Iran, voorjaar 2022. Taterend fiets ik achter Mahtab en Farogh aan, langs een brede laan in de oude stad Yazd. Plots duiken de vrouwen hard in de remmen. Een langsrijdende auto heeft hen klemgereden. De deuren zwaaien open en twee mannen in zwart maatpak stuiven op ons af. Ze brullen tegen mijn twee begeleidsters die daar volmaakt kalm onder blijven.
Farogh draait zich om en fluistert wat het probleem is: fietsende vrouwen, waarvan één buitenlandse die alleen een petje op heeft (en geen hoofddoek), zijn des duivels. Bovendien rijdt die buitenlandse op een huurfiets van de stad, waardoor ze het imago van de stad bezoedelt. De hoeveelheid opgestapelde zonde is niet te vatten.
“Het is de zedenpolitie”, verduidelijkt Farogh nog snel. Ik voel het bloed uit mijn gezicht wegtrekken. In een mum van tijd gaat mijn hoofddoek op, friemel ik mijn manteau [1] dicht, en staar bedremmeld naar mijn tenen. Niet zo mijn Iraanse vriendinnen. Vriendelijk, op onderdanige, licht klagerige toon, bepleit Mahtab de zaak. Dat ik de hoofddoek vergeten was door het petje. Dat ik een onschuldige toerist ben die zo graag hun prachtige, sublieme, unieke, wondermooie stad Yazd wil bezoeken. Dat ik fiets omdat het zo gezond is, goed voor het klimaat bovendien. Dat ik uiteraard de fiets zal teruggeven als dat gewenst is. En de boete betalen als dat moet.
Fietsende vrouwen, waarvan één buitenlandse die alleen een petje op heeft (en geen hoofddoek), zijn des duivels.
Ik heb mijn vriendinnen in de problemen gefietst. Zullen er gevolgen zijn voor hun club? Voor hen? Voor mij? Als Farogh zich weer omdraait en mijn betrokken gezicht ziet, knipoogt ze: “Maak je geen zorgen! Wij maken dit zo vaak mee. Mahtab heeft het helemaal onder controle. Kijk maar, ze zijn al veel rustiger!” De mannen van de beruchte basij roepen nog steeds, druk wijzend naar de fiets en naar mij, maar hun volume is inderdaad wat gezakt. En dan is het voorbij. Ze stappen in de auto, slaan de deuren ostentatief hard dicht als laatste onderstreping van hun macht en sjezen weg.
Ik ben aangeslagen. Mahtab, een en al geruststellende glimlach, excuseert zich uitgebreid. Ze vindt het zo erg dat ik dit moest meemaken. De huurfiets zal opgehaald worden en we moeten te voet verder. “Het is geen probleem voor de club, maak je echt geen zorgen. Het komt goed, ik heb goede connecties met de stad.” Later die dag belt Mahtab me op. Niemand moet naar het politiekantoor en er komt geen boete, het blijft bij een waarschuwing.
Maanden voor ik naar Iran vertrok, en met een donkerblauw vermoeden dat fietsen voor vrouwen in Iran vast geen evidentie is, dook ik in het internet. Iedere zichzelf respecterende Iraniër is op Instagram te vinden en in geen tijd vond ik de vrouwenfietsclub Yazd Banoo Cycling.
Een volgklik, één bericht, een snelle uitwisseling van gsm-nummers, en de ontmoeting met Mahtab Ghiasi, oprichtster en leidster van de club, was geregeld. ‘We zien elkaar in april.’ Het was met verve de snelst gemaakte afspraak van mijn hele Baanbreeksters-project. Banoo, zo vond ik nog, is een Perzische meisjesnaam en betekent ‘grote dame’ en ‘prinses’.
Ik ga fietsen met de club. Negen vrouwen staan me nieuwsgierig op te wachten. De meesten spreken geen Engels of zijn te verlegen. Iedereen stelt zich voor maar nu onthoud ik alleen ‘Laughing Yoga’, de clown van de groep. Een gele huurfiets wordt in mijn handen geduwd, inclusief helm en handschoenen. Deze club neemt veiligheid au sérieux.
Geel is de clubkleur, de kleur van geluk, optimisme, creativiteit, wijsheid en hoop. Iedereen heeft minstens één geel attribuut: een sjaal, een pet, een vlag, de ronde gele badge van de club.
Geel is de clubkleur, de kleur van geluk, optimisme, creativiteit, wijsheid en hoop.
“We fietsen eerst een rondje door de stad en gaan daarna ontbijten. Ik heb gereserveerd”, zegt Mahtab. “Kunnen we ontbijten tijdens de ramadan?” vraag ik verbaasd. Met een samenzweerderige knik zegt ze: “Ja hoor, we will eat ramadan!” De hele groep schiet in de lach. ‘Eat ramadan’ wordt instant een staande uitdrukking.
Kriskras fietsen we door de nog lege steegjes van de oude woestijnstad. Eindpunt is een onopvallend etablissement met gesloten rolluiken. Twee tellen later schuift het luik half omhoog en wurmt iedereen zich naar binnen.
Zo doen ze dat dus: een bevriende uitbaatster zoeken die bereid is de ramadan-regels te overtreden voor een bende ongeregeld. Op één clublid na dat de ramadan strikt volgt, ontbijt iedereen: eieren, groenten, brood, fetakaas, pittige koffie. ‘Eat ramadan’ is een daverend succes.
In tegenstelling tot motorrijden, is er geen wet die vrouwen verbiedt om te fietsen. Alleen liggen de zaken in Iran niet zo eenvoudig. Naast de echte wetten zijn er nog de ongeschreven wetten van religieuze conservatieven die zowat hetzelfde discours voeren als in het Westen toen de eerste vrouwen eind 19de eeuw op fietsen stapten: het is onzedig, aanstootgevend, vrouwen horen zich aan hun man en kinderen te wijden.
Bovendien verwerven vrouwen er vrijheid en onafhankelijkheid mee. Mahtab vult aan: “Het achterliggende idee is dat vrouwen fietsen ‘voor de seks’. Omdat ze heupen en kont laten zien. Maar wij fietsen niet voor de mannen, ze moeten hun ogen maar sluiten! Het is persoonlijke wrok van religieuze conservatieven met macht.”
Maar wij fietsen niet voor de mannen, ze moeten hun ogen maar sluiten! Het is persoonlijke wrok van religieuze conservatieven met macht.
Nog geen maand later krijgen ze met die wrok te maken: een groep extreem religieuze vrouwen (jawel) dient een officiële klacht in bij de Shora van Yazd, de belangrijkste religieuze raad. Ze eisen dat de club ophoudt te bestaan. Pas na een half jaar komt de zaak van de Banoo’s voor. De klacht wordt verworpen. Een apetrotse Mahtab stuurt me enkele foto’s uit de rechtszaal. Ik tel 35 dappere clubleden; vijf van hen hielden hun fietshelmen op, waaronder de pleitende Mahtab.
Op 16 september 2022 barstten de bikkelharde protesten van #WomenLifeFreedom uit met honderden doden en meer dan 20.000 arrestaties tot gevolg. Het werd een keerpunt voor Mahtab. Zij en haar echtgenoot zagen geen toekomst meer voor hun dochtertje in Iran. Ze beslisten om naar Canada te migreren. Mahtab mist haar geliefde Iran elke dag, en blijft de Banoo’s, inmiddels 1200 leden sterk, vanop afstand coachen.
Ruim 3000 kilometer verder naar het oosten doen meisjes iets heel anders met fietsen: naar school gaan. In 1998, toen ze begon les te geven in het binnenland van India, stelde sociaal activiste Armene Modi vast dat meisjes stopten na hun lagere school en meteen uitgehuwelijkt werden, als tieners.
Tot haar verbazing gingen de jongens wel naar de middelbare school, tien kilometer verderop. Per fiets. Waarom zij wel? ‘Waarom een plant water geven die in de tuin van de buren zal groeien?’ luidt een Indiaas spreekwoord. De arme dorpelingen spendeerden hun schrale inkomsten aan fietsen voor jongens want de meisjes zouden sowieso verkassen naar de schoonfamilies. Investeren in onderwijs voor meisjes was dus verloren geld.
Tal van onderzoeken bewijzen de link tussen het opleidingsniveau van de moeder en de vicieuze cirkel van armoede. Modi startte het project Ashta No Kai (‘Voor een betere toekomst’). Ze verzamelde fondsen voor fietsen onder de noemer Bicycle Bank en richtte meisjespraatgroepen op. De fietsen zorgden niet alleen voor de verplaatsing naar scholen, maar ook voor veiligheid onderweg, en voor een gevoel van eigenwaarde en zelfbeschikking.
De fietsen zorgden niet alleen voor de verplaatsing naar scholen, maar ook voor veiligheid onderweg, en voor een gevoel van eigenwaarde en zelfbeschikking.
Ruim 25 jaar en duizenden eenvoudige tweewielers later, was de mentaliteit in de dorpen, en vooral die van meisjes en vrouwen grondig veranderd. Ze waren mondiger, zelfzekerder en onafhankelijker geworden. Meisjes gingen veel langer naar school, sommigen deden hogere studies, en de huwelijksleeftijd ging met sprongen omhoog. Vrouwen groepeerden zich, richtten melkcoöperatieven op, verdienden hun eigen loon. De schrijnende armoede verminderde drastisch.
Het fietsproject kreeg navolging in andere staten van India, en in tal van andere landen in het Globale Zuiden. Net als in India focust men specifiek op meisjes, want zij zijn de sleutel tot het doorbreken van de armoedecirkel.
-
[1] Volgens de wet in Iran moeten alle vrouwen en meisjes vanaf 12 jaar een hoofddoek dragen, en een zogenaamde manteau, een losse lange jas met lange mouwen.
Baanbreeksters is het verhalen- en fotoproject van Trui Hanoulle, over vrouwen die bakens verzetten met hun voertuigen, over mobiliteit als middel tot emancipatie, in Duitsland, Iran, België, Japan, Engeland, Tanzania, Italië en India. Sommigen zijn meer dan honderd jaar (de fietskoeriers van het verzet in de Tweede Wereldoorlog), eentje is net elf geworden (een Indiase skateboarder). Stuk voor stuk rolmodellen en baanbreeksters.
Baanbreeksters wordt in september 2026 uitgegeven bij uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts.
Dit artikel verscheen eerder in Etappe #10 (2025).
Met Etappe #10 wisselen we de eurocentrische bril in voor een gekleurd exemplaar. De aanleiding? Het eerste volledige WK wielrennen in Afrika (Rwanda) en de expo 'Wereldwijd wielrennen' in KOERS. Maak kennis met verhalen uit alle hoeken van de wereld. Over koersen in Mongolië, Congo en Argentinië tot intrigerende verhalen uit Afghanistan, Amerika en Zwitserland.
Zin in meer historische wielerverhalen? Haast je naar onze shop!
Met haar hoofddoek en lange kledij ziet ze er anders uit dan al haar collega’s. Geen enkele Arabische vrouw ook had ooit al het pad voor haar...
