longread
interview

“Witte raaf” Michel Vaarten, Europees pionier en wereldkampioen keirin: “Laten zien dat je de beste bent, is geweldig”

12min leestijd   door Erben Decleir op 13 januari 2026
Dat hij de beste Belgische keirinrenner ooit is, is makkelijk te staven. Geen enkele andere man stond ooit op het WK-podium, Michel Vaarten drie keer. Toevallig was dat niet, want hij mocht als een van de eerste niet-Japanners proeven van de discipline. Maar hij is meer dan dat, ook een man met fond én een olympische medaille, die kon blijven gaan en die ondanks de directe successen “een schop onder zijn gat” kon gebruiken.

20 juli 1976. De velodroom in Montréal is aardig volgelopen voor de openingsdag van het olympische toernooi in het baanwielrennen. Een primeur, want voor het eerst ooit vindt die competitie plaats op een piste met een volledig gesloten dak.

De finale van de kilometer tijdrit kleurt de sessie, met een Belg in de hoofdrol. Al vroeg komt een 19-jarige nieuwkomer op de baan: Michel Vaarten. Op een gigantisch verzet rijdt hij naar 1’07”516, een snelle zilveren tijd zal blijken.

Lang was de jonge Vaarten de snelste van allemaal. Onder meer de Deense titelverdediger Niels Fredborg beet zijn tanden stuk op de tijd. Het gevaar kwam uit Oost-Duitsland, want Klaus-Jürgen Grünke stond als laatste starter klaar. Een trage start deerde de regerende wereldkampioen niet. Met een bonus van anderhalve seconde hield hij de Belg van goud.

Was het zilver voor Michel Vaarten een verrassing? Jazeker, maar de ambitieuze Belg reisde niet af naar Canada voor sfeer en gezelligheid. “Ik ging niet naar de Spelen om zomaar mee te doen. Er kan vaak zo’n witte raaf als ik uit de lucht vallen, en dan staat die daar”, verklaart Vaarten.

Een witte raaf, een stempel die hij misschien liever langer had gehad. Verwachtingen waren groot, de doelen werden uiteindelijk bereikt, met dank aan het Land van de Rijzende Zon.

Trottinette van Sercu

Het eerste zaadje werd geplant in het Sportpaleis, toen de AFAS Dome nog de Zesdaagse van Antwerpen ontving. De kleine Michel leerde er het baanwielrennen kennen.

“Als klein manneke ging ik eens naar de Zesdaagse van Antwerpen met mijn vader”, vertelt Vaarten. “Dat was in de tijd dat (Patrick) Sercu nog koerste. Na een van de wedstrijden, ik denk de afvalling, mocht Sercu een lotje trekken omdat hij de koers won. Het toeval wou dat ik dat lotje had. Aan dat lotje was een prijs verbonden, dat was een trottinette.”

Dat eerste contact met koers is Vaarten bijgebleven. “Als 7-jarige manneke ging ik altijd met die step naar school, tot ze eens gepikt werd. Dan was het natuurlijk een groot drama”, lacht hij.

Die mannen verstonden dat niet, wat die kleine aap deed.

En toch was er relatief lang geen sprake van de wielrenner Michel Vaarten. Zwemmen en voetbal maakten pas op 14-jarige leeftijd stilaan plaats voor koers. “Ik heb nooit bij de jeugdcategorieën gereden, maar wel bij een lokale vereniging. Dat was samen met mijn vader. In de winter deden we de meervoudige sporten, met daar ook atletiek en zwemmen bij.”

Als junior maakte hij meteen indruk tussen de grote mannen in zijn vereniging, in de kilometer tijdrit. “Ik won al bij de profs. Die mannen verstonden dat niet, wat die kleine aap deed. Toen werd duidelijk dat het competitiegehalte wel degelijk in mij zat.”

In 1976 begon het echt. Vaarten wilde prof worden, maar eerst was er nog de obligate tussenstap bij de amateurs. Met de Olympische Spelen in Montréal had hij zo wel meteen een eerste doel. “Ik heb een paar statements neergezet in dat jaar. In Londen heb ik John Nicholson geklopt, hij was op dat moment wereldkampioen in de sprint bij de profs. Ik reed ook een recordtijd in Zürich, op de buitenwielerbaan van Oerlikon.”

De voortekenen waren gunstig, maar toch leek Montréal verder weg dan gehoopt.

Canada

Toppers hebben tegenwoordig snel een olympisch ticket op zak, voor de jonge Vaarten was het heel lang wachten. Pas minder dan twee weken voor zijn wedstrijd kreeg hij groen licht van het BOIC. “Het was een beetje een politiek spelletje, want als een Vlaming ging, moest er ook een Waal gaan. Ik weet nog goed dat er een Waal de achtervolging reed. Het was Jean-Louis Baugnies die met mij naar de Spelen mocht gaan.”

En zo kon ook Vaarten afreizen naar Canada, voor deelname aan de kilometer tijdrit. “Ik ging voor een medaille. Dat was misschien wel hoog gegrepen, maar het was mijn doel. Ik ging niet zomaar naar de Spelen om mee te doen.”

Je moest 22 jaar zijn om over te stappen. Ik heb nog een hele tijd moeten door spartelen bij de liefhebbers.
Michel Vaarten

Het was ook niet zomaar meedoen. In zijn eerste grote wedstrijd deed Vaarten monden openvallen, opnieuw op die 1.000 meter tegen de klok. Hij keerde met olympisch zilver terug naar België. “Ik was uiteraard superblij met mijn zilveren medaille. Het was totaal onverwacht, dus dan is die verrassing nog zo groot.”

Thuis wachtte een grootse ontvangst. Een bus bracht hem van de luchthaven meteen naar ‘zijn’ Turnhout, dat op zijn kop stond. “Ik ben heel goed ontvangen geweest”, herinnert Vaarten zich nog.

Hij mikte wel nog hoger, maar moest geduld uitoefenen. “Prof worden, dat was mijn ambitie. Ze hadden mij gevraagd om amateur te blijven tot de Spelen van Moskou, maar ik wilde absoluut prof worden. Op dat moment moest je 22 jaar zijn om te kunnen overstappen.”

“Ik heb dus nog een hele tijd moeten door spartelen bij de liefhebbers, nu zijn dat de elites zonder contract, maar dat was geen probleem. Ondertussen heb ik nog veel jeugdzesdaagsen gedaan en gewonnen. Dat ging wel goed”, blikt Vaarten glimlachend terug.

Wereldreiziger op een fiets

Meteen een grote prijs pakken in het eerste jaar blijkt een geslaagd recept te zijn. Op het eerste WK van Vaarten bij de profs was het al raak: brons in de sprint, toen nog vooral gekend als het snelheidsnummer.

“Dat was niet echt iets waar ik naartoe gewerkt had”, kijkt hij nuchter terug. “Ik heb de halve finale verloren tegen Nakano (tienvoudig wereldkampioen sprint, red.), natuurlijk de zwaarste concurrent. Dan moest ik voor plaats 3 en 4 rijden, ook tegen een Japanner, en heb ik gewonnen. Dat was eigenlijk ook wel een opsteker.”

We verdeelden onze prijzenpot, anders krijg je jaloezie.
Michel Vaarten

Die prestatie veranderde en redde uiteindelijk zijn carrière. Vaarten kwam in aanraking met keirin, een sprintdiscipline die dan nog maar net overwaaide vanuit Azië. “Omdat ik op het WK een aantal Japanners geklopt had in de sprint, kreeg ik een uitnodiging om in Japan te gaan koersen.”

Hij was een van de buitenlandse pioniers in 1979 die zich waagde aan het Japanse keirincircuit. “Daar is er een volledig andere mentaliteit. Het is een zeer speciaal volk dat niet alles zegt, ze zullen hun emoties niet direct tonen. Alles verloopt volgens een scenario, alles staat uitgeschreven. Ik ga niet zeggen militaristisch, maar zeer gedisciplineerd.”

En toch ging Vaarten ieder jaar terug. “Omdat het echt mijn ding was, maar langs de andere kant was het ook een goede bron van inkomsten. Ik heb daar goed mijn boterham verdiend. Maar je moet zorgen dat de mannen die mee zijn, ook content zijn. Dus verdeelden wij onze prijzenpot, anders krijg je jaloezie.”

Van programmavulling met andere buitenlanders promoveerde hij – via een verplichte opleiding – naar strijden tegen Japanners. Jarenlang kleurde hij de koersen voor volgepakte tribunes, terwijl hij met zijn collega’s - die vrienden werden – door Japan reisde. De jongen uit het verre België werd populair in het Land van de Rijzende Zon, getuige daarvan de gekregen samoeraizwaarden die hij met veel trots toont.

In eigen land ging het iets minder goed. Na zijn triomf in Antwerpen in 1979 bleven de successen uit in de (toen) o zo belangrijke zesdaagsen. “Ik heb een beetje gesukkeld met mijn gezondheid. Het bleek dat dat een chronisch ontstoken appendix was. In 1980 ben ik nog Europees kampioen geworden in de ploegkoers, ’81, ’82 en ’83 waren de jaren waarin het wat stilletjes was.”

Even stopte hij zelfs in de winter van 1984, want Vaarten kreeg geen uitnodigingen meer voor de zesdaagsen. “Ik zag het niet meer zitten. Het was echt een moeilijke periode.” Daarbovenop verloor hij zijn schoonvader Achiel Buysse, drievoudig winnaar van de Ronde van Vlaanderen en toen eigenaar van een fietsenwinkel. “Wij woonden naast hem. Ik heb toen beslist om verder te doen met de winkel.”

Als je niet vooraan startte, kon je er nooit geraken. Het bleef hard gaan.
Michel Vaarten

Een definitief einde was het niet, want het keirin hield hem recht. “Dan kreeg ik opnieuw die uitnodiging uit Japan, dus was ik weer vertrokken”, haalt Vaarten nog altijd opgelucht adem. “Dat was niet meer te combineren, dus hebben we beslist om te stoppen met de fietsenwinkel.”

Dat was niet zijn laatste buitenlandse avontuur. Vanaf 1986 was hij een vaste klant in de Amerikaanse wegcriteriums, dankzij contracten van lokale sponsors. “Dat was mijn ding, kort en hard. Als je niet vooraan startte in een criterium, kon je nooit vooraan geraken. Het bleef hard gaan. Hier werd er ook wel aan een goed tempo gereden, maar daar was dat op leven en dood.”

“Er was eens een criterium in Californië en ze zetten mij achteraan, en dat was soms met 200 man. Ik zeg: mij gaan ze niet liggen hebben. Ik liet mijn tube wat af, zodat ik met een platte band reed, want dan kreeg je een ronde vergoeding. Ze startten, hup, ik kwam binnen met een platte band en ik pikte vooraan mee in. En ik heb die koers nog gewonnen ook!”

Dieet van Sercu

Maar de carrière van Vaarten bevatte veel meer dan zijn gekende reizen naar Japan en de VS. Hij verzamelde nog eens vier WK-medailles, met niet toevallig 1986 als hoogtepunt. Hij reisde bewust vijf weken voor het wereldkampioenschap op de piste af naar Colorado Springs.

“Ik was daar al alleen, op 2.000 meter hoogte. De nationale ploeg kwam drie weken voor het kampioenschap aan en ik weet het nog goed. Sercu (toen bondscoach, red.) zag mij en zei: ‘Godverdomme, je staat te zwaar’ en hij heeft me meteen op regime gezet.”

Vier kilo lichter stond hij als favoriet aan de start van het keirintoernooi. Vaarten was een expert in de nieuwe Japanse discipline, maar een medaille pakken lukte nog niet. Via de herkansingen plaatste hij zich voor de finale, waar alles op z’n plek viel.

“Ik had een goede kameraad, een Amerikaan”, herinnert Vaarten zich. “Omdat ik ook veel had gedaan voor hem in de jaren voordien, heeft hij voor mij de sprint een beetje aangetrokken. Niet tegenstaande heb ik toch nog 200 à 250 meter op kop moeten rijden. Ze kwamen niet meer aan de braquet.”

Met zijn eerste wereldtitel op zak mikte Vaarten op meer eremetaal in de puntenkoers. “Mijn conditie was zodanig goed en ik had me eigenlijk op de twee disciplines een beetje voorbereid.” Eén nadeel: zijn grote concurrent (en titelverdediger) Urs Freuler had bondgenoten, hij niet.

“Ik had wel een andere Belg in de wedstrijd, Roger Illegems, maar daar waren geen afspraken over gemaakt. Roger reed zijn koers en ik reed mijn koers. Op een gegeven moment zou je denken dat hij zal aantrekken, want ik stond beter geplaatst. Maar dat gebeurde dus niet. Als ik van hem wat meer hulp had gekregen, had ik misschien nog eens wereldkampioen kunnen worden.”

Volgens de omstandigheden en mogelijkheden heb ik er veel uitgehaald.
Michel Vaarten

De schier ongeziene combinatie tussen keirin en puntenkoers leverde goud en zilver op. Met nog eens brons en zilver op het WK keirin sloot hij uiteindelijk zijn carrière af in het begin van de jaren ’90. Hij nam weliswaar nog geen afstand van het baanwielrennen.

Vaarten was enkele jaren bondscoach en daarna loodste hij Iljo Keisse (2006) en Kenny De Ketele (2009 en 2015) naar de titels op het ter ziele gegane EK derny. Ook tijdens de Zesdaagse van Gent reed hij nog jarenlang rond als gangmaker. “Iets dat je goed kunt, is leuk hé. Als je dan kan laten zien dat je bij de beste bent, dan is dat geweldig”, blikt hij trots terug.

Het baanwielrennen van nu houdt hem nog steeds bezig, met een licht jaloerse blik. “Volgens de omstandigheden en de mogelijkheden heb ik er denk ik veel uitgehaald. Ik was altijd alleen en moest altijd mijn plan trekken.”

“Dat is niet zoals het nu is. Er is een ploeg en die wordt omringd door vakmensen: mecaniciens, soigneurs, sportbestuurders, … Maar ik had dat niet. Mentaal begon dat door te wegen. Mocht ik in deze tijd rijden, zou dat voor mij veel beter geweest zijn”, besluit hij.

Desalniettemin heeft Michel Vaarten met een olympische medaille, een wereldtitel en meer eremetaal op grote kampioenschappen veel op zijn palmares om trots op terug te kijken.

serviceKoers

Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.