longread
retro

The Flying Belgian. Het verhaal van de Stayervedette Charles Verkeyn

11min leestijd   door Dries De Zaeytijd op 08 juli 2021
Het zou zomaar een vraag op een wielerquiz kunnen zijn: wie werd in 2019 Europees kampioen stayeren? Enkele diehards pennen ongetwijfeld de juiste naam neer (Reinier Honig), terwijl de meerderheid wellicht troosteloos met de handen in het haar voor zich uit staart. Stayeren, was dat immers niet die pistediscipline die 100 jaar geleden furore maakte maar intussen op sterven na dood is? En had dat vermaledijde stayeren geen reeks dodelijke slachtoffers op haar geweten? Een terugblik op een bedreigde wielerdiscipline en een vergeten wielervedette.

Vanaf 1900 wordt wielrennen langzamerhand brood en spelen voor het volk. Wedstrijden op de weg moeten het vooralsnog afleggen tegen die op de vele besloten pistes, waar duizenden supporters zich niet alleen aan zesdaagses maar ook sprintduels en achtervolgingen vergapen. Vooral de factor ‘snelheid’ kent veel bijval. Met tandems of andere meerzitters – vaak vijf man op een rij ̶ als gangmaker zoeven renners aan hoge snelheden over het ovaal. Als échte motoren hun intrede maken op de piste, raken de wedstrijden met gangmaking – ‘het stayeren’ - in een stroomversnelling. Toeschouwers zien renners met een speciaal soortig fietsen – een ‘gedraaide’ voorvork moet voor meer stabiliteit zorgen - achter een zware motor tegen negentig kilometer per uur over de betonnen baan racen. Om zo optimaal te kunnen profiteren van de aanzuigkracht van de motor, koersen de renners zo dicht mogelijk tegen hun gangmaker. Lawaai, spektakel én gevaar gegarandeerd…

Het duurt niet lang vooraleer de stayersport de eerste doden op haar geweten krijgt. In eigen land is Antwerpenaar Charles Verbist het bekendste slachtoffer. Hij crasht in 1909 op de Brusselse Karreveld-velodroom. Ook in Duitsland, waar het stayeren bijzonder snel erg populair wordt, vallen dodelijke slachtoffers. De Duitse overheid grijpt in en vaardigt een verbod uit, tot ze die beslissing onder massaal protest terugschroeft. Maar voortaan is de stayersport wél onderhevig aan een aantal extra wetten: renners worden verplicht om een helm te dragen en de motoren worden uitgerust met een rol, zodat de coureurs niet meer te dicht op het motorrijwiel kunnen kleven. Na de Eerste Wereldoorlog ontstaat een heus circuit van rondtrekkende renners en gangmakers, die zowel in Europa en Amerika het mooie weer maken. De in Oostende geboren Charles Verkeyn is één van hen.

Bouwen aan een reputatie

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vlucht de jonge Charles (°1897) naar Frankrijk. Na een korte tussenstop in Bordeaux verhuist hij in de loop van 1915 naar Parijs. Daar wordt Verkeyn arbeider bij autobouwer Renault, die in deze periode ook wapentuig fabriceert. Al zijn vrije uren offert hij op aan de fiets - de uitgeweken Oostedenaar droomt van een carrière als renner. In het voorjaar van 1916 krijgt Verkeyn een licentie als beroepsrenner. Hij maakt een stevig debuut en wint in augustus dat jaar al Parijs-Trouville. In de winter van ’16 en het voorjaar van ‘17 bouwt Verkeyn een uitstekende reputatie op. In krantenadvertenties pakt zijn Parijse sponsor en fietsenabrikant Desvages maar wat graag uit met de prestaties van de jonge Verkeyn. Als Charles in april tijdens een meeting in de Parijse Velodrome d’Hiver noodgedwongen zonder ploegmaat van start moet gaan, krijgt hij van het pistebestuur én publiek heel wat steun. Zo houden de inrichters een omhaling “ten behoeve van dezen moedigen kleine jongen”, wat volgens de krant Het Vlaamsche Nieuws “een aardig sommetje opbracht.” In die periode weet Verkeyn zich te ook te onderscheiden op verschillende Franse pistes, vooral in het stayeren dat hem op het lijf geschreven lijkt. Midden juli 1917 weet hij al twee van de drie reeksen in een stayermeeting te winnen. Hij klopt daarbij de Belgische specialist Leo Vanderstuyft, die volgens De Belgische Standaard “niet genoeg geoefend was en onmogelijk den snellen gang, de 60 km in 45 minuten, kon bijhouden.”

Als midden oktober dat jaar het nieuwe Franse winterseizoen op gang geschoten wordt in de Parijse Velodrome d’Hiver, wordt Verkeyn in de kranten al tot de favorieten gerekend. Hij mag samen met gerenommeerde stayers als de Amerikaanse levende legende Bobby Walthour, de Italiaan Giorgio Colombatto en de Fransman Louis Darragon de Poule des Nations betwisten. Winnen doet hij niet, maar het is tekenend dat hij mee aan de start staat van de openingsmeeting van het seizoen. In april 1918 proeft Verkeyn voor het eerst van dichtbij de gevaren van zijn sport. Tijdens de Grand Prix de l’heure hapert de Franse vedette Darragon tijdens een inhaalbeweging met zijn pedaal aan de piste. De Fransman raakt uit balans en botst met een snelheid van om en bij de 70 km per uur tegen de piste. De gangmaker van de achterop liggende Verkeyn kan Darragon nog net ontwijken, terwijl Verkeyn eerst over de benen van Darragon rijdt en vervolgens onderaan de piste onzacht in aanraking komt met een official. De drie slachtoffers krijgen meteen de eerste zorgen toegediend maar voor de 35-jarige Darragon komt alle hulp te laat. Verkeyn daarentegen houdt geen blijvende letsels over aan zijn ongeval.

Succes in Dollarland

Na de Eerste Wereldoorlog werkt Verkeyn verder aan de uitbouw van zijn carrière. In de winter van 1920 wint hij een prestigieuze wedstrijd in de Parijse Wintervelodroom, wat hem meteen een ticket voor Amerika oplevert, op dat ogenblik het Beloofde Land voor al wie actief is binnen de stayersport. Zijn eerste seizoen op Amerikaanse bodem (mei-september 1921) resulteert in een zesde plek op de Amerikaanse stayersranking met als uitschieter een zege in de prestigieuze Gouden Wiel-meeting in Boston. In 1922 legt hij beslag op een zevende plaats, met zeven zeges, acht tweede plaatsen en veertien derde plaatsen. Vóór hem eindigen toppers als de Amerikaan George Chapman, landgenoot Victor ‘Sioux’ Linart en de Italiaan Vincent Madonna. Aan Madonna heeft Verkeyn een taaie klant tijdens een sensationele achtervolgingswedstrijd – ook in deze discipline staat Verkeyn zijn mannetje – op Amerikaanse bodem in 1923. Verkeyn trekt aan het langste eind en weet Madonna uiteindelijk – na 127 kilometer (!) – in te halen. Zijn gemiddelde bedraagt meer dan 70 kilometer per uur…

Anno 1924 strandt Verkeyn op een tweede stek in de Amerikaanse stayersranking. Ver weg achter Chapman maar wel goed voor 17 overwinningen. The Flying Belgian, zoals Verkeyn in de States wordt genoemd, draait mee met de top en is bijzonder populair bij de Amerikaanse fans. In 1925 pakt hij elf overwinningen. Tijdens zijn vijf maanden durend verblijf op Amerikaans bodem dat jaar, betwist Verkeyn in totaal 64 wedstrijden, in de maand augustus alleen al 21 meetings. Slechts één keer komt de Oostendenaar ten val wanner op de velodroom van Worchester plotsklaps de verlichting uitvalt. Verkeyn keert huiswaarts met – naast de vele dollars – twee prachtige trofeeën en een bijzonder fraaie gouden medaille, bezet met briljanten. Nog in 1925 laat Verkeyn zich volgens diverse kranten natulariseren tot Amerikaan, om dan volgens latere berichtgeving opnieuw de Belgische nationaliteit te hebben aangenomen. In ieder geval wordt de handel en wandel van de Amerco-Belg op de voet gevolgd in de Parijse media – het publiek van de Franse hoofdstad is Verkeyn duidelijk nog niet vergeten. Verkeyn probeert op zijn beurt die populariteit te verzilveren. Niet alleen door het incasseren van mooie start- en prijzengelden in de wintervelodrooms (na het Amerikaans seizoen verlegt Verkeyn zich naar de Parijse en andere Europese pistes) maar ook door het opstarten van een eigen zaak in de regio van Parijs. Hij wordt in Meudon eigenaar van een fietsen- en motorzaak.

Position switch

In oktober 1927 wordt Verkeyn vijfmaal gedubbeld tijdens een meeting in Nederland. “Voelt hij het gewicht der nieuwe wereld in de benen, zodra hij in Europa weer aan wal is?” vraagt een journalist van Het Rotterdams Nieuwsblad zich af. Verkeyn eindigt het Amerikaanse seizoen dat jaar met slechts 2 overwinningen, een fractie van weleer, en kan ook in Europa niet langer constant presteren. In 1928 reist hij niet meer af naar Amerika en concentreert zich op de Belgische pistes. Een Belgische titel lukt Verkeyn in die periode niet, daarvoor is Victor Linart te sterk. Maar in 1931 vestigt hij wel een record op de Ter Rivieren-wielerbaan in Antwerpen. Verkeyn haspelt 100 km af in iets meer dan één uur en twintig minuten… Anno 1932 moet hij op het BK nipt het onderspit delven tegen Emiel Thollembeek.

Dat Verkeyn niet meer tot de top behoort, blijkt ook uit een schrijven van de Belgische wielerbond (BWB). De BWB wil in ’32 enkel Thollembeek meenemen naar het WK in Rome. Verkeyn kan aansluiten, mits het zelf betalen van alle onkosten… Verkeyn heeft een deelname op eigen kosten wellicht overwogen, want op de achterkant van de brief noteert hij in potlood de afstand Parijs-Rome (1320 kilometer) en het totaal gewicht van zijn bagage (200 kilo). Bijna kent het selectieverhaal alsnog een happy end als blijkt dat de BWB toch twee stayers mag afvaardigen. Helaas voor Verkeyn selecteert de bond uiteindelijk de 43-jarige Linart, die dan al vier wereldtitels en 15 Belgische titels heeft verzameld. The Flying Belgian laat zich niet uit zijn lood slaan en probeert dan zelf maar zijn slabakkende carrière nieuw leven in te blazen. Dat blijkt uit de door de familie bewaarde briefwisseling, waarin Verkeyn zichzelf aanprijst bij diverse pistedirecties in binnen- en buitenland. Maar een contract is niet langer vanzelfsprekend en van fikse verloningen zoals in Amerika is ook geen sprake meer.

Op de wielerbaan van Oostende betwist Verkeyn op 22 september 1935 voor het laatst een stayerkoers. Hij vestigt zich na een aantal omzwervingen in Parijs en Oostende uiteindelijk in de… Koerslaan in Bredene. Daar start hij een eigen fietsenzaak, maar werkt vooral aan een comeback. Niet langer als renner, wel als gangmaker. Verkeyn is onder meer actief op de Antwerpse pistes en betwist in 1938 Bordeaux-Parijs als gangmaker op een derny – een motorfiets die het midden houdt tussen een fiets en een moto – die dat jaar voor het eerst worden toegelaten in deze marathonwedstrijd. In 1939 start hij in deze wedstrijd als ‘entraîneur’ voor Marcel Kint en komt als vijfde over de meet. Na de Tweede Wereldoorlog wordt Verkeyn gewaardeerd gangmaker van toppers als Leon Declercq, Bredenaar Oscar Goethals en later ook Bruggeling André Leliaert, met wie hij in 1949 Belgisch kampioen wordt.

Het laatste rondje

In 1955 start Charles Verkeyn voor het laatst in een stayerwedstrijd. Hij wordt tijdens het Belgisch Kampioenschap door de Belgische wielerbond opgeroepen om de vaste gangmaker van Hendrik Van Walle te vervangen. Daarna valt het stayerdoek definitief voor Verkeyn. Zijn geliefde sport is er op moment niet meer zo best aan toe. Medio jaren vijftig worden voor het eerst derny’s ingezet tijdens een Zesdaagse. Deze motorfietsen zijn een stuk goedkoper dan stayermotoren maar vooral veel makkelijker om achter te rijden. Ondanks de lagere snelheden achter een derny, concurreert de uitvinding van de Fransman Roger Derny de stayermotoren relatief snel uit de pistewereld. Ook al omdat de stayersport intussen slachtoffer is geworden van haar eigen succes. Stayers zijn voor hun succes immers quasi volledig afhankelijk van hun gangmaker/’entraîneurs’, wat de deur naar combines wagenwijd open zet. En intussen daalt het aantal velodrooms pijlsnel en focust de wielerfan zich veeleer op het wegwielrennen dan op de piste.

Ondanks alles draaien nog enkele Belgen mee aan de wereldtop. Verkeyn is nog net getuige van de wereldtitels van Theo Verschueren in 1971 en 1972. In 1973 sterft Charles Verkeyn. Van zijn vele dollars is niets meer over gebleven. Om hem op zijn sterfbed een deftig voorkomen te geven, wordt bij familie om een mooi hemd gebedeld; de stayer zelf heeft niets meer. Enkel drie trofeeën, een aantal ingekaderde portretfoto’s en een stapel zorgvuldig bijgehouden papieren souvenirs resten hem nog. Intussen bolt de stayersport verder richting vergeetput.

Stan Tourné wordt nog meervoudig kampioen van België, maar moet op het einde van zijn carrière toezien hoe de UCI in 1994 beslist om niet langer een WK stayeren te organiseren. Een aantal pistedirecties uit Nederland en Duitsland en de Union Européenne de Cyclisme (UEC) houden de sport een laatste reddingsboei voor: de pistedirecties door sporadisch een stayermeeting in hun programmatie op te nemen, de UEC door de organisatie van een Europees kampioenschap stayeren. Verkeyn zelf raakt in de vergetelheid, tot de gemeente Bredene in 2016 beslist om haar eigen wielerhelden te eren. Op de rotonde van de Breeweg in Bredene wordt een reuzegrote fiets geplaatst, met daarbij een bordje ter herinnering aan drie lokale wielerhelden: Marcel Seynaeve (ritwinnaar in de Vuelta), Oscar Goethals en zijn gangmaker en voormalig stayervedette Charles ‘The Flying Belgian’ Verkeyn.

360°

Bekijk in detail

In 1927 neemt Charles Verkeyn deel aan de World Cycling Derby, een wedstrijd in de Providence Cycledrome. Dat levert hem niet alleen deze trofee, maar ook een pisterecord op. Over 100 kilometer achter de zware motor doet hij 1 uur en 23 minuten, oftewel een gemiddelde snelheid van 72,29 km/h. (collectie Belpaeme-Vandecasteele)

Deze website gebruikt cookies om uw surfervaring te verbeteren. Meer info.

serviceKoers

Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.