Ronde van Frankrijk
longread
retro

Tastbare herinneringen. De gedenktekens van de Belgische Tourwinnaars

10min leestijd   door Marjoleine Delva op 11 januari 2023
43 jaar. Precies zo lang is het geleden dat we nog een Belgische Tourwinnaar kenden. Het was Lucien Van Impe die de gele trui in 1976 een – voorlopig – laatste keer mee naar België bracht. Na Odiel Defraeye, Philippe Thys, Firmin Lambot, Léon Scieur, Lucien Buysse, Maurice De Waele, Romain Maes, Sylveer Maes en Eddy Merckx, sloot Van Impe als tiende het illustere rijtje Belgische Tourwinnaars af. Dat het ondertussen stilaan een halve eeuw geleden is dat er nog eens een Belg zegevierde in de Ronde van Frankrijk, betekent niet dat we de helden van weleer al vergeten zijn. Aan de hand van gedenktekens in zowel binnen- als buitenland leven ze tot op de dag van vandaag verder in het collectieve geheugen. Het zijn stuk voor stuk tastbare herinneringen aan hun sportieve prestaties. Ze worden vaak als moderne afgodsbeelden vereerd en brengen mythes tot leven. In dit artikel brengen we die verschillende lieux de memoires in kaart en gaan we op zoek naar wat er vandaag nog rest van de Belgische Tourwinnaars.

Merckx-o-manie

Ter ere van de vijftigste verjaardag van zijn eerste eindzege in de Tour de France werd op 28 maart, exact 100 dagen voor de Tour op 6 juli in Brussel op gang wordt gevlagd, het ‘Eddy Merckx-square’ ingehuldigd. Een gedeelte van het Goudvinkenplein in de Brusselse gemeente Sint-Pieters Woluwe, waar de Kannibaal opgroeide, draagt er sindsdien zijn naam. Dat Merckx een dergelijk eerbetoon bij leven kreeg, is op zijn minst uniek te noemen.

Al sinds 1977 werd er via een decreet bepaald dat er geen straten vernoemd kunnen worden naar nog levende personen – met uitzondering van de leden van de koninklijke familie – en dit om de wildgroei aan memorienamen te voorkomen. Dat het in Sint-Pieters-Woluwe toch lukte, komt omdat het in principe slechts om een officieuze naamwissel gaat en er enkel een extra naambordje werd toegevoegd op het binnenplein. Ook onthulde het gemeentebestuur er een nieuw wielermonument, in aanwezigheid van Merckx zelf. Op datzelfde pleintje werd eerder ook al een witstenen zuil opgericht ter ere van ‘de grote Belgische wielerkampioen’. In de – weinig indrukwekkende – metalen boogconstructies op de zuil kon met de nodige verbeelding een fiets worden herkend.

Niet enkel in Sint-Pieters-Woluwe, maar ook in heel wat andere Belgische gemeenten duikt hét icoon van de Belgische wielersport in het straatbeeld op. Het lijkt erop dat iedere plek die zich op een enigszins te verantwoorden manier kon verbinden met de figuur van Merckx, dat heeft gedaan. Die gedenktekens werden allen opgericht gedurende de laatste decennia en maken deel uit van een bredere trend waarbij erfgoed vanaf de jaren 80 van vorige eeuw steeds meer aandacht verwierf en ook breder en democratischer werd ingevuld.

Zowel in zijn geboortedorp Meensel-Kiezegem, als in zijn huidige woonplaats Meise werd de vijfvoudig Tourwinnaar gehuldigd met een monument. In de Kluisbergse deelgemeente Ruien, waar Merckx in het criterium van Ruien in 1977 zijn laatste overwinning boekte, besloot het gemeentebestuur hem blijvend te herinneren met een monument en een naar hem vernoemde fietsroute. In Gent werd de vernieuwde wielerpiste aan de Blaarmeersen in 2006 omgedoopt tot ‘Vlaams Wielercentrum Eddy Merckx’ en in de Brusselse deelgemeente Anderlecht werd in 2003 zelfs een metrostation ‘Eddy Merckx’ opgericht. Binnenin het metrostation staat de fiets waarmee hij in 1972 in Mexico het werelduurrecord vestigde.

Laat mij ooit een stenen standbeeld krijgen; verduurzaamd worden in metaal. Laat mij dan zo - mijn fiets in strakke lijnen en ik, een Flandrien gelijk, met kloeke kop en op granieten benen - tot eeuwigheid verstenen.
Jos Mooren

In totaal herinneren er meer dan twintig gedenktekens aan Eddy Merckx en die beperken zich niet tot het Belgische grondgebied. Zo werd in het Zuid-Franse Pyreneeënstadje Mourenx in 1999 de ‘Vélodrome Eddy Merckx’ ingehuldigd. Dertig jaar eerder was Mourenx de aankomstplaats van de legendarische Touretappe Luchon-Mourenx. Merckx finishte er na een solotocht van 140 km over onder meer de Col du Soulor en de Col de l’Aubisque met bijna acht minuten voorsprong op de tweede renner van die dag, de Italiaan Michele Dancelli. Uiteindelijk zou Merckx dat jaar ook voor de eerste keer de eindoverwinning in de wacht slepen.

In Italië, tijdens zijn carrière het tweede thuisland van Merckx, wordt de Kannibaal op heel wat plekken herdacht. Op de top van de Monte Zoncolan, een gevreesde berg in de Giro d’Italia, staat er bijvoorbeeld sinds 30 april 2007 een monument ter ere van de vijfvoudig Girowinnaar. Ook in Oostenrijk, Bulgarije en zelfs in de Verenigde Staten trok de Merckx-o-manie zich door.

In het Carmichael Training Systems Center in Colorado Springs van ex-wielrenner Chris Carmichael staat een meterslang muurschildering van (zevenvoudig Tourwinnaar) Lance Armstrong, omringd door de vier vijfvoudige winnaars Eddy Merckx, Jacques Anquetil, Bernard Hinault en Miguel Indurain. Het werk van de Amerikaanse kunstenares en wielrenster Kathleen King werd afgewerkt met portretten van wielervedetten Maurice Garin, Fausto Coppi en Gino Bartali.

Ultieme eerbetonen

Dergelijke herinneringsinitatieven kennen vaak een gelijkaardige ontstaanscontext. Het zijn meestal heemkundige kringen, sportclubs, verenigingen en lokale politici die zich vanuit een gevoel van trots op hun voormalige renners gekoppeld aan een sterke lokale identiteit opwerpen als initiatiefnemers van dergelijke gedenktekens.

In de Roeselaarse deelgemeente Rumbeke werd door de in 2010 opgerichte vereniging ‘De Vrienden van Odiel’ gestreefd naar een gedenkteken voor hun dorpsgenoot, de eerste Belgische Tourwinnaar, Odiel Defraeye. Met de hulp van lokaal politicus Dirk Lievens werd op 30 juni 2012 een standbeeld ingehuldigd op het kerkplein van Rumbeke. Kunstenaar Ron Deblaere beeldde Defraeye klimmend af op een uit graniet vervaardigde kaart van Frankrijk met daarop het parcours van de Tour van 1912.

Ook in Wontergem stelde een lokale vereniging zich tot doel de herinnering aan hun tourheld, Lucien Buysse, in ere te houden. In 2003 toonde het ‘comité Buysse’ zich initiatiefnemer voor het oprichten van een monument voor Buysse aan de kerk van Wontergem. Het beeld werd ontworpen door de Deinse kunstenaar José Mestdagh en zijn Gentse collega Walter De Dauw en beeldt Buysse af op zijn fiets, als het ware door een muur van graniet fietsend.

In het Zuid-Franse Béost, aan de voet van de Col d’Aubisque, waar Buysse in 1926 zijn tegenstanders één voor één naar huis fietste, werd in 2010 een borstbeeld opgericht door dezelfde ontwerpers en initiatiefnemers. Sponsor van het borstbeeld was comitélid Marnix Tytgat. Uit sympathie voor Buysse, die zowel dorps- als tijdsgenoot was van zijn vader, wierp Tytgat zich op als drijvende kracht achter dit initiatief.

Naast die monumenten kreeg Buysse ook een opvallend eerbetoon in de vorm van versieringen aan het smeedijzeren balkon van zijn voormalige herenwoning in Wontergem. De versieringen bestaan uit twee fietswielen in de steunen van het balkon, een opschrift ‘Huize Lucien Buysse’, het jaartal 1926 en het logo van de Tour de France.

Stuk voor stuk zijn deze gedenktekens ultieme eerbetonen aan Vlaanderens Tour de France-helden.

De Tourwinnaar van 1929, ‘Metronoom’ Maurice De Waele, werd zowel in zijn geboorteplaats Lovendegem als in zijn latere woonplaats Maldegem blijvend herinnerd in de publieke ruimte. Beide plaatsen eigenden zich zo de figuur van De Waele toe als lokale wielerheld.

In Lovendegem (nu Lievegem) werd in juni 2004, precies 75 jaar na De Waeles eindzege in de Tour, een bronzen bas-reliëf ingehuldigd naast Café de Flandriën, waar de Metronoom in 1896 geboren werd. In Maldegem, waar De Waele na zijn afscheid als renner jarenlang een groothandel in fietsen runde, werd het gemeentelijk sportpark tijdens de kermisfeesten van 1995 omgedoopt tot ‘Sportstadion Maurice De Waele’.

Zowel Romain als zijn naam- en streekgenoot Sylveer Maes kregen na hun overlijden in hun geboorteplaats een ultiem eerbetoon in de vorm van een straatnaam. Zerkegemnaar Romain Maes, die als vierde renner ooit vanaf dag één tot aan de finish leider was in de Tour de France, werd er in 2002 op advies van de cultuurraad van Jabbeke gehuldigd met een straatnaam. Tien jaar later, exact honderd jaar na zijn geboorte, kreeg hij er ook een herdenkingsmonument en fietsroute bij op het dorpsplein. De 42 km lange route loopt langsheen zijn voormalig trainingsparcours en komt onder andere voorbij zijn ouderlijk huis.

Tweevoudig Tourwinnaar en Gistelnaar Sylveer Maes werd in 2004 samen met stadsgenoot Johan Museeuw gehuldigd met een herdenkingsplaat aan de ingang van het sport- en cultuurcentrum Zomerloos. In de buurt van het centrum verwijst ook een doodlopende straat naar Gistels eerste wielerheld.

Ook Lucien Van Impe kreeg reeds een gedenkteken in zijn geboortedorp Mere. Op de rotonde Vijfhoek werd in juli 2016 een monument van de hand van kunstenares Veerle de Vuyst opgericht. Het kwam er na een door het gemeentebestuur uitgeschreven wedstrijd om de veertigste verjaardag van de overwinning van Van Impe in de Tour de France te vieren. Stuk voor stuk zijn deze gedenktekens ultieme eerbetonen aan Vlaanderens Tour de France-helden.

Florennes

Die herinneringsinitiatieven zijn uiteraard geen louter Vlaams fenomeen. Ook in Wallonië vinden we tastbare herinneringen terug aan de Waalse wielergoden van weleer. Exemplarisch is de Naamse gemeente Florennes, waar als enige plaats ter wereld twee Ronde van Frankrijk-winnaars werden geboren. Firmin Lambot en Leon Scieur veroverden samen op amper vier jaar tijd drie maal de eindoverwinning.

In 1919 won Lambot de Tour een eerste keer en mocht hij er als eerste winnaar ooit de maillot jaune mee naar huis nemen. De gele trui werd immers pas dat jaar geïntroduceerd. Drie jaar later, in 1922, zou hij zijn prestatie nog eens overdoen. Het jaar daarvoor, in 1921, was het zijn vriend, ‘De Locomotief’ Scieur, die met de eindzege aan de haal ging.

Florennes eerde zijn beide Tourhelden op 18 september 1988, honderd jaar na de geboorte van Scieur. Ter gelegenheid werd de dreef richting het plaatselijke Centre Culturel en Sportif omgedoopt tot ‘Allée Firmin Lambot-Léon Scieur’. In 2004 werd naar aanleiding van de doortocht van de Ronde van Frankrijk in datzelfde cultureel centrum een expositie aan beide wielerhelden gewijd met de sprekende titel Trois maillots jaunes à Florennes. Even verderop herinnert een gedenkplaat aan de vroegere woonst van Scieur. Op die plek baatte hij na zijn wielercarrière jarenlang een garage uit. Lambot, die na zijn carrière als profrenner naar Antwerpen verhuisde, kreeg in Florennes ook een dergelijke huldigingsplaat aan zijn geboortehuis.

Op initiatief van de familie van Scieur zijn beide iconen zelfs tot in de dood verenigd. Op het graf van Scieur herinnert een gedenksteen in de vorm van de kaart van Frankrijk en met het opschrift ‘Vainqueurs’ aan de heroïsche prestaties van de beide wielerhelden. Het gerucht weerklinkt bovendien dat Lambot, nadat zijn stoffelijk overschot na enige tijd werd ontgraven op de begraafplaats van Deurne, zou zijn overgebracht naar de begraafplaats van Florennes waar hij samen met zijn vriend Scieur begraven zou liggen.

Geen Thys, wel Lapébie?

De opvallende afwezige in dit overzicht is Philippe Thys, drievoudig winnaar van de Ronde van Frankrijk. Hij werd tot op heden niet gehuldigd met een tastbaar eerbetoon in de publieke ruimte. Door zowel in 1913, 1914 als 1920 de eindzege in de wacht te slepen, werd hij de eerste renner ooit die de Tour de France drie keer wist te winnen. Mocht zijn carrière niet ondermijnd geweest zijn door de Eerste Wereldoorlog, dan had de Anderlechtenaar vast nog heel wat meer zeges op zijn naam weten te schrijven. Hoe het komt dat een uitzonderlijk talent als Thys nooit gehuldigd werd met een monument of een straatnaam, blijft tot op heden een groot vraagteken.

Die merkwaardige afwezigheid wordt alleen nog maar versterkt wanneer we vaststellen dat in België wel nog een andere Ronde van Frankrijk-winnaar een straatnaam toegekend kreeg, namelijk Roger Lapébie. De Fransman is daarmee de enige buitenlandse wielrenner die in ons land een naar hem genoemde straat kreeg. Lapébie raakte na zijn actieve koerscarrière bevriend met de autoriteiten van de Henegouwse gemeente Moeskroen. Nadat hij jarenlang het peterschap waarnam van de Ronde van het Waalse Gewest, eerde het gemeentebestuur van Moeskroen zijn sportieve vriend door de dreef richting voetbalstadion om te dopen tot ‘Clos (Woonerf) Roger Lapébie’.

Tourwinnaars in kaart gebracht

Op Thys na verwierven alle Belgische Tourwinnaars een permanente plek verwierven in de publieke ruimte. In de vorm van straatnamen, standbeelden, monumenten, huldigingsplaten en dergelijke meer worden de illustere Belgische Ronde van Frankrijk-helden tot op vandaag blijvend herinnerd. Dat drievoudig Tourwinnaar Phillipe Thys tot op heden geen dergelijk eerbetoon verwierf, blijft toch wel erg verrassend. Misschien moet daar binnenkort toch maar eens verandering in worden gebracht?

EP5 Buysse Lucien Foto Cafe Aubisque1

Tot op vandaag is Café Aubisque een mythe in het caféleven van Deinze en omstreken. Lucien Buysse baatte het café uit tot aan zijn dood in 1980. Oorspronkelijk heette Café Aubisque, Café Corrèze, maar toen Lucien het café in 1964 overnam van zijn zoon, herdoopte hij het tot Café Aubisque, verwijzend naar de legendarische col waar hij zijn tegenstanders in 1926 één na één naar huis fietste.

Dit artikel verscheen eerder in Etappe #07 (2019).

Zin in meer Tour de France-verhalen? Haast je naar onze shop!

KOERSshop

Deze website gebruikt cookies om uw surfervaring te verbeteren. Meer info.

serviceKoers

Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.