15min leestijd   door Thomas Ameye op 23 september 2021
Hélène Dutrieu. Laat haar naam vallen in kringen van luchtvaarthistorici en je krijgt gegarandeerd de reactie: “De allereerste Belgische pilote.” Bij wielerkenners blijft het wellicht windstil. Nochtans verdiende Dutrieu niet alleen haar sporen in de luchtvaart. Voordien, tijdens de pioniersjaren van het vrouwenwielrennen, had ze een kortstondige, succesvolle koerscarrière en was ze stuntvrouw in theaters doorheen Europa. Een internetzoektocht naar “Hélène Dutrieu(x)” levert evenveel feiten als onwaarheden op. Daarom gingen wij in historische kranten en magazines op zoek naar de ware toedracht van haar wondere wielerjaren. Een queeste die nog niet helemaal is afgerond…

Tandem

Hélène Dutrieu is geboren in Doornik op 10 juli 1877. Haar ouders heten Florent Desiré Dutrieu en Marie Clothilde van Thieghem, haar oudere broer Eugène. De familie heeft het niet slecht; Florent verdient als legerofficier goed de kost. Als tiener al gaat Hélène wedstrijden fietsen. Wellicht gebeurde dit onder invloed van of naar het voorbeeld van haar broer Eugéne. Zijn naam is terug te vinden in verslagen van wielerwedstrijden vanaf begin de jaren 1890 en zijn foto en naam prijken in het eerste volume (1894-1895) van een reeks fotoalbums van de Franse sportfotograaf Jules Beau, te raadplegen via Gallica, de digitale bib van de Bibliothèque nationale de France.

“Jeune fille du monde, élevée dans le milieu le plus bourgeois et le plus sévère, elle avait voulu devenir une Sportwoman émérite et y réussit.”
La Meuse

In het dagblad La Meuse (13/08/1895) staat het verslagje van een tandemwestrijd op de velodroom van Oostende in augustus 1895 waar “M. Dutrieu et Mlle Dutrieu, de Lille” samen aantraden en wonnen. Afkomstig van Rijsel? Dutrieu was toch in Doornik geboren? Een interview met Dutrieu in diezelfde krant (06/09/1910) geeft meer duidelijkheid. Blijkbaar verlaat de familie Dutrieu al na zes weken de ‘Stad met de 5 klokkentorens’ om te verhuizen naar Noord-Frankrijk. Het verklaart waarom ze vaak als Lilloise of Française zal worden bestempeld. Uit het interview blijkt ook haar vastberadenheid: “Jeune fille du monde, élevée dans le milieu le plus bourgeois et le plus sévère, elle avait voulu devenir une Sportwoman émérite et y réussit”.

Profwielrenster

Wielrennen gaat haar in elk geval goed af, want in september 1895 verovert ze in Roubaix het werelduurrecord voor vrouwen. Dutrieu brengt de uurrecordafstand van een zekere Debatz (35 km 936m) naar 39 km 190m (L’Expansion Belge 26/09/1895). Het ging om een gegangmaakt uurrecord – het reguliere uurrecord bij de mannen schommelde rond diezelfde afstand – en omdat de ontwikkeling van de motorfiets pas in de kinderschoenen stond, gebeurde die gangmaking toen door een tandem, triplet, quadruplet of quintuplet (vijfzitter).

Dutrieu steekt ook het Kanaal over om te koersen in meerdaagse wielerwedstrijden zoals die in The Royal Aquarium in Westminster-Londen. The Royal Aquarium was een soort entertainment complex waar de bezoekers zich niet alleen aan een aquarium, maar ook aan concerten, dans, variété, exotische dierenexhibities of circusacts konden vergapen. En dus ook aan ‘Ladies Cycle Races’ op een indoor wielerbaan. In 1895 hadden in The Aquarium al druk bijgewoonde dameswedstrijden plaatsgevonden en in 1896 dat was niet anders. Dutrieu staat er in mei 1896 aan de start van een zesdaagse, maar dat wordt geen succes: “Dutrieux, holder of the one-hour world’s record for ladies, found her machine ill adapted to the track, and did not do much on the bicycle she subsequently used, if one or two displays of speedy riding be excepted.” (Penny Illustrated Paper, 02/05/1896). De Franse Lisette (Marton) wint de race.

Die nieuwigheid van dameswedstrijden wordt ook een (kas)succes in de openluchtvelodromen die in België een eerste bloeiperiode kennen. Dutrieu wordt er aangekondigd als vedette en zelfs uitgespeeld tegen mannen. Zo gaat ze op 19 juli 1896 op de piste in het Luikse Parc de la Boverie achter gangmakers in duel met een zekere Charles Fery. De man kon de achterstand van 1.800 waarmee hij gestart was niet inhalen in een wedstrijd die blijkbaar dit 58 minuten duurde. Na haar overwinning wordt ze getrakteerd op… La Marseillaise! (La Meuse 16-20/07/1896, Journal de Charleroi 23/07/1896).

In augustus wint Dutrieu de zogenaamde Grand Prix d’Europe, een snelheidswedstrijd voor dames over 2.000 m op de piste in Brussel. Via de series, met in totaal 22 deelneemsters aan de start, werd naar een finale toegewerkt waarin Dutrieu de beste was voor Lisette. Ondanks de regen was er veel volk; “surtout de vieux messieurs”, wist Journal de Charleroi (11/08/1896). De publieke belangstelling was ook Het Handelsblad (09/08/1896) opgevallen: “Er was gisteren zeer veel volk in den Velodroom te Brussel, waar de groote koersdag voor dames plaats had.” En het wedstrijdverslag gaf enkele interessante – gekleurde – koersfeiten mee. Blijkbaar was Dutrieu in haar serie platgevallen, tot frustratie van het publiek, waarop de organisatie besloot haar te laten herkansen. Volgens de krant gingen de dames “na elke serie hevig aan ’t kijven” of gaf elke serie “aanleiding tot eindeloos krakeel.” Alles tot groot jolijt van het publiek.

Wij hopen dat men de dwaasheid van de dameskoersen nu zal hebben ingezien en wij er voortaan zullen van verschoond blijven.
Het Handelsblad

Ook in de 10 kilometer achter gangmakers, trad Dutrieu aan, maar na een serieuze val in het begin van de wedstrijd werd ze afgevoerd. Voor Het Handelsblad, een Antwerpse krant met katholieke signatuur, was het duidelijk: “Wij hopen dat men de dwaasheid van de dameskoersen nu zal hebben ingezien en wij er voortaan zullen van verschoond blijven.” De Gazette de Rousselaere (14/08/1896) trad bij: “In de koers van 10 kilometers is een ongeval gebeurd dat voor lang aan die freulen den lust tot rijden zal ontnemen, denkelijk. Heel de zwerm is op zeker oogenblik hals over kop getuimeld, met het ongelukkig gevolg dat eenige freulen zwaar werden gekwetst. (…) Waren die damen aan de koffietafel blijven zitten, dat zou alweer niet gebeurd zijn.”

Wereldkampioen

Van Brussel gaat het naar Oostende, waar Dutrieu op zondag 16 en maandag 17 augustus 1896 aantreedt in het door de organisatie uitgeroepen ‘Championnat du monde pour dames 1896-1897’. Dutrieu wordt ‘wereldkampioene’ op de 2.000 meter voor de Fransen Reillo en Eglée, tweede in de 1.000 meter en derde op de tandemkoers over 2.000 meter (met Binay) (L’Indépendance Belge 16-19/08/1896). Haar prijs: 500 frank en een gouden broche bezet met diamanten. Op de minder populaire 10 km wordt ze tweede na Reillo en wint daarmee 100 frank (La Meuse 17-18/08/1896). Ook Antwerpen maakt begin september in de Zurenborgvelodroom kennis met een zegevierende Dutrieu – een evenement waar nota bene Het Handelsblad summier over berichtte (13/09/1896).

Het mag dan al klinken of het allemaal vanzelf ging; evident was het allerminst. Zoals uit bovenstaande krantenverslagen al duidelijk wordt, botsten fietsende vrouwen vaak op kritiek uit conservatieve hoek. Wielrennen werd net als de meeste sporten geassocieerd met kracht en mannelijkheid. De inspanningen die het wielrennen vereiste, waren zogezegd strijdig met de elegantie en lichaamsgesteldheid van het ‘zwakke geslacht’; wielerwedstrijden voor vrouwen werden daarom vaak eerder als attractie, dan wel als sportief evenement bestempeld.

Om vrouwen het fietsen te ontmoedigen, werden zelfs medische argumenten opgevoerd: fietsen zou vrouwen onvruchtbaar maken. Vrouwen op de fiets stuitten ook op weerstand uit katholieke hoek. Vanop de preekstoel veroordeelden pastoors vrouwelijke fietsbeoefenaars en de paus bestempelde de Bloomer, een broekrok voor fietsende dames, als onzedig. Ondanks alle tegenkanting zetten heel wat vrouwen door, want de fiets bood hen een bewegingsvrijheid die ze voorheen niet kenden. Net dat aspect, de fiets als emancipatiemiddel voor de laatnegentiende-eeuwse vrouw in een door mannen gedomineerde maatschappij, stootte (mannen) tegen de borst. Toch waren de pistewedstrijden voor vrouwen erg populair. De aantrekkingskracht ervan school mee in het controversiële ervan en de polemiek errond droeg, naast de spektakelwaarde, bij tot de publieke belangstelling voor dameswedstrijden georganiseerd door gewiekste wedstrijdorganisatoren.

En Dutrieu… die verdient er uiteindelijk flink haar brood mee en trekt in de winterperiode opnieuw naar de overdekte piste in The Aquarium in London. Daar komt ze eind november aan de bak in een Twelve Days’ Lady Cyclists’ International Race met 10 Engelse en Franse meisjes als concurrentes. Ze wint met een ruime voorsprong: “an easy win with 785 miles 2 laps, leading her opponents by fifteen miles.” The Referee and Cycle Trade Journal (17/12/1896) berekende dat ze over de 24 etappes van samen 42 uur (1,5 à 2 uren) een gemiddelde van 18 2/3 mijl (30 km/u) had gehaald.

De daaropvolgende zomer verlengt Dutrieu in Oostende haar titel als wereldkampioene 1897-1898 op de 2.000 meter (La Meuse 03/08/1897). Op zondag 22 augustus 1897 maakt ook het publiek van de befaamde Parijse Buffalo Velodroom voor het eerst kennis met vrouwenwielrennen en haar vedetten. Het verslag van een drietal bladzijden in Le sport universel illustré (04/09/1897) is een fantastisch tijdsdocument. De auteur Frantz Reichel, zelf succesvol atleet en invloedrijk sportbestuurder, verbaasde zich over de aanwezigheid van 3 à 4.000 toeschouwers. Uit zijn verslag blijkt nochtans dat dit te maken had met het ‘voyeuristisch spektakel’ dat vrouwenkoersen waren: “A leur entrée en piste, ces dames on fait sensation. Quoiqu’elles fussent assez légèrement vêtues – le sport demande une tenue pratique – les regards les ont très indiscrètement déshabillées.”… Louise Roger won er trouwens de 1.000 meter, voor Lisette en Reillo; Dutrieu werd wel nog tweede op de 2.000 meter tandem (met Raymonde).

Begin september 1897 is Dutrieu opnieuw te zien in Zurenborg. Er stonden een 1.200 meter (winnares Lisette), een 800 meter (Dedaele), een tandemkoers over 1.600 meter (Dutrieu-Accou) en een wedstrijd over 25 km op het programma (Dutrieu) (Het Handelsblad 03/08/1897 & 12/09/1897). Enkele dagen later wint Dutrieu in Blankenberge de 1.500 meter en de tandemwedstrijd (3.700 meter met Accou). Halverwege september lijkt de tijd rijp om haar uurrecord, intussen met 43 kilometer 400 stevig in handen van concurrente Lisette, terug te nemen. Alles wordt hiervoor in gereedheid gebracht op de Zurenborgvelodroom, maar in aanwezigheid van “plus de 200 cents personnes” moet ze forfait geven. Nog voor de wedstrijd laten haar gangmakers haar in de steek (L’Indépendance Belge 08/08/1897 & 18/09/1897). Het waarom krijgen we niet te weten. Er is in het verslag wel nog sprake van een revanche, maar die lijkt er niet te zijn gekomen.

Een volgend bericht vinden we pas in juli 1898 wanneer Dutrieu in Berlijn opnieuw in de clinch gaat met een man, een zekere Paul Meudner. In een wedstrijd over 30 kilometer die ze met 3 kilometer voorsprong aanvangt, kan ze Meudner 300 meter afhouden (Het Handelsblad 15/07/1898). Een maand later wil ze haar tweevoudige titel als wereldkampioene op de twee kilometer verdedigen. Tot ieders verbazing – aldus het wedstrijdverslag – wordt ze pas derde in Oostende. Dutrieu geeft nog aan te zijn gehinderd en stuurt aan op een confrontatie met winnares Louise Roger, maar ook die vond wellicht nooit plaats (La Meuse 16/08/1898).

(Variété)-artieste

“Le coureur Dutrieu projette d’abandonner la piste” staat te lezen in L’indépendance Belge van 15 oktober 1898. Vanaf 1899 is het op sportief vlak inderdaad stil rond Hélène Dutrieu. Ze wendt zich helemaal tot een andere vorm van entertainment: theater. Afgaand op een retrospectief artikel in de Franse culturele krant Comœdia (14/07/1908) – in 1907 opgericht door Tour de France boegbeeld Henri Desgrange – maakt Dutrieu haar debuut in een komisch stuk in het Parijse Théâtre Déjazet. Toch duurt het niet lang vooraleer haar zin voor avontuur opnieuw doorbreekt. Het is een periode waarin theaters ook de plek zijn waar adembenemende stunts zoals ‘looping the loop’ – een looping-act met de fiets op een speciaal daarvoor aangelegde piste – worden uitgevoerd.

Het inspireert Dutrieu tot een eigen stunt waarbij ze op haar fiets een ‘vrije vlucht’ maakt van een 15-tal meter door zich eerst van een schans naar beneden te werpen. Als variétéartieste-stuntvrouw kan ze haar liefde voor fiets en theater perfect combineren. De Olympia, de oudste concertzaal van Parijs, is de eerste music-hall die op vrijdag 19 september 1903 haar act ‘La Flêche Humaine’ programmeert. Dutrieu treedt als ‘menselijke pijl’ niet alleen dagen aan stuk op in de Franse hoofdstad, maar ook in Berlijn en in Londen, waar ze dit keer het Crystal Palace onveilig maakt. Kranten omschrijven haar act als “le dernier mot de l’audace et de la témérité” en “the apex of cycling sensation” (Le Matin 19/09/1903 & Maitland Daily Mercury 27/02/1904). Volgens The Brisbane Courier (09/12/1905) verdient Dutrieu op jaarbasis 16.000 pond met haar act!

Alles gaat uiteindelijk vervelen en daarom werkt ze een nieuwe stunt uit. In ‘La Moto Ailée’ duikt ze eerst met een motorfiets naar beneden om daarna via een schans door het ijle op een hoger liggend platform te worden gekatapulteerd. Haar stunts zijn niet zonder gevaar, want zowel in Berlijn (1904) als in Parijs ontsnapt ze na accidenten aan veel erger.

De organisatoren in de Crystal Palace dopen haar ‘La Flêche Humaine’-act ‘Flying the Flume’ (flume betekent ravijn, nvdr). “To go flying in the air is a delightful sensation” laat ze zich dan al ontvallen (Queanbeyan Age 05/08/1910).

Pilote

Had ze besloten het rustiger aan te doen? In elk geval keert Dutrieu als comédienne opnieuw terug naar het theater. Ze betreedt zowel in het noorden (Parijs, Mers-les-Bains) als in het zuiden van Frankrijk het toneel (Cauterets, Nice) en zet daarbij steevast komische rollen neer. Comœdia
(14/07/1908) omschrijft Dutrieu als “une des plus élégantes et des plus femmes du monde”. De cultuurkrant kondigt aan dat Dutrieu de rol van Chantecler zal opnemen in het theater Porte-Saint Martin in Parijs en voorspelt haar een mooie theatertoekomst. Zo ver zal het niet komen…

Of all the woman who took to flying she is the only one who has, as it were, kept pace with the leading aviators, and has in many instances surpassed them in her achievements.

De gebroeders Wright hebben intussen met hun gemotoriseerde vliegtuig een luchtsprongetje gemaakt (1903) en de Braziliaan Alberto Santos-Dumont is op 13 september 1906 de allereerste om boven Europa een gemotoriseerde, gecontroleerde vlucht uit te voeren. Het is met een lichtgewichtvliegtuig van zijn makelij, de Santos-Dumont Demoiselle, dat Hélène Dutrieu op 20 september 1910 op het vliegveld van Issy-les-Moulineaux nabij Parijs haar maiden flight maakt (Femina 1/10/1910). Ze is vanzelfsprekend de allereerste Belgische ooit om te vliegen en behaalt in augustus dat jaar als derde vrouw ter wereld een officieel pilotenbrevet. Dutrieu wordt een graag geziene gast op vliegmeetings over de hele wereld (België, Frankrijk, Nederland en Groot-Brittannië, Spanje, Italië, Verenigde Staten) en behaalt verschillende records. Ze houdt er de bijnaam ‘The Girl Hawk’ aan over en wordt door de Franse overheid gedecoreerd, wat haar een plek op de cover van het Franse weekblad Le Miroir oplevert. “Of all the woman who took to flying she is the only one who has, as it were, kept pace with the leading aviators, and has in many instances surpassed them in her achievements”, bericht The New York Times naar aanleiding hiervan (23/03/1913).

Epiloog

In juni 1913 duikt de naam ‘Hélène Dutrieu’ op tussen de deelnemers van een autorally in Oostende (Journal De Bruxelles 28-06-1913) en tijdens de Eerste Wereldoorlog zal Dutrieu per vliegtuig vrijwillig luchtobservaties boven Parijs uitvoeren – gevraagd naar haar drijfveren hiervoor zei ze: “Three things. I love France. I love adventure. I knew my business” (Washington Post 27-06-1915). Het zijn slechts twee facetten in de wervelende levensloop van deze uomo universale die onderbelicht zijn. Net als haar doen en laten na haar huwelijk met de Franse journalist-politicus Pierre Mortier in 1922 waarbij ze de Franse nationaliteit verwierf. Grondig primair bronnenonderzoek is hiervoor nodig. Wie bewijst haar deze eer?

Bibliografie

  • Comœdia (14/07/1908)
  • Femina (1/10/1910)
  • Gazette de Rousselaere (14-8-1896)
  • Het Handelsblad
    09/08/1896
    13/09/1896
    03/12/1897
    04/12/1897
    05/12/1897
    06/12/1897
    07/12/1897
    08/12/1897
    12/09/1897
    15/07/1898
  • Journal de Charleroi
    23/07/1896
    11/08/1896
  • L’Expansion Belge
    26/09/1895
  • L’indépendance Belge
    15/10/1898
    16/08/1896
    17/08/1896
    18/08/1896
    19/08/1896
    08/08/1897
    18/09/1897
  • Le Matin 19/09/1903
  • La Meuse
    13/08/1895
    16/07/1896
    18/07/1896
    20/07/1896
    17/08/1896
    18/08/1896
    03/08/1897
    16/08/1898
    06/09/1910
  • Le sport universel illustré 4/09/1897
  • Maitland Daily Mercury 07/02/1904
  • Penny Illustrated Paper 02/05/1896
  • Queanbeyan Age 05/08/1910
  • The Brisbane Courier 09/12/1905
  • The Referee and Cycle Trade Journal 17/12/1896
  • The New York Times 23/03/1913
  • T. Ameye, B. Gils en P. Delheye. ‘Daredevils and Early Birds: Belgian Pioneers in Automobile Racing and Aerial Sports During the Belle Époque,’ in: International Journal of the History of Sport, 28 (2011) 2, pp. 205-239.

Hélène Dutrieu

Hélène Dutrieu (Doornik, 10 juli 1877 - Parijs, 26 juni 1961) was de eerste Belgische vrouw die haar vliegbrevet behaalde; dit gebeurde op 25 november 1910 (brevet no. 27).

Deze website gebruikt cookies om uw surfervaring te verbeteren. Meer info.

Koers

Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.