Ronde van Frankrijk
retro

Josiane Vanhuysse. Portret van een bescheiden kampioene

door Valerie Van Avermaet op 12 juli 2021
In 1985 triomfeert Josiane Vanhuysse tijdens de vijfde rit van de Tour de France Féminin, beter bekend als de Ronde van Frankrijk voor dames. Goed voor de eerste Belgische vrouwelijke ritzege ooit in de Tour. Josiane omschrijft zichzelf als een buitenbeentje en voert het liefst van al gewoon alledaagse gesprekken. Toch gaf ze ons een intieme inkijk in haar leven.

Haar ritwinst in de Tour dateert al van meer dan 35 jaar geleden. Intussen is Josiane Vanhuysse 66 jaar, maar de tijd lijkt geen vat op haar te hebben. Ze ziet er nog altijd even sportief en zelfs afgetraind uit. Achter ons speelt de televisie, de vrouwen zijn er bezig met de veldrit in Leuven. Ze vindt het fantastisch dat de populariteit van het vrouwenwielrennen de laatste jaren alleen maar is gestegen. Zelf startte ze in een tijd waarin vrouwen op een koersfiets nog curiosa waren. Evident was het allerminst. Dat besefte Vanhuysse ook, maar ze trok er zich weinig van aan. Twintig jaar lang proefde ze van wat ze zelf een bevoorrecht leven noemt met als resultaat een carrière met hoogtes, maar ook onvermijdelijke laagtes.

“Ik zie dat je veel vragen hebt. Daar ben ik blij om want eigenlijk ben ik niet zo’n prater”, steekt de onzekere Josiane van wal. De geboren en getogen West-Vlaamse straalt eenvoud uit. Eenvoud en synoniemen ervan, ons gesprek staat er bol van. Ze heeft de gave om zichzelf op heel veel vlakken te onderschatten. Met haar hond Sterretje op haar schoot, is Vanhuysse wat meer op haar gemak. De twee zijn onafscheidelijk. Net zoals Vanhuysse ook onlosmakelijk verbonden is met Wervik, een stadje aan de grens met Frankrijk. “Ik ben geboren in de Briekenhoek, een beetje buiten Wervik. De stad ligt mij zeer nauw aan het hart. Later verhuisden we naar café Excelsior in de Speiestraat. Toen het café ophield te bestaan, keerden we terug naar de Briekenhoek en nu woon ik opnieuw in de Speiestraat.”

Buitenbeentje op de fiets

Vanhuysse leeft dus – figuurlijk ─ onder de kerktoren, maar tijdens haar wielercarrière ziet de Wervikse wel andere delen van de wereld. In haar familie koerst er niemand, maar de ouders van Josiane houden wel jarenlang café Excelsior in Wervik open. In die tijd is daar een wielertoeristenclub gevestigd. Dankzij die club krijgt Vanhuysse de wielermicrobe te pakken. “Ik was een jaar of twintig toen ik voor het eerst met de wielerclub meeging. Op mijn 24ste heb ik dan beslist om de stap te zetten naar de koers. Ik was heel gedreven om toch nog mijn kans te wagen bij de dames.”

Ik ben echt verliefd op de tweewieler, dat was al zo van kleins af aan. Ik was bijvoorbeeld hevige fan van Eddy Merkx. Toen hij in 1969 zijn eerste Tour won, was ik erbij in Parijs.
Josiane Vanhuysse

Vanhuysse voelt wel al voor haar twintigste dat ze heel graag fietst. Vrouwen konden in die tijd nog niet leven van het wielrennen, daarom werkt ze buiten de koers bij De Post. “Ik had speciaal voor postbode gekozen omdat dat met de fiets was. Ik ben echt verliefd op de tweewieler, dat was al zo van kleins af aan. Ik was bijvoorbeeld hevige fan van Eddy Merkx. Toen hij in 1969 zijn eerste Tour won, was ik erbij in Parijs.” De gesloten Josiane vindt in de fiets de ideale bondgenoot. “Ik ben altijd al een buitenbeentje geweest. Dat is nog een van de redenen waarom ik voor postbode koos, ik was graag alleen. Je komt als postbode wel bij veel mensen, maar nooit lang. Het blijft bij oppervlakkige gesprekken. Meer hoefde dat niet te zijn voor mij.”

Eenmaal Josiane beslist heeft te willen koersen, krijgt ze thuis alle steun die ze nodig heeft. Moeder Simone wordt supporter nummer één. “Vanaf de sluiting van het café ging mijn moeder heel vaak mee naar de koers. Soms ging mijn zus mee, of een vriendin. Ik reed wel zelf met de auto, maar was nooit alleen. Ik volgde ook een cursus van hulptrainer om zo toch een beetje mijn eigen trainingsschema’s op te kunnen stellen. Daarna heb ik het geluk gehad dat ik een goede sportdokter (Jan Derluyn, nvdr) kende die ook wielerlegende Jean-Pierre Monseré onder zijn hoede had. Hij gaf me trainingsschema’s en begeleidde mij. Vanaf dan was ik vertrokken, ik ben er hem nog steeds dankbaar voor.”

Doorbraak

In 1975, het eerste jaar dat Josianne bij de elites rijdt, sterft haar vader Albert. Voor de 22-jarige is dat een extra motivatie om door te gaan. “In die periode werd in Wervik een dameskoers ingericht, de eerste Grote Prijs Albert Vanhuysse. Mijn vader had in de winter nog rondgereden om er sponsors voor te zoeken. Dat was een extra reden om mijn kunnen te tonen en om verder te doen.”

Tijdens haar eerste seizoen doet de renster vooral ervaring op: “Het eerste jaar was ik nog niet echt goed. Ik moest veel lossen en vechten om er weer bij te komen om dan wat later opnieuw te moeten lossen. Tijdens mijn tweede jaar besefte ik dat ik moest demarreren en alleen moest wegrijden, anders zou het niet lukken. Ik mocht niet wachten op de spurt.” In 1977, amper twee jaar nadat ze is gestart bij de elitedames, wint ze haar eerste koers. Het jaar daarop mag ze al twee keer zegevieren.

De West-Vlaamse is een karakterrenster. Zelf vergelijkt ze haar stijl met die van Briek Schotte, hoekig en altijd werkend. Vanhuysse is een echte flandrien en moet het hebben van lastige koersen. “In slecht weer voelde ik me in mijn element. Ik kon niet spurten dus moest ik het op een andere manier doen. In het begin van het seizoen en op het einde als het kouder was, dan was ik bij de betere. Bijna alle koersen die ik heb gewonnen, waren in de regen. Ik trainde wel op sprinten, ik vroeg zelfs aan de sportdokter hoe ik mijn sprint kon verbeteren. Zijn antwoord was duidelijk: dat zal je nooit lukken. Blijkbaar waren mijn spieren gebouwd om te klimmen en niet om te spurten. Ik heb ermee moeten leren leven.”

Topjaar ‘85

Eenmaal Vanhuysse door heeft hoe ze kan winnen, pikt ze elk jaar wel een of meerdere overwinning(en) mee. In 1985 kent ze haar topjaar. Josiane wordt onverwacht Belgisch kampioen en wint onder meer een rit tijdens een driedaagse in Italië. Dat jaar kan de Belgische wielerbond voor het eerst ook een delegatie afvaardigen naar de Tour de France Féminin (°1984), een creatie van Tourbaas Félix Lévitan. Samen met Nadine Fiers, Greta Fleerackers, Marina Mampay, Maria Herijgers en Ingrid Mekers mag Vanhuysse van start gaan in La Grande Boucle.

Zo krijgt ze op 32-jarige leeftijd de kans om deel te nemen aan de Tour de France Féminin, waar ze meteen een rit weet te winnen. Als eerste Belgische ooit! Niet die historische overwinning is haar het meeste bijgebleven, wel de Franse cols. Het typeert Josiane. “Bergen beklimmen is een metafoor voor het leven. Als je iets wilt bereiken, dan moet je een berg op. Het gaat nooit vanzelf. In het leven heb je een doel, maar de weg ernaartoe is niet altijd gemakkelijk. Eens je boven bent is het fantastisch. Dat besefte ik tijdens de Tour. Ja, ik heb alles uit mijn carrière gehaald, ik ben op die berg geraakt.”

“Ik herinner mij die Tour nog goed. De dag voor mijn etappezege reden we een individuele tijdrit en die was niet goed verlopen. Ik eindigde pas als 45ste.” Hier en daar wordt er gefluisterd dat Josiane zich tijdens die race tegen de klok had gespaard met in het achterhoofd de rit naar Nancy. Daar moet ze echter om lachen. “Ik had echt gewoon een slechte dag. Er haperde ook iets aan mijn versnelling, het liep niet zoals het moest. Die tijdrit was trouwens in Reims, mijn familie was zelfs komen kijken en net dan had ik een offday. Gelukkig heb ik dat de dag erna goedgemaakt. Al was mijn familie dan helaas terug naar huis.”

Vainqueur d'etappe Tour de France

De dag dat Vanhuysse haar offday goedmaakt, snijdt het peloton de Vogezen aan. Het is de eerste echte zware rit van die Tour, over een afstand van 102,4 km en met aankomst op de Côte de Chavigny. De West-Vlaamse doet haar relaas. “De Nederlandse kampioene Thea van Rijnsoever was ontsnapt (zij was tijdens die Tour al tweede geworden in de derde etappe, nvdr). Ik ben er alleen naartoe gereden. Ik reed in de Belgische trui en Thea in de Nederlandse trui dus we waren wel een mooi duo. Zonder praten hadden we direct een afspraak. Zij was zwaarder gebouwd dan ik. Dus zij nam de afdalingen voor haar rekening, terwijl ik bergop tempo maakte. Gelukkig voor mij was de aankomst bergop. Na vijftig kilometer in de ontsnapping reed ik de laatste drie kilometer solo, zonder omkijken. Het peloton zat mij echt op de hielen, maar dat besefte ik pas na de aankomst.”

Zo mag Vanhuysse dus in de nationale driekleur op het Tourpodium. De Française Jeannie Longo wordt nog tweede, de Belgische Fleerackers derde. “We ‘vierden’ die overwinning heel sober. Samen met de ploeg namen we een foto en daarna aten we iets. Het was kalm, gewoontjes. Toen we in het hotel waren, zagen we een kapelletje. Daar hebben we ons boeket bloemen ingelegd. Dat was het.”

Toch is ze nog steeds trots op wat ze heeft bereikt, getuige daarvan zijn de trofeeën die nog steeds op haar kast prijken. “Dat vlaggetje daar op de kast naast de andere bekers, kreeg ik na die ritoverwinning. Het kostte wellicht niet veel, maar voor mij is het toch veel waard. (Leest voor wat erop staat, nvdr) Vainqueur d’etape Tour de France, dat is toch mooi?”

4 A
We ‘vierden’ die overwinning heel sober. Samen met de ploeg namen we een foto en daarna aten we iets. Het was kalm, gewoontjes.
Josiane Vanhuysse

Mentale moeilijkheden

Na haar boerenjaar in 1985 komt Vanhuysse langzaam in een neerwaartse spiraal terecht. Van 1987 tot 1992 wint ze geen enkele wedstrijd. Na lang aarzelen vertelt ze de reden van die mindere periode: “Het was een mentale kwestie. Na mijn tweede deelname aan de Tour werd ik plots niet meer geselecteerd. Ik was toen al 34 en de jeugd kwam een beetje op, maar ik was zeker nog goed genoeg. Ik ben een West-Vlaming en dat jaar (1987, nvdr) was er een andere coach aangesteld, uit Brussel. Ik denk dat dat de reden was van die plotse niet-selectie. Mentaal had ik daar moeite mee. Ik ben wel blijven fietsen, maar je moet zowel mentaal als fysiek top zijn. Als ik mentaal geen honderd procent was, dan ging het niet. Ik kon dan ook heel bot zijn. Tegen iedereen, zelfs mijn familie moest het ontgelden. Ik heb vaak gezegd dat ze mij met rust moesten laten. Daar heb ik nu spijt van. Als ik één ding anders kon doen, zou dat het zijn. Gelukkig heb ik die periode kunnen overwinnen, al heeft het wel veel moeite gekost. Ik kon toen steeds bij mijn sportdokter terecht en hij heeft mij erdoor getrokken. Ik was mentaal zeer broos en hij was een van de weinigen die dat wist. Hij was een man die daar rekening mee hield. Hij vond dat geestelijke aspect ook zeer belangrijk.”

“Ik hoor nog wel van andere sportmensen dat ze bot kunnen zijn als het niet gaat. In je sport ben je anders dan in het gewone leven. Op de fiets was ik een beetje mijn eigen tegenpool, in topsport is het nodig om tot het uiterste te gaan. Ik was ook een extreem trainingsbeest. Je moet streng zijn voor jezelf en soms ben je dan ook streng voor iemand anders.” De mens Vanhuysse verschilt dus wat van de sporter Vanhuysse. “Op de fiets was er een gedrevenheid, maar als mens ben ik echt verlegen, nog steeds. Er zijn weinig mensen die mij echt kennen. Zelfs nadat ik een rit had gewonnen in de Tour, was ik bij de stillere van de ploeg. Ik kon heel gefocust zijn en dan wou ik niet veel praten omdat ik bang was dat ik dan afgeleid zou worden. Ik zat vaak in mijn cocon.”

Zonder moeder Simone

Uiteindelijk worstelt Vanhuysse ongeveer vijf jaar lang met zichzelf, maar 1992 betekent een ommekeer voor haar. Ze kan eindelijk weer juichen. “Er was opnieuw een andere coach en ik werd weer geselecteerd. Vanaf dat moment ging het beter en reed ik opnieuw resultaten.” Maar in 1996 is het dan toch helemaal op bij de West-Vlaamse. Na twintig jaar in de wielerwereld houdt het voor haar abrupt op wanneer haar moeder sterft. Terwijl de dood van haar vader een motivatie was om door te zetten, zet het overlijden van haar moeder Vanhuysse aan tot stoppen. De Wervikse zet op haar 44ste een punt achter haar carrière en tuimelt in een zwart gat. “Mijn moeder kwam zo goed als altijd mee naar de koers, ik kon het niet meer opbrengen om zonder haar die verplaatsingen te maken. Dat koersmilieu zonder haar, dat ging niet meer. Het was niet hetzelfde.”

Moeder Simone verlichtte tijdens die twintig jaar de druk voor haar dochter. “Wanneer we toekwamen op een koers was mijn moeder de zon, ze was zo graag gezien. Ik kon rustig mijn ding doen terwijl zij met iedereen stond te praten. Ik stond niet graag in de schijnwerpers, zij des te meer. We waren een goed duo. Een beetje elkaars tegenpolen dat wel, maar ze begreep mij. Ze liet mij zijn wie ik was. Mijn zussen en ik hadden geluk met zo’n ma.” Nadat Vanhuysse is gestopt met koersen, raadt haar sportdokter haar aan om nog een paar jaar aan duatlon te doen. “In het duatlon kende ik niemand, dat ging beter. En zo bleef ik bezig, al was het plezier wel minder.”

Na haar avontuur in het duatlon kiest de West-Vlaamse opnieuw voor het wielrennen, deze keer bij de jeugd. Bij de jeugdrenners van CT Force Wervik gaat Vanhuysse in 2012 aan de slag als gediplomeerd trainster. Ze legt er het accent op mental coaching. “Ik ging zelf mee met de trainingen en fietste altijd achteraan om de gastjes die het moeilijk hadden erdoor te sleuren. Tijdens de moeilijke periode in mijn carrière besefte ik dat het mentale aspect zeer belangrijk is in topsport.”

Intussen is Vanhuysse ook daarmee gestopt. Van het fietsen zelf kan ze nog geen afscheid nemen. “Ik fiets nog elke dag. Niet meer met een echte koersfiets, maar met een gewone of een sportfiets. Naar de supermarkt ga ik bijvoorbeeld met de fiets. Verder bol ik ook nog veel naar Ieper, Roeselare of het Heuvelland. Ik probeer dagelijks rond de vijftig kilometer te fietsen, een uitlaatklep. Zowel fysiek als mentaal.

Kampioene van het hart

Eind 2018 wordt Vanhuysse uitgeroepen tot ereburger in haar woonplaats Wervik. Dat verrast haar. “Die titel hoefde niet, maar de erkenning is wel leuk. Ik had dat hoofdstuk al afgesloten, maar dat de mensen van Wervik mij blijven steunen, ook na al die jaren, dat doet me wel iets. Nu pas besef ik wat er in die tijd allemaal gebeurde, hoe zij het hier hebben beleefd. Ik wist toen niet wat het betekende dat ik een Tourrit had gewonnen Nu wel. Als je in de Tour zit en een rit wint, stap je op het podium, je gaat er weer van en het is voorbij. De volgende dag wint iemand anders. Nu voel ik dat het hier nog steeds leeft. Het is meer dan 35 jaar geleden en toch… De mensen zeggen nu zelfs nog meer dan vroeger ‘Ik herinner mij nog die dag, we hebben nog samen gefietst.’ Zelfs jonge mensen zeggen ‘Ik ben de zoon en de kleinzoon van die en mijn pa heeft nog met u gefietst.’ Ik geniet daar wel van.”

Schepen Philippe Deleu noemt Vanhuysse tijdens die huldiging ‘de kampioene van de sport, de kampioene van het hart’. Voor wie nog twijfelt: “Ik wil graag bescheiden overkomen, eenvoudig. Gewoon recht voor de raap. Proberen recht te blijven, geen zever. Ik weet niet of ik echt zo overkom, ik hoop het. Als wielrenster kan ik Wervik niets meer bijbrengen, maar als mens misschien wel. Door die huldiging besef ik dat ik als mens ook graag gezien was, al weet ik niet waarom. Die menselijke kant van die erkenning, dat ze ergens iets appreciëren aan mij, dat heeft mij absoluut diep geraakt.”

Deze website gebruikt cookies om uw surfervaring te verbeteren. Meer info.

serviceKoers

Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.