige wielerverslaggeving. De cameraman vereeuwigde hem. Een schaduwbeeld van z’n typische profiel op de muur. Ja, een karakterneus hebben we gemeen. Al maakt het eigenlijk niet uit.

Hij wist dat we dezelfde familienaam droegen. Voor hem normaal, voor mij als jonge wielerverslaggever een eretitel. Altijd weer, bij elke ontmoeting: “Oewist?” En dan over de koers van de dag babbelen. De passie bleef altijd. Begin 2000 kreeg ik een unieke opdracht. Maak een dubbelportret van hem en Rik Van Steenbergen. Toen ik hem opbelde met de vraag om mee te doen klonk het simpel: “Goed, en hoewist?” Terwijl Rik I als eerste vraag formuleerde: ‘Hoeveel betaal je me hiervoor?’ Hoe dan ook, de reportage ademde wielernostalgie. Er zijn weinig stukken waarvan ik nog weet hoe ze in elkaar gedraaid werden. Van deze weet ik vrijwel elk detail. Al maakt het eigenlijk niet uit.

Kwam die aprilzondag in 2004. De dag van de Ronde van Vlaanderen. Het einde van een mooi wielerleven, symbolischer kan gewoon niet. Ik haat naar begrafenissen gaan, maar hier kon ik niet onderuit. De kerk in Kortrijk was veel te klein. Er zaten ook minstens 100 klassieke zeges rond de kist. Dik een jaar later kreeg ik goed nieuws: wenkend vaderschap van een zoon. Dan moet je een naam kiezen. Collega’s begonnen goedbedoeld een drukkingsgroep om de jongen naar hém te noemen. Die familienaam is er nu eenmaal. Maar ik kon het niet maken. De erfenis zou te groot geweest zijn. En dus werd Briek de tweede voornaam van onze Sander. Er is maar één Briek Schotte. En dat maakt eigenlijk wel uit.

Briek Schotte

Albéric (Briek) Schotte, bijnaam IJzeren Briek (Kanegem, 7 september 1919 - Kortrijk, 4 april 2004) was een Belgisch wielrenner en ploegleider. In 1941 werd hij lid van wielerclub KSV DEERLIJK, dat grootheden telde zoals Marcel Kint, André Noyelle, Dirk Baert, Marc Demeyer, Patrick Lefevere, Dirk Demol, Johan Bruyneel, Eric Van Lancker. Hij won in zijn lange carrière tweemaal de Ronde van Vlaanderen (1942 en 1948) waaraan hij twintig maal deelnam, en werd twee keer wereldkampioen (1948 en 1950). Hij nam ook viermaal deel aan de Ronde van Frankrijk (1947 tot 1950) waarin hij in 1948 tweede eindigde achter Gino Bartali. Door zijn hoekige, werkende stijl was Schotte het type-voorbeeld van de Flandrien. Hij werd de Laatste Flandrien genoemd. Een beeld van hem als wroetende renner siert het dorpsplein van Kanegem sinds 1997 (beeld van Jef Claerhout). In Desselgem werd een plein naar hem genoemd. Na zijn actieve carrière als renner was hij nog een 30-tal jaar actief als ploegleider waar hij met zijn renners ook viermaal de Ronde van Vlaanderen won. Briek Schotte stierf in 2004 op de dag van de Ronde van Vlaanderen en kreeg een begrafenis in stijl - hij werd de kerk binnen- en buitengedragen door acht wielergrootheden uit vier generaties, onder wie vier wereldkampioenen: Rik Van Looy, Benoni Beheyt, Eddy Merckx, Freddy Maertens, Roger De Vlaeminck, Eric Leman, Seán Kelly en Frank Vandenbroucke. Een wielerwedstrijd, de GP Briek Schotte, is naar hem vernoemd, deze wordt gereden in Desselgem, een deelgemeente van Waregem. Zijn graf is terug te vinden op de begraafplaats van Waregem, de stad waar hij ook ereburger van was. Schotte woonde jarenlang in deelgemeente Desselgem. In 2010 was Desselgem "dorp van de Ronde van Vlaanderen".

Deze website gebruikt cookies om uw surfervaring te verbeteren. Meer info.

serviceKoers

Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.