“Kunst is mij met de paplepel ingegeven. Mijn vader was kunstsmid en leerde mij al op jonge leeftijd heel wat kneepjes van het vak: modellen maken, lassen, werken met brons,… Bovenal besmette hij mij met het kunstenaarsvirus. Dat ik in de voetsporen van mijn vader stapte, is dus zeker niet verwonderlijk. Ik volgde een opleiding aan de Academie in Brugge en trok daarna naar Polen, om er stage te lopen”, vertelt hij.
Van een combine tussen kunst en sport is dan nog geen sprake. Al is sport geen ver-van-mijn-bed-show voor de jonge Fernand: “Ik begon als voetballer bij Club Brugge en doorliep er alle jeugdelftallen. Ik haalde zelfs een keer de selectie van de reserven. Maar daar bleef het wel bij.” (lacht)
De bekering naar de koers kwam er nadat Fernand zijn voetbalschoenen aan de haak hing: “Samen met een paar vrienden besloten we op een gegeven moment naar het Spaanse Compostela te fietsen. Een heuse onderneming, zeker omdat het in de zomer bloedheet was. Onze tubes zonken bijna weg in het smeltende asfalt!
Een aantal van mijn vrienden liet zich begeleiden door een mobilhome terwijl ik op voorhand al hotels op de route had vastgelegd. Ik had me goed voorbereid op deze onderneming en wilde me onderweg ook goed verzorgen door zeker te zijn van een degelijke nachtrust.
Wat je onderweg allemaal ziet: fenomenaal. Met de fiets naar Compostela, dat zou ik iedereen aanraden. Dat was niet alleen mijn mooiste reis maar eigenlijk ook de prestatie waar ik persoonlijk het meest trots op ben. Ik heb wel veel afgezien, omdat ik als niet-klimmer de Pyreneeën over moest. Maar ik kan één ding zeggen: zonder die reis ging ik nooit zo’n kenmerkende beelden kunnen maken. Die tocht heeft mijn leven veranderd.”
“De dag van de Ronde was een hoogdag voor mij. Dan was ik echt zenuwachtig. Wie gaat er naar huis met mijn trofee? Waar zal die terechtkomen? Eigenlijk moest ik mij daar niets van aantrekken, maar toch. Het was sterker dan mezelf. Ik ben een keer mee met de winnaar op het podium geweest na de aankomst. Maar was me dat een gedoe: drummen, duwen, notabelen die een goede plek op de foto willen… Dat is niets voor mij. Dus is het bij die ene keer gebleven.”
Dé uitdaging voor Fernand is om elk jaar met een variant op de proppen te komen: “Het was heel moeilijk om elk jaar iets anders te maken. In de winter dacht ik daar over na. Ik begon steeds met schetsen en werkte op basis daarvan enkele uitzaagsels en probeersels uit. Mijn atelier lag er dan vol mee. En dan moest je al die losse elementen als een puzzel in elkaar steken. Ik zorgde er wel voor dat ik dan eens een weekje afstand nam van mijn modellen, want anders zag je je eigen fouten niet meer.”
In het zog van de organisatie van de Ronde van Vlaanderen kloppen nog een aantal koersinrichters aan bij Fernand met de vraag naar een trofee. Dat is onder meer het geval bij de Driedaagse De Panne-Koksijde en de organisatie achter de Flandrien van het Jaar. Toch blijft vooral de trofee van de Ronde het meest tot de verbeelding spreken.
“Heel wat ministers kwamen een kijkje nemen in mijn atelier tijdens het maakproces van die trofee. Zelfs de Rode Duivels zijn hier eens op bezoek geweest. Bondscoach Robert Waseige (bondscoach tussen 1999 en 2002, nvdr. ) wilde zijn spelers wat kunst bijbrengen en vroeg me om eens met de ploeg op bezoek te komen toen ze in De Panne logeerden. Natuurlijk heb ik ingestemd.
Zonder die reis ging ik nooit zo’n kenmerkende beelden kunnen maken. Die tocht heeft mijn leven veranderd.
Met het beeld voor de 90ste Ronde van Vlaanderen in 2006 ben ik zelfs in Amerika geweest. Er werd daar op initiatief van de Vlaamse Regering een tentoonstelling georganiseerd in het Vlaams Huis in New York. Veel genodigden pakten mijn beeld vast, omdat ze allemaal de Ronde kenden. Ik vond dat ongelooflijk.
In opdracht van de Vlaamse Regering heb ik in 2024 ook een speciaal beeldje gemaakt dat de naam De Flandrien kreeg. De Vlaamse Regering wilde die beeldjes gebruiken als relatiegeschenk op het moment dat België voorzitter werd van de Europese Raad en Vlaanderen daardoor voorzitter werd van de Raad van Cultuur. Die beeldjes werden geschonken aan alle buitenlandse ministers van Cultuur.”
Fietsen doet Fernand intussen niet meer, al kan hij het maar niet over zijn hart krijgen om zijn Fondriest-koersfiets van de hand te doen. Ook de koers volgen doet hij niet meer langs de kant van de weg, maar wel via de tv: “Het was door naar de koers te gaan kijken dat de typische kenmerken van mijn beelden zijn ontstaan. Dat harde labeur, daar kan je toch alleen maar respect en bewondering voor hebben?
Ook mijn eigen ervaringen op weg naar Compostela hebben mijn manier van werken gevormd. Nu kijk ik zo veel ik kan naar de koers op tv. Zeker tijdritten volg ik met bijkomende belangstelling. Want tijdritfietsen zijn kunstwerken voor mij. En zeker in de tijd van Fabian Cancellara. Hoe die op een tijdritfiets zat: fantastisch toch!
Ik heb Fabian trouwens enkele keren ontmoet. Hij had een aantal van mijn trofeeën gewonnen en wilde mij leren kennen. Ik vond dat een prachtmens. Ik denk wel dat hij nog steeds een van mijn trofeeën in zijn living heeft staan. Verschillende renners hebben me trouwens al laten weten dat mijn trofee de enige is die een plek krijgt in hun huiskamer. De rest van hun bekers verhuist naar de garage van mama.” (lacht)
Zeker tijdritten volg ik met bijkomende belangstelling. Want tijdritfietsen zijn kunstwerken voor mij. En zeker in de tijd van Fabian Cancellara. Hoe die op een tijdritfiets zat: fantastisch toch!
Niet alleen Johan Museeuw en Fabian Cancellara hebben een speciale plek in zijn hart. Ook zijn voormalige voetbalploeg Club Brugge draagt hij nog steeds hoog in het vaandel. Wie goed rondkijkt in het atelier van Fernand bespeurt een abstract schilderij met het stadion van Club als centraal thema en een wedstrijdbal die onder meer de handtekening van Club-icoon Francky Van der Elst draagt.
“Ik heb ook al beeldjes gemaakt voor Club Brugge, die dan als cadeau worden aangeboden aan vertegenwoordigers van buitenlandse ploegen die hier komen spelen. Zo hebben FC Barcelona en Arsenal al een beeldje van mijn hand gekregen. Uiteraard vind ik dat leuk. Door mijn eigen verleden bij Club zal ik altijd een Clubman in hart en nieren blijven. Maar ik zit niet in zak en as als ze een match verliezen hoor, dat nu ook weer niet.” (lacht)
De Ronde van Vlaanderen 1993 betekent de doorbraak van Johan Museeuw als klassiek renner. Het is de eerste van zijn drie zeges in de Ronde en de...



