longread
retro

Shimano versus Campagnolo. Het Europese debuutjaar van een Aziatische fietsconstructeur

14min leestijd   door Valerie Van Avermaet op 06 juli 2021
In 2017 koersen veertien van de achttien mannelijke profploegen met Shimano-onderdelen. Dat was ooit anders. Vanaf de jaren vijftig domineert de Italiaanse fietsonderdelenfabrikant Campagnolo het Europese wielerpeloton. Het innovatieve bedrijf uit Vicenza biedt als eerste een complete en betrouwbare groepset aan en wordt al snel marktleider in het wielrennen. Maar op de drempel van complete dominantie krijgt Campagnolo te maken met een nieuwe, uit de kluiten gewassen opponent uit het Verre Oosten. Dankzij de Belgische Flandriaploeg debuteert het Japanse Shimano in 1973 in het Europese profpeloton. Een reconstructie van een bewogen jaar aan de hand van toenmalige kroongetuigen.

In 1921 begint Shozabura Shimano in het Japanse Sakai een bedrijf in metaalverwerking. Shimano start met de verkoop van achtertandwielen voor fietsen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lopen de bedrijfsgebouwen zware schade op. Na een heropbouwfase breidt Shimano in de jaren vijftig zijn gamma uit met versnellingsapparaten. Nog eens tien jaar later start het bedrijf met het koud smeden van aluminium delen en wordt dankzij deze specifieke techniek de basis gelegd voor de ontwikkeling van een eerste zogenaamde componentengroep, een set van bewegende fietsonderdelen zoals remmen, ketting en het versnellingsapparaat.

Met de ‘Dura-Ace’ wil Shimano wedijveren met legendarische (Europese) Campagnolo-groepen als de Gran Sport en de Nuovo Record. Shimano vindt in het West-Vlaamse Flandria, fietsenfabrikant en sponsor van een professionele wielerploeg, een geschikte partner: “Op de Bicycle Show in New York stonden wij in 1972 met onze fietsen van Flandria vlak naast de stand van Shimano. De Japanners hadden toen al een grote verkoop in Amerika, maar ze waren ook op zoek naar een doorbraak op de Europese markt. Op die fietsbeurs leerden wij de lui van Shimano wat beter kennen en op een bepaald ogenblik kregen wij de vraag of we interesse hadden om onze Flandriafietsen uit te rusten met Shimano-onderdelen”, vertelde Marcel Verschelden, de in 2012 overleden PR-man van Flandria en rechterhand van directeur Pol Claeys, enkele jaren geleden aan de pers.

Weerstand uit Italië

De West-Vlaamse wielerploeg is tot dan toe met versnellingsapparaten van Simplex (Frankrijk) , remmen van Weinmann (Zwitserland) en onderdelen van Campagnolo (Italië) vooral Europees gericht. Daardoor wordt de boot in eerste instantie afgehouden. Marcel Verschelden: “Kort na ons avontuur in New York had ik een afspraak met een Amerikaanse invoerder in een Amsterdams hotel. Wie zie ik daar plots de trap afkomen? Niemand minder dan Yoshi Shimano, de grote baas van het gelijknamige bedrijf. We raken opnieuw aan de praat en toevallig had ik mijn map met alle informatie over onze wielerploeg bij. Ik kon hem overtuigen dat hij zijn materiaal in Europa enkel bekend zou kunnen maken als hij sponsor zou worden van een wielerploeg.” Na rijp beraad beslist Shimano om in 1973 co-sponsor te worden van de Flandriaploeg. Volgens de vrouw van Verschelden, Georgette De Clerck, ging haar man zelfs naar Japan om de onderhandelingen verder af te werken. “Hij ontmoette er opnieuw Yoshi Shimano. Marcel was heel fier dat hij de samenwerking met Shimano verwezenlijkt had.”

Bordeaux
Er waren altijd twee, drie of vier Japanners mee met de ploeg. Trainingen, stages, wedstrijden,… het maakte niet uit, ze waren er altijd.
Rony Vanmarcke

Het nieuws dat Flandria in zee zal gaan met Shimano bereikt al snel het hoofdkwartier van Campagnolo. Patron Tullio Campagnolo is allerminst in zijn nopjes, ook al omdat de relatie met Flandria op dat moment onder spanning staat: “De Italianen waren altijd erg gul voor Merckx en zijn Italiaanse ploeg Molteni. Toen Flandria-renner Jean-Pierre Monseré in 1970 in Leicester wereldkampioen werd, verwachtte Flandria dat Campagnolo even vrijgevig zou zijn voor de nieuwe kampioen als voorheen voor Merckx. Dat bleek allerminst het geval en op die manier bekoelde de liefde tussen Flandria en Campagnolo aanzienlijk. Campagnolo nodigde ons nog uit in Italië en toonde zich zelfs bereid om een flink pak geld op tafel te gooien, als we maar niet met hun Japanse concurrent in zee gingen. Toch weigerde Flandria. Zo is Shimano in het wielerpeloton verzeild geraakt”, getuigde Verschelden.

Argwaan en nieuwsgierigheid

De komst van het Japanse Shimano in 1973 gaat als een shockgolf door het peloton, dat sowieso al huiverachtig stond tegenover vernieuwingen. “Renners keken naar onze trui en zagen ‘Shimano’ staan. ‘Wat is dat nu weer?’, was hun reactie. Iedereen zei tegen ons: Jullie gaan toch niet met dat prulmateriaal rijden zeker?”, getuigt Freddy Maertens over die beginperiode. “Niemand zat te wachten op Shimano”, bevestigt ook van Hans van Vliet, een Nederlandse ex-medewerker van Shimano Europa (°1972). Toenmalig Flandriarenner Johan De Muynck vond de samenwerking met Shimano een avontuur. “Het was een belevenis. Japanners die speciaal naar België komen voor de koers, dat was nieuw hé.” Ploegmaat Rony Vanmarcke: “Ik stond er zeker niet negatief tegenover. Ik was benieuwd. Shimano moest zich bewijzen ten opzichte van de Italiaanse fabrikant, maar onze ploegleiding had er vertrouwen in, dus vertrouwden wij de Japanners automatisch ook.” Vanmarcke was dus nieuwsgierig, maar zeker niet verrast: “Heel wat elektronisch materiaal, zoals bijvoorbeeld fototoestellen, kwam al uit Japan. Het was dus te verwachten dat ze ook het wielerpeloton zouden binnendringen.”

Maar niet iedereen binnen de Flandriaploeg is even enthousiast. Walter Godefroot boekt als eerste een overwinning met Shimano-onderdelen ─ hij wint begin februari 1973 een etappe in de Ronde van Andalusie ─ maar was desondanks niet blij met de komst van Shimano: “Ik was niet gelukkig, ik had liever Campagnolo. Shimano was nog in volle evolutie. Er waren nog te veel problemen met het materiaal.” Ook Marcel Verschelden bevestigde een aantal jaar terug dat er problemen waren: “In het begin was hun materiaal een regelrechte ramp, maar ik moet er onmiddellijk aan toevoegen dat de Japanners vol goede wil waren en razendsnel bijleerden. Ze keken op geen inspanning om zo snel mogelijk hun materiaal te verfijnen en hun achterstand op Campagnolo te verkleinen.”

Kinderziektes

Het materiaal is in 1973 inderdaad nog niet te vergelijken met de groepsets van Campagnolo. De Dura-Acegroep ─ afkorting van Duraluminium (een soort ijzersterk aluminium) en Ace (van het Engels ‘Ace’, wat staat voor ‘aas’ ofwel de beste) ─ van Shimano is nog niet genoeg uitgetest en vraagt constant opvolging. “Op het eerste zicht was hun materiaal niet perfect, er waren veel breuken. Maar iedere breuk werd onmiddellijk gefotografeerd en goed geanalyseerd”, vertelt Johan De Muynck. “Ze namen 101 foto’s en faxten die dan door naar Japan.” Ook toenmalig ploegmaat Rony Vanmarcke bevestigt dat er technische mankementen waren bij Shimano: “Een van de kinderziektes was bijvoorbeeld dat de spaken vaak loskwamen en braken. Ik herinner mij nog dat er toen veel minder spanning op de spaken zat dan nu, zodat het wiel wat kon leven.”

Shimano-boegbeeld Hans van Vliet kan zich vinden in de uitspraken van de renners: “Er liep heel veel mis. We hadden er niet over nagedacht dat de metrische maten die wij in Europa kennen, niet gebruikt worden in Japan. Hun materiaal paste daardoor niet op Europese fietsen. Japanners zijn veel kleiner dan Europeanen. Ze keken met ontzag naar mijn grote handen. Hun remgrepen pasten niet eens in mijn handen. Zij maakten kindergreepjes voor kleine mennekes. Er was echt een gigantisch cultuurverschil, dat bemoeilijkte de zaken enorm. Er waren onder andere problemen met de schakelaars. Niemand in Japan begreep hoe die kapot konden gaan. Tot ik ze uitlegde dat wanneer er bijvoorbeeld een platte band is, wij onze fiets omdraaien. Dan steunt de fiets dus op het schakelsysteem aan het stuur. Daardoor ging dat systeem snel kapot. Zo waren er veel dingen die voor ons vanzelfsprekend waren, maar voor de Japanners niet”, legt van Vliet uit.

Japanse invasie

Door de vele kinderziektes werden vanuit Japan ingenieurs ingevlogen die de onderdelen verder op punt moesten stellen. “Er waren altijd twee, drie of vier Japanners mee met de ploeg. Trainingen, stages, wedstrijden… het maakte niet uit, ze waren er altijd”, vertelt Vanmarcke. “Onmiddellijk na een training keken ze wat er mis was met het materiaal. Ze vroegen ook telkens aan de renners zelf hoe ze het materiaal vonden. Daarna namen ze foto’s van elk minuscuul onderdeel op onze fietsen. Goed of slecht, dat deed er niet toe, ze fotografeerden alles om dan alle gegevens door te sturen naar Japan.” Dankzij die inspanningen werkten ze alle problemen razendsnel weg. “Aan het hendeltje om de versnelling te veranderen moest bijvoorbeeld worden gesleuteld, omdat het soms te slap stond. In enkele maanden tijd was dat opgelost. Het was een echt succes dat de Japanse ingenieurs telkens met ons mee waren”, aldus Vanmarcke.

Het grote verschil met Campagnolo was volgens Freddy Maertens dat Shimano materiaal op maat maakte: “De Japanners stonden echt open voor de mening van de renners. Ze luisterden naar ons wanneer wij hun tips gaven. Alles wat we vroegen, deden ze. Elke renner is een verschillend type: groot, klein, breed, minder breed… Elke renner heeft dus ook verschillend materiaal nodig. Bij Campagnolo keken ze daar niet naar.” Godefroot beaamt de gedrevenheid van de Japanse ingenieurs: “Campagnolo stond veel verder dan Shimano. Maar de sterkte van het Japanse bedrijf was dat vanaf het moment dat het materiaal toekwam, er onmiddellijk een ingenieur bij was. Die man deed niets anders dan hele dagen notities maken.”

De tegenstelling met Europese bedrijven was groot volgens Godefroot: “Europese fabrikanten hadden maanden nodig om een kleine aanpassing te doen. Bij Shimano werd dat met de snelpost opgestuurd. Zo evolueerden ze zeer snel en hadden ze maar enkele weken nodig voor kleine aanpassingen.” Desondanks ging Godefroot niet snel overstag: “In 1973 zat ik in de finale van de Ronde van Vlaanderen. Op de Muur van Geraardsbergen viel mijn ketting er plots af. Het kwam door het schakelsysteem van Shimano. De rest van het peloton lachte daardoor vaak met de Flandriarenners. Campagnolo was het Mercedes of de Porsche van de fiets. Toen kwamen de Japanners en dat was aanvankelijk lachwekkend. Shimano had in eerste instantie materiaal voor wielertoeristen, niet voor profrenners”, vindt ‘de Vlaamse Bulldog’.

Een nieuwe wereld

Voor de Japanse ingenieurs gaat in Europa een nieuwe wereld open. Johan De Muynck: “Ik sprak zelf zeer weinig met hen, omdat mijn Engels niet goed genoeg was. Maar de Japanners lachten wel altijd, ze stonden positief in het leven. Het waren de juiste mensen op de juiste plaats. Ze stonden open voor verbetering, namen hun eigen beslissingen en hadden geen lessen te leren van onze mecaniciens.” Volgens Rony Vanmarcke hadden de Japanners geen behoefte aan diepgaande gesprekken met de renners: “De ingenieurs waren zo geconcentreerd op de fietsen. Ze waren hier niet voor ons, maar wel om hun materiaal te verbeteren.”

Ik kende niets van wielrennen. In Japan was dat helemaal geen grote sport. Daarom wou ik alles weten over de koers. Ik wou de wielerwereld begrijpen. Dat was nodig om goede onderdelen te maken.
Nakamura Hroshi

Nakamura Hiroshi was één van de toenmalige ingenieurs. “Omdat ik toen nog geen Engels kon, kreeg ik aanvankelijk kleine taakjes bij Flandria. Ik observeerde die eerste maanden dus vooral de Belgische mecaniciens en hielp hen hier en daar. Een van die taakjes was elke ochtend de banden oppompen.” Aan dat taakje dankt Hiroshi ─ die begin jaren negentig in zijn thuisstad Sakai op een boogscheut van de allereerste Shimanofabriek drijvende kracht wordt achter een Shimano Bicycle Museum ─ de bijnaam ‘de compressor’, een vondst van de in 2010 overleden ex-mecanicien Freddy Heydens. Walter Godefroot: “Toen moesten alle banden nog met de hand worden opgepompt. Andere ploegen beschikten al over kleine compressoren, maar bij ons was dat dus die Japanner die dat deed, vandaar de naam.” Hiroshi bevestigt dat de communicatie moeilijk verliep. “Ik sprak enkel Japans toen ik naar België kwam. Gelukkig waren Freddy Heydens en Jef D’hondt er, zij leerden mij Engels spreken. Het waren fijne leraren.” Verder had ook hij veel last van het cultuurverschil. “Ik kende niets van wielrennen, in Japan was dat helemaal geen grote sport. Daarom wou ik alles weten over de koers. Ik wou de wielerwereld begrijpen, dat was nodig om goede onderdelen te maken.”

Clash met Campagnolo

In Italië is de breuk met Flandria nog steeds niet verteerd. In aanloop naar het WK in 1973 in het Spaanse Montjuich barst de bom. “Enkele dagen voor het WK trainden we met de Belgische ploeg in Barcelona”, vertelt Walter Godefroot: “ Tullio Campagnolo kwam naast ons rijden met de auto. We hadden een gesprek over wie het WK zou winnen. Toen zei Campagnolo al lachend ‘Die zeker niet!’. Hij had het op Maertens, omdat die met Shimano-onderdelen reed.” Ook Pol Claeys ( 2011), directeur en oprichter van de Flandriaploeg, wist al voor de start van het WK in ’73 dat er geen Flandriarenner mocht winnen. “Ik sliep in hetzelfde hotel als de vertegenwoordigers van Campagnolo. Zij zeiden me dat ik misschien wel de grootste kanshebber op de regenboogtrui in mijn ploeg had (Freddy Maertens), maar dat die niet ging winnen om de doodeenvoudige reden dat mijn renners op fietsen met Shimano-onderdelen reden. Zowel Merckx als Gimondi reden met Campagnolo-materiaal, dus kan je wel raden wat er is gebeurd”, vertelde Claeys in het boek ‘Flandria. De 20 wondere jaren van een wielerploeg’ van Mark Van Hamme.

Hoofdrolspeler Freddy Maertens kan zich de film van de wedstrijd nog moeiteloos voor de geest halen: “Het was een van de beste koersdagen uit mijn leven. Ik kon niet verliezen. Merckx was op een gegeven moment alleen weg. Ik dichtte op mijn eentje het gat. Dat mocht nog. Maar Eddy wou dan niet meer doorrijden met mij. Als we toen hadden doorgereden, eindigden we op plaats een en twee”, zucht Maertens. “Toen het ernaar uitzag dat we uiteindelijk met vier naar de streep zouden trekken, stelde ik Merckx voor om de sprint voor hem aan te trekken. In de laatste rechte lijn liep het lichtjes bergop, een ideale gelegenheid om er, voor een krachtmens als Merckx, een lange spurt van te maken. Achteraf beschuldigde hij mij ervan dat ik veel te vlug uit mijn sloffen schoot. Maar iemand naar de finish piloteren kan toch moeilijk aan een slakkengangetje van twintig kilometer per uur… Hij plafonneerde helaas op 200 meter van de streep. Merckx zat steendood op het einde van de wedstrijd, maar zei dat niet. Als je de beelden herbekijkt dan zie je dat de Italiaan Gimondi (die koerst met Campagnolo-onderdelen, nvdr.) mij de pas afsnijdt”, gaat de West-Vlaming verder. Het scheelt uiteindelijk een half wiel. “Ik ging na de aankomst direct naar de Belgische Wielerbond om klacht in te dienen. Ze antwoordden dat ze dat hun Italiaanse vrienden niet konden aandoen…”, vertelt Maertens terwijl de ontgoocheling nog steeds op zijn gezicht staat te lezen.

Doorbraak dankzij hard werk

Ondanks het feit dat Maertens geen wereldkampioen werd, leverde het WK van ’73 wel veel publiciteit op voor Shimano. Maar volgens Hans van Vliet speelde dat uiteindelijk geen grote rol in de verdere ontwikkeling van het Japanse product. “Sponsoring en publiciteit zijn belangrijk, maar zonder een kwalitatief product kom je nergens. Dat Shimano nu zo groot is, heeft het enkel en alleen te danken aan hard werk.” Van een vete met Campagnolo is volgens van Vliet geen sprake: “We hebben nu trouwens een goede relatie met Campagnolo. Het wielerpeloton kan niet zonder het Italiaanse bedrijf. Denk maar aan de Formule 1. Mercedes is de beste (Mercedes werd de laatste zeven jaar wereldkampioen), maar Ferrari zal de Formule 1 nooit verlaten”, zegt van Vliet.

Sponsoring en publiciteit zijn belangrijk. Maar zonder een kwalitatief product kom je nergens. Dat Shimano nu zo groot is. Heeft het enkel en alleen te danken aan hard werk.
Hans van Vliet

De gedrevenheid van de Japanse ingenieurs sinds de jaren zeventig heeft met andere woorden geloond. Intussen is Shimano een wereldspeler, is het de afgelopen jaren vaste materiaalleverancier bij topploegen als Team Sky, BMC, TREK-Segfredo en Deceuninck-Quickstep en heeft het heel wat innovaties op haar conto staan. Johan De Munyck is daar niet verrast over: “Hun bezieling is wat Shimano zo speciaal maakt. Ze leerden zo snel bij en waren zo bekwaam. Ze waren niet de eerste de beste, dat zag je zo.” Ook Walter Godefroot is niet verbaasd: “In zeven, acht jaar tijd bogen ze hun achterstand op Campagnolo om in een voorsprong, dat is straf!” Freddy Maertens zegt dan weer dat hij trots is dat hij erbij was tijdens het beginjaar van Shimano: “Ik ben daar fier op. Je zag al tijdens het WK in ’73 dat Shimano een grote speler ging worden.”

Dit artikel verscheen eerder in Etappe #06 (2017).

De fiets – bijgenaamd La Petite Reine – mocht in 2017 maar liefs 200 kaarsjes uitblazen. Zonder fiets geen wielersport, zonder Koningin Fiets geen Koning Koers. Daarom stond het zesde nummer van Etappe volledig in het teken van de fiets.

Zin in meer historische wielerverhalen? Haast je naar onze shop!

KOERSshop
serviceKoers

Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.