West-Vlaming Jonas Rickaert, al jaren een trouwe knecht bij Alpecin-Premier Tech, groeide op in Sint-Eloois-Vijve, een deelgemeente van Waregem. Als profrenner bij Topsport-Vlaanderen woonde hij een tijdlang in Lendelede, om zeven jaar geleden te verhuizen naar Beveren (Roeselare).
Samen met zijn vriendin, afkomstig uit Lichtervelde, ging hij toen op zoek naar een plek tussen Waregem en Roeselare. “Uiteindelijk is het Roeselare geworden”, vertelt Rickaert. “Het huis dat hier werd gebouwd, was helemaal onze stijl. Bovendien ligt het hier ideaal: in een rustige wijk, maar toch vlakbij de autosnelweg.”
Hoewel hij altijd een band had met Waregem, voelt Rickaert zich ondertussen helemaal thuis in zijn nieuwe stad. “Waregem vond ik altijd gezellig, maar Roeselare is groter en eigenlijk ook rustig. Je bent hier bovendien snel weg uit het centrum.” Voor Rickaert is het geen toeval dat hij zich goed voelt in de regio. De streek ademt volgens hem wielrennen.
“West-Vlaanderen is echt koersminded”, zegt hij. “Je merkt dat het volk hier enorm met de sport bezig is. Als je hier rondrijdt, herkennen mensen je sneller dan in andere steden. Het is opvallend hoe sterk de koers hier leeft. Het is gewoon een regio waar mensen veel meer van de koers houden.
Ook Museum KOERS hier in Roeselare bezocht ik al eens, samen met twee Zuid-Afrikaanse vrienden die enkele dagen bij mij logeerden. Voor hen is de koers iets wat ze vooral van op televisie kennen. In het museum konden ze de geschiedenis van het wielrennen eens van dichtbij beleven.
Voor mij zal het museum trouwens altijd een speciale plek blijven, want hier zijn mijn vrouw en ik ook getrouwd (de benedenzaal van KOERS fungeerde tijdens de verbouwingswerken aan het Roeselaarse stadhuis als tijdelijke trouwzaal, nvdr.).”
Een wedstrijd die er voor Rickaert met kop en schouders bovenuit steekt, is Dwars door Vlaanderen. De klassieker start in Roeselare en finisht in Waregem, twee plaatsen die voor hem bijzonder aanvoelen. “Dat is eigenlijk mijn enige echte thuiskoers”, zegt hij. “We starten in Roeselare en komen aan in Waregem. Voor mij voelt het letterlijk en figuurlijk als thuiskomen. Veel meer 'thuis' dan dat wordt het niet”, legt Rickaert uit.
Toch brengt die nabijheid ook extra stress met zich mee. "Ik ben voor die start altijd nerveuzer. Niet omdat het moet van de ploeg, maar omdat ik het zelf zo goed wil doen voor de mensen die ik ken en die speciaal komen kijken. Jammer genoeg ben ik er nog nooit echt top geweest, misschien juist door die bijkomende stress. Maar het blijft een droom om daar ooit diep in de finale te zitten."
In het peloton staat Rickaert bekend als een betrouwbare ploegmaat, iemand die zich volledig in dienst stelt van de kopmannen. Bij Alpecin-Premier Tech rijdt hij vaak in functie van toppers zoals Mathieu van der Poel en Jasper Philipsen. Voor Rickaert is die rol een bewuste keuze. Waar hij vroeger zelf voor de winst reed, heeft hij dat kopmanschap nu volledig losgelaten.
“Veel mensen vragen of het niet lastig is om een sprint aan te trekken en niet zelf te sprinten, maar ik ken mijn eigen capaciteiten en weet dat ik geen massasprints kan winnen. Ik ben niet explosief genoeg. Sprinters pieken wel tot 1.600 watt, maar dat kan ik niet. Ik kan wel heel lang snel rijden. Als ik een minuut lang 1.000 watt rijd, komen er niet veel meer naast me rijden. Dan help ik liever om de sprinter goed af te zetten.” Als ‘zijn’ sprinter vervolgens de handen in de lucht mag steken, voelt dat voor hem ook als een persoonlijke overwinning. “Als iemand van de ploeg wint, betekent dit dat ik mijn werk goed heb gedaan.”
Toch verliep Rickaerts carrière niet zonder tegenslagen. Zo brak hij twee keer zijn sleutelbeen en moest hij meerdere knieoperaties ondergaan. De zwaarste klap kwam echter met een probleem aan de liesslagader, een aanslepende blessure die zijn carrière zelfs even aan een zijden draadje deed hangen.
“Dat was een zware ingreep”, vertelt hij. “Maar het heeft me ook doen relativeren. Ik besef nu hoeveel geluk ik heb gehad dat het opgelost kon worden en dat ik intussen terug op niveau ben geraakt.” Die ervaring beschouwt Rickaert tot op vandaag nog steeds als zijn grootste overwinning. “Dat ik opnieuw goed presteer, zie ik als mijn grootste overwinning. Die ingreep heeft mijn carrière gered. Zeker als je verhalen hoort van andere renners die met dezelfde blessure te maken hebben."
Na een lange weg met specialisten in Eindhoven en Aalst is hij begin 2026 sterker dan ooit. "Ik heb een goede winter gehad in Spanje en voel me klaar voor het voorjaar." In 2026 is Rickaert nota bene toe aan zijn dertiende profseizoen. De waardering voor zijn werk als wegkapitein en lead-out is groot want intussen heeft hij een nieuw contract beet, dat hem zeker tot eind 2028 bij Alpecin houdt.
Soms klikt het tussen een coureur en een koers. Omdat het parcours hem op het lijf geschreven is, deel uitmaakt van zijn vaste trainingsroute of...



