longread
retro

West-Vlaams vakmanschap. Kadermakers met een ijzersterke reputatie

9min leestijd   door Thomas Ameye & Dries De Zaeytijd op 16 juli 2021
‘Door zijn kader zakken’ is hedendaags pelotonjargon. Het betekent dat een renner er compleet door zit, dat hij letterlijk niet meer vooruitkomt. Vandaag gebeurt het niet zo vaak meer dat een renner effectief kaderbreuk lijdt of ‘door zijn kader zakt’. Vroeger – toen grind- en kasseiwegen legio waren – des te meer. Omdat ze niet geloven in de kwaliteit van het door de ploeg ter beschikking gestelde koerskader, vervangen opeenvolgende generaties renners hun officiële ploegframe stiekem door een ander, gefabriceerd bij een gerenommeerd kadermaker. Twee fietsframefabricanten met zo’n ijzersterke reputatie zijn Martelly (Zwevezele) en Vaneenooghe (Ruiselede). Beide bedrijven staan voor generaties vakmanschap. Maar het zijn ook familiebedrijven die het hoofd bieden aan in lagelonenlanden geproduceerde frames.

Maertens - Martens - Martelly

Ronde van Vlaanderen

Eén van de zevenendertig deelnemers aan de start van de allereerste Ronde van Vlaanderen in 1913 is Zwevezelenaar Arthur Maertens (1892-1962). Geboren op 11 juli 1892 begint Maertens zijn professionele wielercarrière als twintigjarige bij het absolute topteam La Française-Diamant. Kleppers in deze Franse ploeg zijn Moorsledenaar Cyrille Van Hauwaert (Bordeaux-Parijs 1907 en 1909, Milaan - San-Remo en Parijs-Roubaix 1908) en de Fransen Eugène Christophe (Milaan - San-Remo 1910) en Octave Lapize (Tour de France 1911, Parijs-Roubaix 1909, 1910, 1911).

Op een bewaard A4-tje met wedstrijduitslagen staat te lezen hoe Maertens die eerste Ronde van Vlaanderen verteerde: “Tour van Vlaanderen 300 kilometers [sic] op de aankomst gevallen 5de prijs,” schreef hij droogweg. Bij het opdraaien van de piste in Mariakerke was Maertens inderdaad ongelukkig ten val gebracht waardoor hij alle uitzicht op de eerste plaats (en eeuwige roem) verloor. Met wat geluk was hij en niet Paul Deman de allereerste winnaar van wat zou uitgroeien tot Vlaanderens Mooiste. Ook in “Parijs-Robais” 1913 had het Maertens niet meegezeten: “Op 20 kilometers der aankomst met 7 vooruit door mijn Velo gevallen.” Dat je toen niet alleen een goed coureur moest zijn, maar nog meer als nu geluk nodig had, bleek ook uit zijn deelname aan Parijs-Tours dat jaar: “250 kilometers tubbe gesprongen 30ste prijs.” Op de piste had Maertens blijkbaar meer succes want in 1913 behaalde hij per equipe zeges in Torhout, Brussel-Karreveld en Meulebeke, en tweede plaatsen in Gentbrugge en Gent-Mariakerke. Maertens ziet zijn carrière gedwarsboomd door de Eerste Wereldoorlog, een korte comeback in 1919 als onafhankelijke niet nagesproken.

Café-fietsatelier

Als renner bij La Française-Diamant was Arthur Maertens ongetwijfeld een steengoed coureur. Hij gaat nochtans niet de geschiedenis in omwille van zijn palmares. Zijn betekenis ligt elders. Zoals zoveel ex-renners opent Maertens na zijn wielerloopbaan een café annex fietsatelier, een niet ongebruikelijke combinatie in die tijd. In het etablissement “In de sportman. Bij A Maertens Velomaker” te Hille bij Zwevezele doden klanten de tijd met een drankje aan de toog terwijl ze hun fiets laten herstellen.

Maertens start als gewone fietsenmaker, maar gaat vanaf de jaren dertig ook zelf kaders maken. Na de Tweede Wereldoorlog zet zoon Maurits Martens de zaak verder – de ‘e’ in de familienaam is er inmiddels van tussenuit. Maurits’ zus Simonne neemt het café voor haar rekening. Maurits is van opleiding metaalbewerker en legt zich in eerste instantie toe op het maken van mallen en modernere machines voor de constructie van frames. Zijn fietskaders worden al snel gerenommeerd in de streek.

Martelly

Ook wielerploegen vinden de weg naar Zwevezele. Onder meer Poeders dr. Mann met Willy Van Neste en Daniel Vanryckeghem fietsen op frames van Martens. Jean-Pierre Monseré zou er zijn laatste kaders hebben gehaald. In 1980 neemt zoon Eddy de zaak over. Het succes van Italiaanse fietsenmerken als Colnago, GIOS of Bianchi beweegt hem tot een veritaliaansing van merknaam Martens tot Martelly – een samentrekking van Martens en Eddy. De d’s vervangt hij gemakshalve door l’en. Eddy specialiseert zich in gelaste alukoersframes op smaak en maat van de klant en gaat er prat op verschillende Belgische pistewereldkampioenen van een kader te hebben voorzien: Etienne De Wilde, Noël Dejonckheere, Roger Ilegems en Dirk Baert. Ook de legendarische ploegleider Albert ‘Berten’ De Kimpe was er klant.

Arthur Maertens
Ik weet ook nog maar een paar jaar dat Martelly zijn bestaan dankt aan een Flandrien die deelnam aan de allereerste Ronde.
Eddy Martens

Een ommekeer komt er wanneer Taiwanese en Chinese frames – in groten getale geproduceerd, en dus stukken goedkoper – een twintigtal jaar later de markt overspoelen. Het lijkt de doodsteek te worden voor ambachtelijk gemaakte gepersonaliseerde koersfietsen. De zware concurrentie noopt Eddy tot het uitbreiden van zijn ‘actieterrein’ tot andere ‘ijzer- en staalconstructies.’ Maar echt maatwerk en authenticiteit worden de laatste jaren terug gesmaakt. Sinds twee jaar fabriceert Martelly daarom met succes opnieuw handmade stalen fietsen. “Fietsen mét een ziel!” En er wordt werk gemaakt van marketing.

Onder impuls van zoon Jelle, die recent de zaak vervoegde, had Martelly begin 2013 voor het eerst een stand op de fietsbeurs Velofollies waar het graag uitpakte met zijn rijke geschiedenis. Eddy Martens betreurt dat er in het verleden nooit foto’s werden genomen bij de visite van coureurs. “Dat ware de beste reclame geweest.” “Maar goed, ik weet ook nog maar sinds een paar jaar dat Martelly zijn bestaan dankt aan een Flandrien die deelnam aan de allereerste Ronde van Vlaanderen, nota bene mijn grootvader,” bekent hij fijntjes.

Vaneenooghe. Made in Ruiselede

Odiel Van Eenooghe

Net als bij Ma(e)rtens/Martelly start het verhaal van het Ruiseleedse Vaneenooghe met een beroepsrenner. Odiel Van Eenooghe (1905-1954) weet zich vooral bij de onafhankelijken te onderscheiden. Ei zo na wordt hij in 1929 te Péruwelz Belgisch kampioen. Van Eenooghe ontsnapt in dat BK voor onafhankelijken met latere winnaar Georges Lemaire maar komt ongelukkig ten val. Hij loopt aan tegen een zware hersenschudding die hem lange tijd van de fiets houdt. Toch kan hij in 1930 de overstap maken naar de profs, waar hij in 1932 een rit in de Ronde van België wint en in 1934 tweede eindigt in de Franse rittenwedstrijd Tour de l’Ouest. In zijn laatste profjaar rijdt Odiel voor het team van fietsconstructeur (Cyriel) Van Hauwaert"

“Als krachtige fondloper was hij de schrik van de wieltjeszuigers maar toch door alle renners geliefd,” typeerde De Zondag Van Eenooghe in 1954. Nog volgens De Zondag bleef de in 1929 opgelopen hersenschudding hem zijn hele carrière parten spelen. Hield Odiel het daarom na pas vijf jaar bij de profs voor bekeken? Ook Karel van Wijnendaele verbaasde zich in Het rijke Vlaamsche wielerleven over het wegdeemsteren van Odiel: “En dan, Odiel Van Eenooghe? Ik zie hem nog rijden in dien Brussel-Aalter; waar andere renners onder de armen hunner tegenstrevers kropen, om wat beschutting te vinden tegen een van bezijden komenden wind, ging hij zijn onversaagde en uitdagende gang, de kop in de lucht, niet eens willende weten van waar de wind kwam, en daarom geen beschutting nodig had. Zoodat we na afloop schreven: daar groeit eene sterke kracht uit! In 't eigenste jaar 1934 liep hij aan de leiding van den Omloop van Morbihan, die hij maar verloor ter oorzaak van breuk. Maar nadien?... Precies lijk Deryck en Dictus of Duerloo, 'een zachte dood' gestorven als renner!' Wij herhalen wat we al zoo dikwijls schreven: er zijn van die raadselen die vast zitten in ‘t organisme van een renner, en waarachter men met het bloote oog niet komt!”

Vaneenooghe

Na zijn korte passage bij de profs legt Odiel zich helemaal toe op zijn fietsherstelplaats. Net als Arthur Maertens combineert hij die met een café – “De Knok” – in de Knokstraat te Ruiselede. Erg lang kan Odiel hier niet van genieten, want in 1954 overlijdt hij op slechts 49-jarige leeftijd abrupt aan de gevolgen van een hartaanval. Zonen Etienne (1932-2008) en Guido (1937°) moeten de zaak op jonge leeftijd overnemen. Beiden waren als tiener al in de leer geweest bij kadermaker Maurits Martens uit het naburige Zwevezele.

In 1960 verzilveren ze die kennis met de oprichting van Vaneenooghe BVBA, een eigen kadermarkerij in Ruiselede. De Oostendse fietshandelaar Fernand Kessels – sterke man achter fietsmerken als Main d’Or, l’Hirondelle en Eddy Merckx – bestelt jarenlang kaders bij de broers Vaneenooghe. Kessels levert de basismaterialen (onderdelen, buizen) waarna ze in Ruiselede geassembleerd worden om vervolgens in Oostende te worden gelakt en gemonteerd. Op die manier komt ook Eddy Merckx, die zijn fietsen bij Kessels bestelt, in contact met Vaneenooghe. In het zog van Merckx laten ook andere toprenners hun fietsframe bij Vaneenooghe fabriceren. Om ze nadien in de kleuren van de officiële ploegfietsen te laten spuiten…

Jaegher

Eind jaren 1970, nadat met Luc Vaneenooghe de derde generatie in het familiebedrijf is gestapt, wordt de Splendorploeg van Berten De Kimpe vaste klant. Zo worden kaders van renners als Walter en Eddy Planckaert, Michel Pollentier, Sean Kelly en Claude Cricquielion in Ruiselede gemaakt. Na het overlijden van Fernand Kessels gaat Vaneenooghe frames maken voor andere binnen- en buitenlandse fietsmerken als Novy, Jan Janssen en Schauff.

In 1987 neemt Luc Vaneenooghe de zaak over en gaat ook crossfietsen, trekkingfietsen en transportfietsen maken voor andere fietsmerken. Net als Martelly ondervindt familiebedrijf Vaneenooghe steeds meer de gevolgen van de massaproductie in Azïe en gaat het zich daarom vanaf 2000 ook toeleggen op algemeen laswerk. Maar de recente retrofietsenrage, de renaissance van maatwerk en de introductie van zoon Diel Vaneenooghe in de zaak zorgden er wel voor dat Vaneenooghe sinds een paar jaar een eigen gamma stalen fietsen op de markt brengt.

Tailor-made in Belgium, Ruiselede, West Flanders’ staat er op de bovenbuis van een Jaegher te lezen.

En sinds 2013 is er met Jaegher een nieuw merk bijgekomen; een project van Diel, Kurt Stallaert, Steven Ledoux en Bowling. Het merk is genoemd naar Charles Elwood Yeager, de eerste piloot van wie zeker is dat hij de geluidsbarrière doorbrak. De Jaegherkoersfietsen worden gepromoot als ‘airlight steel race cycles’ en zijn genoemd naar st(r)aaljagers. De band met moedermerk Vaneenooghe is nochtans niet doorgesneden. ‘Tailor-made in Belgium, Ruiselede, West Flanders’ staat er op de bovenbuis van elke Jaegher te lezen.

FID0052

Fietsenhandel Roularia

Ontdek het object

Deze website gebruikt cookies om uw surfervaring te verbeteren. Meer info.

serviceKoers

Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.