Alexis Martin Callens werd geboren op 2 februari 1920 in Schuiferskapelle in de wijk Ratte. Al vanaf zijn veertien begon de koersmicrobe te kriebelen bij Alexis, maar om te kunnen koersen had hij materiaal nodig. Gelukkig ondersteunden zowel zijn ouders als de Tieltse ex-wielrenner Emeric Verhulst hem.
Emeric Verhulst was wielrenner net voor de Eerste Wereldoorlog en was na zijn carrière een fietswinkel begonnen in Tielt. Verhulst voorzag de jonge Alexis van een koersfiets en allerlei andere fietsbenodigdheden zoals banden en druivensuiker. Vermoedelijk zag Verhulst talent in Alexis waardoor hij hem hielp met materiaal. Enkele jaren later zou Verhulst gelijk krijgen, want Alexis werd Belgisch kampioen.
Alexis’ eerste volledige seizoen op de weg was in 1935 bij de beginnelingen onder de twintig jaar. Hij startte vol ambitie, maar de overwinningen volgden het aanstormende talent niet. Alexis droomde ervan om van zijn hobby zijn beroep te maken. Daarom rondde hij in datzelfde jaar zijn school af en trad hij toe tot de Tieltsche Sportclub. Het was daar dat Alexis voor het eerst proefde van het groepsgevoel tussen de beloftevolle regiogenoten.
De Tieltsche sportclub was opgericht in 1927 maar verdween echter rond het begin van de jaren veertig. Enkele decennia later zouden een groep fanatieke inwoners uit Tielt de club opnieuw oprichten. Daardoor is er nog altijd een levendig lokaal koersleven in Tielt.
In het begin van Alexis’ koerscarrière, maar eigenlijk doorheen zijn gehele carrière, trainde hij zijn koersbenen door brood van zijn vaders bakkerij rond te brengen bij de omliggende boeren. Volgens Alexis was dat genoeg training tijdens de winterstop waardoor hij, in tegenstelling tot veel wegcoureurs in de jaren dertig, niet aan veldrijden deed om zijn conditie op pijl te houden.
Hij was niet alleen sportief, maar ook sociaal actief in Tielt, onder andere bij de vermelde Tieltsche Sportclub. Daar stak Alexis logischerwijs als jongvolwassene en later als succesvol coureur al eens kattenkwaad uit, maar het was typerend voor Alexis dat hij over zijn zogenaamde “toeren” uit zijn jonge levensjaren later niet veel kwijt wilde.
Zijn kinderen omschrijven Alexis als een rustig en pragmatisch persoon. Toch vertelde Alexis op zeldzame momenten weleens een anekdote uit zijn koersperiode. Een daarvan was dat hij probeerde een vrouw te versieren door op zijn achterwiel te rijden met zijn koersfiets, maar de truc mislukte doordat zijn voorwiel uit de voorvork viel. Daarbij vertelde hij al lachend dat als het wel gelukt was, die vrouw anders hun moeder zou geweest zijn.
Doordat Alexis zich in de voorbereiding van zijn tweede wegseizoen beter begon te voelen op sociaal vlak, begon hij ook te scoren op professioneel vlak. In 1936 won hij namelijk twintig koersen en stond hij in totaal 39 keer op het podium. Toch was het pas vanaf 1937 dat het grotere publiek en de kranten aandacht voor hem kregen. Kranten prezen hem als een sterke coureur met veel uithoudingsvermogen waardoor hij zowel kon sprinten als lange ontsnappingen rijden.
Het Nieuwsblad omschreef hem op 27 juli 1938 als volgt: “Alex Callens is een van die taaie, maar goeie West-Vlamingen, geboren te Tielt, het sportieve stedeke met den bekenden Halletoren. Hij is niet opgewassen in de stadslucht, maar wel in de gezonde buitenlucht, die hem op zijn jongen ouderdom heeft weten te vormen tot een kloeken sterken renner, wiens krachten gemakkelijk mogen gemeten worden met deze van de beste kleppers.”
Volgens de pers waren zijn Tieltse afkomst, uitzonderlijk talent en gezonde levenswijze dus zijn drie sterkste kenmerken. Ook zijn kinderen vertelden nadrukkelijk dat hun vader weinig ongezond at en nooit rookte. Naast die drie kenmerken valt het op dat de krant Alexis aanspreekt als Alex. In kranten werd Alexis namelijk tijdens zijn carrière meestal aangesproken met Alex of met zijn bijnaam Lekske.
Alex Callens is een van die taaie, maar goeie West-Vlamingen, geboren te Tielt, het sportieve stedeke met den bekenden Halletoren.
Na het succesvolle 1936 kwam het topjaar 1937 voor Alexis. Toen werd hij namelijk Clubkampioen in Tielt en een paar weken later won hij in Merelbeke het Belgisch kampioenschap voor beginnelingen onder de twintig jaar. Die overwinning zorgde voor een nieuwe vlaag aan zelfvertrouwen bij Alexis, maar het zorgde er ook voor dat concurrerende renners hem goed in de gaten begonnen te houden. In totaal boekte hij 22 overwinningen in 1937, waardoor hij het nog beter deed dan het jaar ervoor.
Als veelwinnaar startte Alexis in 1938 als de te kloppen man, maar het seizoen startte moeizaam. Toch behaalde hij naar het einde van zijn koersseizoen toe toch een sterk totaal van zestien overwinningen. Daarbij hoorde onder andere zijn tweede overwinning in het Clubkampioenschap van de Tieltsche Sportclub.
Daarnaast loste hij de hoge verwachtingen in en volgde hij zichzelf in Roeselare op als Belgisch kampioen bij de beginnelingen onder de twintig jaar. Toch moest Alexis ook afrekenen met geduchte tegenstanders zoals Georges Vyncke die Alexis af en toe klopte in de sprint. Georges Vyncke was namelijk een betere sprinter dan Alexis. Daarom was Alexis’ strategie om al vroeger in de koers te ontsnappen en de koers te winnen op uithoudingsvermogen.
Na zijn drie topjaren wilde Alexis in 1939 zijn koerscarrière naar een hoger niveau tillen. Daarom waagde hij toen de overstap van de beginnelingen naar de junioren. Toch reed Alexis maar een deel van het seizoen bij de junioren. Hij startte namelijk zijn eerste tien wedstrijden in 1939 nog bij de beginnelingen. Bij de junioren bleven de overwinningen in eerste instantie uit. Dat was onder andere te zien aan zijn resultaat in de Ronde van Vlaanderen waar hij 47ste werd op een totaal van 60 coureurs.
De teleurstellende resultaten zorgden voor een deuk in zijn zelfvertrouwen, maar een vijfde plaats in de Trofee van Brasschaat bracht opnieuw moed. Die hernieuwde moed kwam nog sterker naar boven toen hij voor de derde keer Clubkampioen van de Tieltsche Sportclub werd. De zondag erna spurtte hij opnieuw naar de overwinning in Baarle-Drongen. Die overwinning was volgens de krant Het Volk onverwacht, maar Alexis liet zich niet van de kaart vegen en enkele dagen later behaalde hij nog een overwinning in Kruishoutem. Daar won hij opnieuw de spurt en na zijn overwinning nam hij ook kort de tijd om op de foto te gaan.
Naast de traditionele wegkoersen deed Alexis vanaf 1939 mee aan korte sprintwedstrijden van vijfhonderd en duizend meter. Ook daar eindigde hij af en toe op het podium. Uiteindelijk was Alexis’ start bij de junioren hobbelig, maar naarmate het seizoen vorderde, begon hij meer in zijn ritme te raken en behaalde hij betere resultaten.
Kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd Alexis gemobiliseerd bij het Belgische leger. Op 30 juli 1940 vertelde Alexis in een interview met de krant Het Nieuws van de Dag dat hij voorlopig stopte met koersen en blij was om heelhuids terug te komen van zijn mobilisatie. Toch vermelde hij ook dat hij graag opnieuw zou koersen, weliswaar als er een betere tijd aanbrak.
Tijdens de oorlog waren het namelijk moeilijke omstandigheden om te koersen. Het wegdek was slecht en er was onvoldoende materiaal zoals banden en kwaliteitsvolle fietskaders. Enkel met een contract bij een Franse wielerploeg was het financieel nog de moeite om professioneel bezig te zijn met wielrennen. Alexis was echter minder geïnteresseerd om te verhuizen naar een buitenlandse ploeg. Zijn focus lag op zijn lokale ploeg waarmee hij deelnam aan plaatselijke koersen in Oost- en West-Vlaanderen.
Halverwege de oorlog werden de Vlaamse jongeren opnieuw opgeroepen, ditmaal om verplicht te werken in Duitsland. Maar Alexis kreeg geen oproepingsbevel. Dat kwam vermoedelijk doordat hij meehielp in de bakkerij van zijn vader die essentieel was voor de bevoorrading van voedsel. Na de Tweede Wereldoorlog nam Alexis die bakkerij over, wat ook het definitieve einde van zijn wielercarrière betekende. Naast de overname van de bakkerij trouwde hij in 1945 ook met zijn vrouw, Bianca Baesen.
Na zijn wielercarrière werd Alexis dus bakker en in zijn vrije tijd verdiepte hij zich in diverse onderwerpen waaronder astrologie, algebra, klassieke muziek, de koers en schaken. Schaken deed hij zelfs zo fanatiek dat hij tot de Belgische toppers van zijn tijd behoorde. Daarbij bestudeerde hij de verschillende strategieën van grootmeesters via boeken.
Alexis wilde zijn passie graag overbrengen naar anderen. Hij leerde zijn kinderen verschillende schaakstrategieën aan en was voorzitter van de Tieltse Schaakclub. Om zijn schaaktalent te verbeteren, deed Alexis ook aan schaken via brieven met buitenlandse toppers onder andere uit Rusland. Die interacties zorgden ervoor dat hij geïnteresseerd raakte in verschillende talen, culturen en het verzamelen van buitenlandse, exclusieve postzegels.
Door al zijn passies beschrijven zijn kinderen Alexis als een intellectueel en leergierig persoon. Dat was, naast zijn uitgebreide interesses op latere leeftijd, ook al te zien aan zijn schoolresultaten in 1934. Bij een Staatsprijskamp behaalde hij namelijk de hoogste score van de Sint-Godelieve-School van Tielt met 295,5 op 375.
Na de Tweede Wereldoorlog nam Alexis die bakkerij over, wat ook het definitieve einde van zijn wielercarrière betekende.
Naast schaken bleef Alexis ook op latere leeftijd geïnteresseerd in de koers en dan vooral in de lokale koers bij de jongeren. Daarbij volgde hij onder andere de carrière van dorpsgenoot Sylvère Hellebuyck van dichtbij op. Zo gaf hij hem een van zijn oude koerskaders om hem te steunen, net zoals Emeric Verhulst bij hem had gedaan in zijn jonge jaren.
Alexis keek gedurende zijn gehele leven met nostalgische gevoelens terug op zijn koerscarrière. Zo deelde hij anekdotes of overwinningen van een bepaalde plek met zijn vrouw en kinderen als ze naar een plaats gingen in het weekend.
Een voorbeeld daarvan was een anekdote dat hij tijdens een wedstrijd een ronde voorreed op het peloton, maar een lekke band kreeg. Op dat moment zag hij een damesfiets langs de kant staan waarna hij besloot om een ronde op die fiets te rijden. De volgende ronde was zijn band gemaakt en kon hij verder rijden op zijn eigen fiets waarna hij de wedstrijd won.
Naast al die interesses hield Alexis de oude bakkerij van zijn vader open waar hij zijn bakkunst en zijn bekende specialiteit koekebrood kon perfectioneren. Met spijt in zijn hart moest hij zijn bakkerij in 1966 sluiten. De opkomst van nieuwe regelgeving en meer concurrentie door supermarkten zorgden ervoor dat het niet meer rendabel was, maar zijn vrouw hield wel de bijhorende dorpswinkel nog enkele jaren open.
Nadat de bakkerij sloot, begon Alexis te werken als plastiekbewerker bij het bedrijf Erta, waar hij tot zijn pensioen werkte. Nadat hij elf jaar van zijn pensioen had kunnen genieten, kreeg hij jammer genoeg pancreaskanker waaraan hij in 1991 overleed.
Door al zijn passies beschrijven zijn kinderen Alexis als een intellectueel en leergierig persoon.
Alexis Callens was meer dan een Tieltse jongen die koerste in de jaren dertig. Hij was een veelzijdige man met veel interesses, gaande van schaak tot klassieke muziek tot de kunst van het bakken, maar naast die talenten was hij ook een talentvolle coureur die gesterkt was door het landelijke leven.
Toch blijft de vraag hangen of zijn wielercarrière er anders had uitgezien als hij geen oproepingsbevel had gekregen om als soldaat te dienen in de Tweede Wereldoorlog. Zou hij dan nog altijd in de daaropvolgende jaren de bakkerij van zijn vader overgenomen hebben en dus zijn wielercarrière laten vallen of zou hij een topcarrière als coureur uitbouwen?
De Tweede Wereldoorlog beïnvloedde het leven van vele mensen op zowat alle vlakken. De oorlog tekende eveneens de wielerwereld die Jozef Vandeweghe...






