longread
retro

West-Vlaams vakmanschap. Guidon- en koersschoenfabrikanten met naam

7min leestijd   door Thomas Ameye & Dries De Zaeytijd op 04 maart 2022
Waar Martelly en Vaneenooghe weerstaan aan de opkomende concurrentie uit het Verre Oosten, is dat voor andere vakmannen uit de regio minder evident. De Tieltse fietssturenfabrikant Titan, jarenlang toonaangevend in de sector, moet het definitief afleggen tegen de concurrentie. De Roeselaarse koersschoenmaker Camiel Verbrugge overlijdt dan weer net op het moment dat in massaproductie gemaakte koersschoenen de markt dreigen te veroveren.

Titan

In 1920 start Georges Buyssens in Tielt het bedrijf Titan, gespecialiseerd in de constructie van fietsframes. Weinig later schakelt Buyssens over naar de productie van guidons (koerssturen) als hoofdactiviteit. Geen slechte koerswijziging, want twintig jaar later is Titan dé referentie inzake guidons. Dat er wel degelijk nood is aan een guidonfabrikant in de regio, blijkt al in 1928. Om te kunnen beantwoorden aan de toenemende vraag naar Titansturen, vraagt (en krijgt) Georges Buyssens een vergunning om zijn personeel tijdelijk meer uren te laten kloppen dan wettelijk toegelaten. Een teken aan de wand. Titan wordt alom geprezen voor zijn stevige en lichte aluminiumsturen. Gustave ‘Gust’ Danneels, Belgisch kampioen 1935 en drievoudig winnaar van Parijs-Tours, en Alfred ‘Fred’ Hamerlinck, ‘koning der kermiskoersen’ in de jaren dertig, behoren tot de eerste renners die hun naam aan Titan verbinden. Hamerlinck krijgt zelfs zijn eigen lijn: de guidons ‘type Hamerlinck’ vinden al snel ingang in het peloton.

In die periode wordt tweevoudig Tourwinnaar Sylvère Maes (1936, 1939) vriend-aan-huis. Een glasraam met de beeltenis van Sylvère Maes in de werkplaats van Georges Buyssens illustreert hun vriendschap en brengt daar ook de klanten van op de hoogte. Ook met Briek Schotte weet de familie een goede relatie op te bouwen. Zowel wereldkampioen Marcel Kint als later ook Rik Van Steenbergen worden ingeschakeld om de kwaliteiten van Titan promoten. Die laatste geeft Titan in een ongedateerd officieel schrijven de toestemming “zich van mijn overwinningen in alle landen van de wereld, op de weg of op de piste, te bedienen voor publiciteit.” “Frankrijk uitgezonderd,” voegt Van Steenbergen er wel aan toe. Voor het exclusief gebruik van de naam en beeltenis van Rik I betaalt Titan 10.000 frank.

Titandanneels
De laatste jaren krijg ik opnieuw de vraag naar authentieke Titanguidons.
Yvan Buyssens

De zonen van Georges vervullen elk een belangrijke taak. Gilbert neemt het atelier voor zijn rekening terwijl Norbert zich profileert als PR-man. Het is ook Norbert die afreist naar de Tour en andere grote wedstrijden om er promofilmpjes te maken en er de renners en hun entourage te interviewen over de deugden van de Titanguidons. En Titan doet nog meer. Uit een pak bewaarde briefwisseling blijkt dat de fietsstuurfabrikant jarenlang de Belgische geselecteerden voor de Tourploeg – in die tijd wordt de Tour nog met landenploegen betwist – gratis twee guidons ter beschikking stelden. Stan Ockers, Ward Van Ende, Jan Adriaensens en vele anderen laten Buyssens schriftelijk weten dat ze het cadeau graag in ontvangst nemen en bezorgen op vraag van Buyssens per kerende hun ‘maten’. Daarnaast sponsort Titan jarenlang een eigen, weliswaar kleine ploeg of verschijnt het als cosponsor op de wielertrui. Dat gebeurt voor het eerst in 1936 met Dossche Sport-Titan en systematisch van 1947 tot 1955. Renners die na hun carrière een eigen fietshandel opstarten, vinden blijvend de weg naar Titan.

Wereldspeler

Niet alleen de Belgische Tourrenners kunnen zich verheugen op twee guidons, ook deelnemers aan andere, meer ‘exotische’ buitenlandse wedstrijden krijgen een cadeau. Robert Raymond, lid van de olympische achtervolgingsploeg in Helsinki 1952 – waar renners André Noyelle, Lucien Victor en Robert Grondelaers goud winnen – bedankt Buyssens voor de gulle gift. Ook Gustaaf Verschueren, geselecteerd voor de Vredeskoers van 1952 in het toenmalige Oostblok, kan koersen met guidons van Titan. Dat Titan internationaal gerenommeerd is, blijkt ook uit een brief van zevenvoudig wereldkampioen op de piste Jef Scherens in 1950. Via Poeske Scherens vraagt een Zwitserse fietsenmaker in Oerlikon, Zürich – plaats van de historische Oerlikonvelodroom – zich af of het mogelijk is om Titan in Zwitserland te verdelen “omdat hij zich toelegt op licht materiaal voor renners en Titan erg geschikt vindt in zijn aanbod.” Ook in Engeland en Nederland wordt Titan verkocht via plaatselijke invoerders.

Aan het succes van Titan komt midden jaren zestig langzamerhand een einde. De wereldwijde reputatie van Titan lokt ook Japanse interesse. Een delegatie uit het Land van de Rijzende Zon wordt met veel égards ontvangen in de fabriek van Titan. Weinig later kent ook de Japanse fietsconstructiesector een tak die zich specialiseert in koersguidons… Met steeds meer grote bedrijven als SR (Sakae Ringyo), Pivot en ITM, die zich toeleggen op de massaproductie van onder andere koerssturen, kan familiebedrijf Titan niet concurreren. Van koersguidons schakelt Titan over naar de productie van fietssturen voor alledaags gebruik. In 1983 eindigt ook dat. Vandaag fabriceert de firma Titan-Buyssens ijzer- en staalconstructies allerhande. Het glasraam van Sylvère Maes siert weliswaar nog steeds het atelier van kleinzoon Yvan Buyssens. “En de laatste jaren krijgt ik opnieuw de vraag naar authentieke Titanguidons,” geeft Yvan nog mee. Hij gaat er vooralsnog niet op in.

Camiel Thomas

Tot diep in de jaren vijftig staat Izegem bekend als hét Belgische mekka van de schoenindustrie. Het nabijgelegen Roeselare pikt hier graag een graantje van mee. In de jaren twintig ontwikkelt de Roeselaarse oud-wielrenner Camiel Thomas als één van de eersten rennersschoenen die naam waardig. In tegenstelling tot de alledaagse schoenen die ook dienst moesten doen als rennersschoen, maakt Thomas – lid van een schoenmakersfamilie – lichte schoenen die hij proefondervindelijk zal perfectioneren. Roeselaarse renners worden zijn eerste ambassadeurs. Thomas verkoopt zijn handgemaakte rennersschoenen onder de merknaam ‘Hector Martin’, naar de lokale wielervedette die onder andere de Ronde van Vlaanderen en het BK voor onafhankelijken (1924) en twee Touretappes zal winnen (1927).

V van Verbrugge

Na de Tweede Wereldoorlog verlegt Thomas zijn focus van enkel rennersschoenen naar een breed gamma van sportartikelen. Camiel Verbrugge, schoenmaker in de Roeselaarse wijk De Ruiter, neemt de rol van Thomas over als koersschoenspecialist. Verbrugge is gebeten door de wielersport en wordt kort na de Tweede Wereldoorlog délégué bij de Belgische Wielerbond. Zo komt hij in nauw contact met de renners, waaronder streekrenner Maurice Desimpelaere, winnaar van Parijs-Roubaix 1944 en Gent-Wevelgem in 1947. Deze oud-winnaar van Parijs-Roubaix is op zoek naar betere rennersschoenen en polst bij Verbrugge naar de fabricage van koersschoenen op maat. Weinig later lanceert Verbrugge een lijn gepersonaliseerde koersschoenen onder de merknaam ‘Desimpelaere’. Na Desimpelaere vindt ook Gilbert Desmet de weg naar het atelier van Verbrugge. Ook hij krijgt een eigen merknaam. Hetzelfde gebeurt later ook voor Eric Leman.

In het midden van de jaren zestig brengt de Roeselaarse schoenmaker een eigen lijn op de markt. De rennersschoenen zijn bestikt met een V-logo, naar de eerste letter van zijn familienaam. Verbrugge-rennersschoenen zijn op maat gemaakt en worden vooral geroemd omwille van de erg harde zool, dit om blaren te vermijden. De schoenmaker maakt in de zool ook kleine gaatjes die de renners naar eigen goeddunken kunnen vergroten. Bij regenweer blijft het water niet in de schoenen staan. Winterkoersschoenen worden ‘bottines’ en zijn met schapenwol gevoerd.

De bovenkant van de schoenen bestaat uit fijn flexibel leder dat Verbrugge met de grootste zorg behandelt. Intussen krijgt hij steeds meer klandizie: Ferdinand Bracke, de broers De Vlaeminck, Jean-Pierre Monseré, Patrick Sercu en zelfs Eddy Merckx zijn klant van Camiel. Rijzende ster Sercu is trendsetter: in plaats van de traditionele zwarte koersschoen wil Sercu ook wel eens een kleurtje. Na zijn olympische titel in Tokyo 1964 – en de bijhorende witte trui met olympische ringen – bestelt Sercu een paar witte schoenen bij Verbrugge. En na een Belgische titel worden zijn schoenen gedecoreerd met de Belgische driekleur.

56 2
Camiel Verbrugge maakte de beste koersschoenen.
Patrick Sercu

In de jaren zeventig verwerft Camiel Verbrugge ook steeds meer internationale faam. De Nederlanders Jan Raas en Gerrie Knetemann, de Duitser Dietrich ‘Didi’ Thurau, de Fransen Bernard Hinault en Raymond Poulidor,… allen vinden ze de weg naar het atelier van Camiel. De komst van die vedetten lokt wel eens kijklustigen. Zo zou een fan van Poulidor eens een volledig weekend in de auto op zijn idool hebben gewacht. De Franse toprenner verscheen pas maandag in Roeselare… Verbrugge overlijdt in 1976 wanneer in massaproductie gemaakte koersschoenen op het punt staan de markt te veroveren.

Tags:
vakmanschap

Deze website gebruikt cookies om uw surfervaring te verbeteren. Meer info.

serviceKoers

Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.