Olympische Spelen
longread

Ieper wielerstad. Koersen in de schaduw van André Noyelle en de Menenpoort

8min leestijd   door Dries De Zaeytijd op 28 juni 2021
Ieper profileert zich steeds meer als wielerstad. In het voorjaar van 2014 werd door de voorstelling van de semi-klassieker Gent-Wevelgem, voorzien van de baseline ‘In Flanders Fields,’ al een eerste stap gezet. Daarna volgde de start van een Touretappe én ook de Ieperse Kattekoers verbindt zich uitdrukkelijk met de stad en de Eerste Wereldoorlog. Reden genoeg om het stedelijk koersverleden te verkennen. Eén naam excelleert, die van olympisch kampioen André Noyelle. Noyelle overleed in 2003, maar echtgenote Noëlla Vandamme en de stad Ieper houden de herinnering levend.

Ieperse velo-droom

Met een hevige brand op de Ieperse velodroom in 1909 krijgt de lokale wielerscène een stevige klap. De wielerpiste wordt pas in januari dat jaar officieel ingereden als nog geen drie maanden later, tijdens de Ronde van België, een brand de tribune en piste ernstige schade toebrengt. Twee jaar later is de piste al opgedoekt. De broers Arthur & Léon Vanderstuyft maken op dat moment de Ieperse wielertrots uit. zijn tot dan toe de Ieperse rotsen in de wielerbranding. De in Essen geboren Arthur – vader Fritz werkt een tijdlang in het Antwerpse – wordt in 1903 Belgisch kampioen op de weg maar kent vooral succes als stayer op de piste. Net als broer Léon behaalt hij verschillende medailles op wereldkampioenschappen.

Ieperling André Noyelle wint bij de jeugdreeksen met de vingers in de neus en is in 1951 voor eigen volk de beste in de Kattekoers.

Ruim vier decennia later treedt een renner op de voorgrond die de broers Vanderstuyft naar de kroon lijkt te kunnen steken. Ieperling André Noyelle wint bij de jeugdreeksen met de vingers in de neus en is in 1951 voor eigen volk de beste in de Kattekoers. Noyelle is dan pas aan zijn derde seizoen als wielrenner toe en de stad droomt stilaan van een opvolger voor broers Vanderstuyft. Ondanks zijn militaire dienstplicht start Noyelle ook het wielerseizoen in 1952 met een reeks overwinningen. De Ieperling is para op de luchtmachtbasis van Koksijde, maar krijgt dankzij een sportminded militaire entourage de nodige faciliteiten. In de Ronde van België voor amateurs dat jaar wint hij onder meer een tijdrit en een rit in lijn. De goeie prestaties en vormcurve van Noyelle blijven niet onopgemerkt bij de selectieheren van de wielerbond. Integendeel; hij wordt samen met Opglabbekenaar Robert Grondelaers, Grobbendonkenaar Rik Van Looy en Roeselarenaar Lucien Victor geselecteerd voor de olympische wegrit in Helsinki. Wielerclub KSV Deerlijk, die zowel Victor als Noyelle in de rangen telt, levert zowaar de helft van de Belgische selectie!

Olympische Spelen

Zonder enige groepstraining vooraf vertrekt de Belgische ploeg in juli 1952 naar de Finse hoofdstad. In Helsinki zelf lijken de Olympische Spelen voor de Belgen af te stevenen op een nationale ramp. Enkel in het roeien kan de mannenploeg een (bronzen) medaille behalen. De wegwedstrijd op de laatste dag van de Spelen is de ultieme kans op bijkomend eremetaal. In koers worden de Belgen al snel gereduceerd tot drie na een valpartij van Van Looy. Het overgebleven trio lijkt geen last te hebben van de man-min situatie en koerst met open vizier. Grondelaers, Noyelle en Victor en de Duitser Ziegler springen weg uit het peloton en strijden voor de zege. De Belgische ploegmaats nemen de Duitser in de finale om beurten in de tang en ronden het ploegenspel succesvol af. André Noyelle pakt goud, Robert Grondelaers zilver. Ziegler is Lucien Victor te snel af voor de derde plaats en verovert brons. België eindigt ook nog eerste in het landenklassement en pakt daardoor vier bijkomende gouden medailles.

De euforie aan het thuisfront is overweldigend. Vooral André Noyelle, beloond met twee gouden medailles en twee olympische truien, wordt overstelpt met lofbetuigingen. Noëlla Vandamme, echtgenote van André: “Na de terugkeer in België ging het richting Koksijde voor een eerste huldiging op de militaire basis van André. Samen met zijn overste trok hij dan naar Brussel, waar een ontmoeting met de nationale legertop op het programma stond, gevolgd door een ontvangst op het koninklijk paleis. Regent Prins Karel schudde hem daar de hand. Van Brussel ging het dan terug richting Ieper – met een tussenstop in het huis van Karel Van Wijnendaele om zijn kostuum in te wisselen voor zijn olympische trui – waar hij op het stadhuis werd ontvangen. André werd er verrast door zijn collega’s van de luchtmachtbasis in Koksijde die overvlogen en even wiegden met de vleugels. Daar was hij erg van aan gedaan.”

'Café Helsinki'

André zelf blijft nuchter bij alle huldigingen en lofbetuigingen. Al op het vliegtuig richting huis laat hij zich ontvallen dat hij die olympische titel wel zou willen ruilen voor een zege in een wereldkampioenschap. Pas jaren later beseft hij écht wat hij gewonnen heeft. Ei zo na wordt hij in 1952 ook nog wereldkampioen. Op het WK in Luxemburg moet hij nipt de duimen leggen voor de Italiaan Ciancola en de Nederlander Van Berkel en komt als derde over de meet. De Nederlander wordt nadien gedeclasseerd wegens een onregelmatige fietswissel. De indrukwekkende prestaties van André resulteren in een vroegtijdig profcontract in 1953. Samen met Rik Van Looy gaat het van de liefhebberscategorie meteen naar de hoogste klasse in het wielrennen. En de piepjonge neoprofs komen binnen langs de grote poort. Na Van Looy wint ook Noyelle bijna meteen een koers. Van Looy is de beste in Kortenaken, Noyelle wint de jaarlijkse Grote Prijs van de Nieuwmarktvrienden in Roeselare. Nadien wordt het moeilijker om te winnen voor André. Hij pikt de volgende jaren zijn lokale koersen mee, maar echt grote overwinningen blijven uit. Noëlla Vandamme ziet een verklaring voor het uitblijven van topsuccessen bij de profs: “André was te braaf om coureur te zijn. Zijn snelle successen staken de oog uit van een aantal gevestigde waarden. Bovendien startten we in 1957 een café en dat is eigenlijk niet zo goed voor een coureur. Zeker in het weekend wanneer het volk tot in de late uurtjes bleef. André sliep in het café en het was al geen vaste slaper. Hij had misschien moeten zoals Gilbert ‘Smetje’ van Lichtervelde: café houden, maar elders gaan slapen.” Het pas getrouwde stel vindt een geschikte locatie aan de hoek van Haiglaan en de Poperingsesteenweg en doopt hun zaak erg toepasselijk ‘café Helsinki’.

Noyelle Sport

In 1963 begint Noyelle voor de vijfde keer aan een wielerseizoen in de kleuren van het Franse fietsmerk Bertin. Het seizoen levert niet meer de verhoopte resultaten. Een 7de plaats in Kuurne-Brussel-Kuurne is het beste resultaat. De 32-jarige Noyelle denkt stilaan aan zijn wielerpensioen en hangt drie jaar later zijn fiets definitief aan de haak. De Roeselaarse fietsgroothandelaar Alidore Declerck – invoerder van het Noord-Franse fietsmerk Bertin en leverancier voor de Bertinrenners in de streek – overtuigt André om een fietsenzaak op te starten. Op zowat 100 meter van café Helsinki begint Noyelle een eigen fietswinkel onder de naam ‘Noyelle Sport’. Jeugdrennertjes uit de streek komen er al snel langs om een fiets te kopen en meteen ook koersadvies te vragen. Eén van hen – de getalenteerde Noël Vantyghem – wil naast coureur ook de stiel van fietsenmaker leren en gaat zo goed als gaan inwonen bij Noëlla & André. André geeft zijn stielkennis – die hij zelf onder meer opdeed bij de Ieperse oud-renner en mecanicien van de Belgische Tourploeg Georges Vanhove – graag door aan de jonge Noël. Officieel wordt André nooit ploegleider, maar dat hij een uitstekende trainer is met pakken koerservaring, is mooi meegenomen voor de jonge Vantyghem. Ook als Vantyghem de overstap maakt naar de profs, blijft André nog een tijdlang zijn mentor en toeverlaat.

GP André Noyelle

Als fietsenmaker blijft Noyelle een graag geziene figuur in Ieper. Zelf is hij enorm trots op zijn stad: “André was steeds in bewondering voor Ieper. Vooral de passage onder de Menenpoort bezorgde hem quasi elke keer kippenvel”, aldus echtgenote Noëlla. Tijdens de jaarlijkse Kattekoers – een gerenommeerde wedstrijd voor liefhebbers met aankomst in Ieper – is hij eregast. In 1983 wordt die koers voor het eerst voorafgegaan door een interclub voor juniores, om de Ieperse wielerhoogdagcompleet te maken. Dertien jaar later vindt de organisatie de tijd rijp om die afwachtingskoers om te dopen tot de ‘Grote Prijs André Noyelle’. Ook de stad Ieper zelf is haar wielerhelden indachtig. Na een ‘velodroomstraat’ en een ‘Vanderstuyftstraat’ – verwijzend naar die andere ijkpunten in de stedelijke wielergeschiedenis – wordt het straatnamenregister in de zomer van 2014 uitgebreid met een fietspad genoemd naar de olympische kampioen. En aan het huis van André en Noëlla zorgen de vijf olympische ringen aan de voorgevel voor een bijkomende blijvende herinnering in het straatbeeld.

360°

Bekijk in detail

André Noyelle

André Noyelle (Ieper, 29 november 1931 – Poperinge, 4 februari 2003) was een Belgisch wielrenner die prof was van 1953 tot 1966. Zijn grootste succes kende hij in 1952 toen hij met grote voorsprong de olympische wegrit in Helsinki won en zo de eerste Belgisch olympisch kampioen wielrennen op de weg werd. Na zijn carrière had Noyelle een fietsenzaak te Ieper.

Deze website gebruikt cookies om uw surfervaring te verbeteren. Meer info.

serviceKoers

Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.