Tijdens zijn vele gesprekken met hen wordt de pater al snel geraakt door vaak voorkomende problemen als een gebrek aan sociale bescherming, uitbuiting en het niet naleven van contracten. Onder zijn impuls en met de steun van Sporta ontwikkelt zich medio 1963 binnen de christelijke vakbond ACV een rennerssyndicaat dat zich exclusief toelegt op de wielerwereld. Aangesloten renners kunnen een beroep doen op deskundig syndicaal advies in allerhande kwesties.
Nog in 1963 organiseert pater Van Landeghem de allereerste editie van het ‘ploegencriterium Van Landeghem’ in Beveren-Waas, thuisbasis van ex-Belgisch kampioen Petrus Oellibrandt. Nadien volgen er gedurende een tiental jaar overal in Vlaanderen nieuwe edities van het ‘ploegencriterium Van Landeghem.’ Uitgangspunt van de pater is een eerlijk premiesysteem in een eerlijke koers. Tot dan toe verdwijnt volgens de pater te veel geld in de zakken van tussenpersonen als managers en ploegleiders, geld dat eigenlijk de renners toe komt.
Renners die starten in zijn criterium kunnen rekenen op een startpremie en bijkomende premies naargelang hun ‘status’ (wereldkampioen, winnaar van een klassieker,...). Een goeie renner kon tijdens zo’n criterium naast een vast bedrag aan startgeld heel wat extra’s verdienen, terwijl lokale renners en/of knechten een garantie hadden op een startgeld van 1000 Belgische frank en bij een goeie prestatie ook extra centen konden binnenrijven.
Revolutionair hierbij is dat niks van het startgeld en gewonnen premies moet afgestaan worden aan managers en ploegleiders, een praktijk die tot dan toe schering en inslag is. In 1967 wordt het contract-systeem van pater Van Landeghem zelfs overgenomen door de Belgische Wielerbond en gebruikt als modelcontract!
Tijdens zijn gesprekken met renners wordt de pater al snel geraakt door vaak voorkomende problemen als een gebrek aan sociale bescherming, uitbuiting en het niet naleven van contracten.
Het Ploegencriterium zelf is geen traditioneel criterium waarbij een peloton rondjes maalt, maar wel een koers bestaande uit een ploegentijdrit, een individuele achtervolging of een puntenkoers als proloog, gevolgd door een rit in lijn. Het deelnemersveld bestaat uit ploegen van een drietal renners waarbij betere en mindere renners gemixt worden en samen strijden voor de overwinning.
Pater Jerôme Van Landeghem wil met zijn criteriums niet alleen werken aan een eerlijkere, meer faire betaling van alle renners maar tegelijk ook een faire sport en strijd bekomen, die meteen ook een voorbeeld moet zijn voor het publiek. De (wieler)sport – die in de jaren vijftig en zestig steeds meer deel gaat uitmaken van de ontspanningswereld van de man in de straat – moet volgens de pater “veredelen en meer mens maken”. Jerôme Van Landeghem slaagt in zijn opzet tot medio jaren zeventig, op een moment waar de druk en tegenwind van wielermanagers te groot wordt en veel renners eieren voor hun geld kiezen.
Deze bijdrage is gebaseerd op een in 2015 afgenomen interview met pater Jérome Van Landeghem en de bijdrage van Roger Suykerbuyck in De Spycker. Jaarboek van de koninklijke Heemkundige Kring Essen, uitgegeven in 2012. Met dank aan Roeland Hermans en Luc Vints, beiden verbonden aan het KADOC.
Decennialang vormt de jaarlijkse Sportabedevaart de definitieve prélude richting het nieuwe wielerseizoen. Honderden renners laten zich met het oog...
