longread
interview

Tadashi, Mastoshi en Ken: Japanse pioniers op twee wielen

18min leestijd   door Sammy Neyrinck op 10 oktober 2025
Shimano. Miyata. Panasonic. Hitachi. Het zijn stuk voor stuk klinkende Japanse merknamen uit het wielerpeloton. De namen Hashikawa, Ichikawa en Sangu doen dan weer iets minder snel een belletje rinkelen. Het zijn de familienamen van Japanse pioniers die op het einde van het vorige millennium naar de andere kant van de wereld trokken om hun jongensdroom na te jagen: wielrenner worden.

“Toen ik 16 jaar oud was, opende een fietsenwinkel op ongeveer vijf kilometer van mijn huis. En bij de lokale wielerclub kreeg ik een exemplaar van het Franse tijdschrift Miroir du Cyclisme te zien. Het was de eerste keer dat ik hoorde en las over koersen in Europa”, vertelt Masatoshi Ichikawa (°1961). “Ik kan me nu nog een foto voor de geest halen van het peloton dat door een prachtig landschap slingerde. Toen wist ik: dat wil ik ook. En ik werd het ook, als eerste Japanse profrenner ooit. Let wel, ik had vrienden die aan de kost kwamen in het keirin.”

“Keirin is erg populair. Dat komt door de lokale goknijverheid die grotendeels door de Japanse overheid wordt georganiseerd en geregulariseerd”, vult Tadashi Sangu (°1959) aan. Tadashi spreekt in zijn beste ‘Vlaams’, met een lichte Nederlandse tongval omdat hij al sinds begin jaren negentig vlak bij de grens van België met Nederland woont.

“De Ronde van Frankrijk zag je bij ons vroeger niet op televisie. Ik las wel in Japanse sportmagazines over de strijd tussen Eddy Merckx en Felice Gimondi in de Tour van 1975. Na mijn universitaire studies kreeg ik een baan in de fietsenfabriek Miyata in Chigasaki. Miyata leverde toen fietsen aan IJsboerke en Capri Sun. Maar ik wou graag zelf koersen.”

“In aanloop naar de Olympische Zomerspelen in Los Angeles in 1984 organiseerde de Amerikaanse wielerbond hoogtestages in Colorado, waar ook buitenlanders op werden uitgenodigd. Ik heb er nog samen met Luis 'Lucho' Herrera een wedstrijd gereden. Dankzij mijn universitair diploma kon ik een studentenvisum bemachtigen en maximum vier jaar in de States verblijven. Ik heb er als figurant meegespeeld in de film American Flyers met Hollywoodacteur Kevin Costner in de hoofdrol en werkte er ook een tijdlang als verslaggever voor een wielertijdschrift.

Ik had met Pearl Izumi ook een Japanse kledingsponsor die zijn merk in Europa wilde lanceren. Voor mij was dat een aantrekkelijk voorstel, te meer omdat mijn sponsor zich focuste op Nederland en Vlaanderen. Daar werd een aardig mondje Engels gesproken. Elders in Europa was dat minder het geval.”

Achttien maanden illegaal

“Op mijn vijftiende kreeg ik mijn eerste koersfiets en niet veel later finishte ik al als vijfde in mijn eerste jeugdwedstrijd”, weet Ken Hashikawa (°1970) nog goed. “Ik ben jonger dan Masatoshi en Sangu. En daardoor heb ik het geluk gehad om in mijn jeugd thuis op televisie wel al naar de Ronde van Frankrijk te kunnen kijken. Dat was zo'n enorme inspiratie en motivatie.

Een belangrijk moment was toen de ploegleider van mijn wielerclub in contact kwam met de Belgische verdeler van Shimano-fietsonderdelen. Dat was fietsenfabrikant Witberg uit Oostende en die introduceerde me op zijn beurt bij de populaire en minzame fietsenmaker Freddy Heydens uit Kortrijk. Omdat ik niet zo goed Engels sprak, zocht Freddy contact met een andere Japanner die in Waregem woonde en Engels en Nederlands sprak. Zo kon ik uitleggen aan Freddy dat ik hier twee jaar wilde blijven wonen.”

De eerste achttien maanden verbleef ik illegaal in België. Ik had toen geen vergunning om langer te blijven dan drie maanden, maar ik hield me koest en niemand is dat ooit te geweten gekomen.
Ken Hashikawa

“Ik ben uiteindelijk twintig jaar in Kortrijk blijven wonen. De eerste achttien maanden verbleef ik hier zelfs illegaal. Ik had toen geen vergunning om hier langer te blijven dan drie maanden, maar ik hield me koest en niemand is dat ooit te geweten gekomen. Elke winter ging ik terug naar Japan en tegen de zomer kwam ik dan terug naar België.

In Japan werkte ik in een fietsenwinkel om mijn kost en inwoon in België te kunnen betalen. Een halve dag werken en een halve dag trainen. Op den duur had ik zo'n 8.000 euro spaargeld om weer naar Kortrijk af te kunnen reizen. Freddy Heydens hielp me aan een goedkoop huurhuis.”

Rariteit uit het land der samoerai

Het Europese avontuur van Masatoshi Ichikawa begon anders. Na het behalen van zijn universitair diploma in 1983 vliegt hij naar Milaan. Samen met zijn landgenoot Koichi Tetsusawa, die net als Masatoshi dezelfde wielerdroom koestert. Hun uitvalsbasis wordt het kleine stadje Gessate, op een kleine vijf kilometer van de fietsenfabrieken van Colnago en Rossin.

“We spraken geen woord Italiaans en dus vroegen we een Japanse kennis om een papiertje te schrijven: ‘Mogen we alsjeblieft lid worden van een wielerclub en deelnemen aan wedstrijden?’ Drie keer per dag trokken we met dat papiertje naar een fietsenwinkel in de buurt. Het moet ontzettend vervelend zijn geweest om twee Japanners drie keer per dag op bezoek te krijgen.”

Drie keer per dag trokken we met dat papiertje naar een fietsenwinkel in de buurt. Het moet ontzettend vervelend zijn geweest om twee Japanners drie keer per dag op bezoek te krijgen.
Masatoshi Ichikawa

“Op een dag kwam iemand van de Carugate Cycling Club langs en hij nam ons mee naar enkele amateurkoersen. Ik voelde vrij snel dat ik op een hoger niveau kon presteren en verhuisde daarom naar Zwitserland, waar in 1984 het lot me tot bij de Australische profrenner Stephen Hodge bracht.

Stephen was mijn grootste leermeester. Zonder hem was ik nooit profrenner kunnen worden. Hij leerde me hoe ik in conditie kon komen en blijven, hoe ik moest pieken naar een koers, hoe ik het best gebruik kon maken van een hartslagmeter en nog zoveel meer. Het was ook Stephen die de Zwitserse teameigenaar Jean-Jacques Loup overtuigde om me vanaf 1986 toe te voegen aan zijn Mavic-Gitane amateurteam.

En dankzij enkele sterke resultaten maakte ik een jaar later kans op een contract bij het KAS-profteam, maar die overstap ging uiteindelijk niet door en daarom koos ik voor Hitachi dat ook Mavic als fietsenleverancier had. Hitachi had veel renners die sterk waren op de vlakke wegen, maar ik was iets sterker in de heuvels en de rittenkoersen. Ik besef dat ik destijds een rariteit was. Een avonturier uit het land der samoerai. Maar ik was iemand die nooit opgaf.”

Pocketrenner

In de Nederlandse provincie Noord-Holland grijpt Tadashi Sangu zijn kans op de wielerbaan van de Alcmaria Victrix-wielerformatie in Alkmaar. Als ex-wereldkampioen stayeren van 1981 bij de amateurs neemt Mattheus Pronk de Japanner onder zijn vleugels. In die periode is Cees Stam bondscoach van het baanwielrennen in Nederland en hij ziet ook wel iets in Sangu.

Met zijn 1m55 is de pocketrenner uit Tokio zeker niet groot van gestalte, maar op een compacte wielerbaan van maar 250 meter is dat absoluut geen nadeel. Tadashi: “Stam zei me: ‘Jij hebt talent om achter de motorfiets te rijden. Stayeren. Dat is vanaf nu jouw ding.’”

En dus maalt hij vijf jaar lang vooral rondjes op een fiets zonder remmen en met maar één pion. Met wielerbanen in Zwitserland, Duitsland, Frankrijk en Nederland als favoriet jachtterrein. Voor in totaal zo’n 150 wedstrijden. “Op de piste maakte ik meer kans om te winnen. Of op zijn minst op het podium te eindigen. Stayeren was toen de meest spectaculaire discipline op een wielerbaan en het betaalde ook goed. In Zürich kregen we 500 Zwitserse frank (530 euro, nvdr.) startgeld van de organisatoren.”

Eerste grote ronde

Masatochi Ichikawa rijdt in zijn eerste twee profjaren een twintigtal koersen bij Hitachi waar Jef Braeckevelt de belangrijkste ploegleider is en ex-wereldkampioen Claude Criquielion de kopman. Ichikawa wordt vooral geselecteerd voor de klimwedstrijden zoals de Classica San Sebastian en de GP Plouay. “Een contractverlenging volgde helaas niet na die eerste twee jaar. Want aan het begin van dat seizoen hadden we al te horen gekregen dat ons team op het einde van het jaar zou worden ontbonden omdat Hitachi in Japan een honkbalteam zou gaan sponsoren en zo uit het peloton verdween.”

“Nadat ik op de Schellenberg in Liechtenstein had gewonnen, kreeg ik aanbiedingen van twee kleinere teams. Eén daarvan was Frank-Toyo uit Zwitserland. En net na het WK op de weg in Chambéry in Frankrijk heb ik mij bij die ploeg gevoegd. Het was een klein team, maar wel het beste waar ik ooit voor heb gereden. Dankzij onze Franse teammanager en ex-profrenner Daniel Gisiger werd ik omringd door goede ploeggenoten en een goede staf. Ik mocht er ook voor het eerst deelnemen aan een grote ronde: de Giro die in Milaan van start ging.

Ik was de eerste Japanner die een grote wielerronde had uitgereden. Mijn jongensdroom was in vervulling gegaan en daarom dacht ik zelfs heel even aan stoppen op het einde van dat seizoen.
Masatochi Ichikawa

In de koninginnenrit die twee keer over de Pordoipas liep in de Dolomieten, verloor ik door buikgriep 30 minuten op etappewinnaar Charly Mottet. In het eindklassement finishte ik daardoor pas op de 50ste plaats met een achterstand van anderhalf uur op eindwinnaar Gianni Bugno. Zonder die ene inzinking was ik misschien hoger in de rangschikking geraakt, maar ik was wel de eerste Japanner die een grote wielerronde had uitgereden. Mijn jongensdroom was in vervulling gegaan en daarom dacht ik zelfs heel even aan stoppen op het einde van dat seizoen. Maar omdat het WK wielrennen dat jaar in Utsunomiya in mijn geboorteland plaatsvond, ben ik nog even doorgegaan. Rudy Dhaenens werd er wereldkampioen.”

“Ik stond in totaal tien keer aan de start van een WK, maar ik heb ze zeker niet allemaal uitgereden. Een WK was wel altijd een heel eenvoudige koers voor mij omdat ik niet de hele tijd moest vooraan zitten zoals de Belgen, Fransen of Italianen. Ik kon me met mijn kleine gestalte van 1m63 makkelijk verstoppen in de buik van het peloton en daarom was het altijd zo leuk om deel te nemen aan een WK op de weg.”

Schouderklopjes

Met een eerste proflicentie op zak krijgt Tadashi Sangu in 1990 de kans om in Europa op de weg te koersen. Eerst bij het Japanse ProRoad Project en de volgende drie seizoenen bij de kleine Nederlandse wielerploeg Elro Snacks van hoofdsponsor Jos Elen, die tegelijk ploegleider en eigenaar was van een frikandellenfabriek.

“In die jaren stond ik aan de start van zowat elke voorjaarsklassieker. Maar ik heb bijna geen enkele koers uitgereden. Omdat onze ploeg nauwelijks een dubbel dozijn profrenners telde, moesten we nagenoeg elke wedstrijd rijden. En dat was niet te onderschatten. Elke week minstens drie koersen. Meestal kleinere wedstrijden. Geen Ronde van Vlaanderen, maar dan wel de Omloop Het Volk, Kuurne-Brussel-Kuurne, Gent-Wevelgem, E3 Harelbeke en de Brabantse Pijl. Ik herinner mij het best de E3, waar ik drie keer aan de start stond.”

Omdat onze ploeg nauwelijks een dubbel dozijn profrenners telde, moesten we nagenoeg elke wedstrijd rijden. En dat was niet te onderschatten.
Tadashi Sangu

“In 1992 zei mijn ploegleider Jos dat ik vanaf de start alleen moest demarreren omdat hij wist dat het peloton de eerste 100 kilometer op een gezapig tempo zou afhaspelen. Op die manier kon ik mezelf in de kijker rijden en kwam ik misschien goed in beeld op de televisie. En dat is ook gelukt. Mijn maximale voorsprong was vijftien minuten. Het was toen echt slecht weer. Koud. Motregen. Hagelstenen. Tegenwind. Maar de toeschouwers langs de weg stonden me allemaal aan te moedigen. Ze kenden zelfs mijn voornaam.

Na 100 kilometer reed het peloton me weer voorbij en kreeg ik schouderklopjes van sommige renners. De ploegleider had me ook gezegd dat, wanneer het peloton me opnieuw had ingehaald, ik mocht opgeven. Zo kon ik mijn krachten sparen voor de volgende dag in de Brabantse Pijl. Het jaar daarop heb ik wel de finale van de E3 gereden. De laatste 50 kilometer waren verraderlijk en moeilijk met al dat bochtenwerk en de vele, smalle wegen."

Motorola

“Mijn eerste koers was in Geluwe, niet zo ver van Menen”, herinnert Ken Hashikawa zich als de dag van gisteren. “Mijn tweede was in Sint-Denijs Zwevegem. Geen van de twee heb ik kunnen uitrijden. Het tempo en het niveau waren gewoon te hoog. In mijn derde koers in Wattripont, in de buurt van Ronse, ging het al iets beter. Toen werd ik veertiende en kreeg ik mijn eerste prijzengeld. Het was niet veel, maar dat bedrag had een grote, symbolische betekenis voor mij.”

“Na een maand finishte ik al eens op het podium. Ik werd derde in Itegem, vlakbij Heist-op-den-Berg. Daardoor mocht ik mee met de Groeninge Spurters naar een koers in Groot-Brittannië, dankzij Freddy Heydens die één van de sponsors van die Kortrijkse wielerploeg voor beloften was.

En begin 1992 was mijn trainer van de Groeninge Spurters, Freddy Baert uit Hulste, te weten gekomen dat de profploeg Motorola op zoek was naar een Japanse renner. Het duurde niet lang vooraleer ik daar als stagiair mee mocht gaan trainen in Californië en niet veel later al naar de Ronde van de Toekomst trok. Ik behoorde niet tot de absolute top van de amateurs, maar ik zat er wel dichtbij.

Ik behaalde wat ereplaatsen in de top tien of top zes. En in 1993 heb ik één kermiskoers gewonnen. In Lendelede. Daar was het café De Kluisberg van onze ploegleider Rudy Bruneel dat ook diende als lokaal van de Groeninge Spurters.”

Snoet in de wind

“Ik ging vaak trainen samen met Adrie van der Poel, de vader van David en Mathieu, die nog steeds op tien kilometer van mijn huis woont”, vertelt Tadashi Sangu. “Samen met zijn streek- en landgenoten Erik Breukink en Johan Lammerts had Adrie een trainingsgroepje waar hij de natuurlijke leider van was. Ook zijn broer, Jacques van der Poel, reed daarbij.

In de winter ging ik elke dag met hen mee. Dat waren zware trainingen. Dan fietsten we tot aan de Zeelandbrug, een brug over de Oosterschelde. We waren vaak zes uur onderweg. Adrie was er gek op. Het laatste anderhalf uur reden we ook extra hard. Adrie stond erop dat er altijd per twee werd gefietst en iedereen moest om de beurt een kwartier vol met de snoet in de wind rijden. Niemand werd gespaard. De minimale, gemiddelde snelheid was 32 kilometer per uur. Daar stond Adrie op. Op het einde van de trainingsrit, toen alle anderen al naar huis aan het rijden waren, bleven Adrie en ik soms als enigen nog over.

Wanneer zijn kilometerteller toen nog niet op 200 stond, deed hij er nog een extra rondje bij. Zolang de temperatuur niet zakte onder min acht graden Celsius gingen zijn trainingsritten altijd door. De eerste keer dat ik meeging bij zo'n vrieskou probeerde ik uit mijn drinkbus te drinken, maar het water was bevroren. Alle anderen waren zo slim geweest om hun drinkbus onder hun warme kleding te steken. Ik wist dat niet. Ik had nog nooit in die koude gefietst, maar ik had mijn lesje wel geleerd.”

Bitterzoete herinnering

In 1993 staat Masatoshi Ichikawa nog een tweede en laatste keer aan de start van de Giro. Nu als enige dertiger bij het jonge Italiaanse team Navigare-Blue Storm, maar in de vijftiende etappe verschijnt hij niet meer aan de start. Een zware valpartij met een operatie aan zijn gezicht als gevolg, dwingen hem een maand te herstellen in een ziekenhuisbed.

En na nog een laatste profseizoen bij een nog kleinere ploeg Inoac-Deki uit Japan keert Ichikawa eind 1994 definitief terug naar Tokio. Daar neemt hij na het overlijden van zijn vader diens waterfilterbedrijf over. De volgende twintig jaar importeert hij ook fietsonderdelen van het bevriende Serrota Bikes uit de Verenigde Staten en laat hij in Japan zelf frames maken onder de merknaam Masa Masa.

“De koers die ik mij nog het best herinner was de GP Gippingen in Zwitserland”, vervolgt Ken Hashikawa. “Een semi-klassieker, maar wel eentje vergelijkbaar met een wedstrijd op het huidige WorldTourniveau. Dat was in 1994. Mijn eerste jaar als profrenner. Thuisrijder Pascal Richard was samen met Armand de las Cuevas ontsnapt. En ik zat in een achtervolgende groep van zo'n twintig man. Met allemaal grote sterren uit de wielerwereld. De bekendste was Miguel Induráin. Ook Michael Boogerd en Léon Van Bon zaten in die achtervolging. Net als Peter Farazijn. En op dat moment besefte ik dat ik kans maakte om in zo'n wedstrijd in de top tien te finishen. Maar toen ik begon te sprinten, klikte een schoen uit mijn pedaal. Ik ben toen als 21ste gefinisht, denk ik. Net vóór Induráin. Dat blijft voor mij een bitterzoete herinnering. Met een mix van emoties. Van trots en teleurstelling. Maar wel een onvergetelijk moment.”

Droom waarheid geworden

Ken Hashikawa koerst uiteindelijk van 1990 tot 1993 bij de Groeninge Spurters. “Elk jaar werd het budget van die ploeg groter en groter”, weet Hashikawa. “Zelfs ik kreeg een loon uitbetaald. Het was eigenlijk een semiprofessionele ploeg.” Tussen 1994 en 1998 krijgt hij een kans als profrenner bij het Belgische wielerteam van algemeen manager Gérard Bulens, dat Saxon en later ook nog Tönissteiner als hoofdsponsors heeft.

“Dat was echt een gouden tijd. Met Ludo Dierckxsens en Paul Herygers als misschien wel mijn bekendste ploegmakkers. Daarna heb ik nog enkele jaren bij een Japans continentaal team gekoerst. En vanaf 2002 was dat bij een klein Japans wielerteam ondersteund door Bridgestone. Dankzij mijn profcontract kon ik altijd op mijn eentje in Kortrijk blijven wonen. Het adres ken ik nog steeds uit mijn hoofd: Pieter de Cockelaerestraat.

Nadat de Groeninge Spurters failliet gingen, heeft Giovanni Bruneel - de zoon van de baas van ons clublokaal - nog een ander team opgericht: DJ Matic uit Kuurne. Daar heb ik ook nog even bij gekoerst.”

Mooiste souvenirs

In 1993 koopt Tadashi Sangu bouwgrond in Essen in de provincie Antwerpen. Hij is er ook na zijn wielerpensioen in 1995 altijd blijven wonen. Vanuit de Noorderkempen is hij twintig jaar lang begeleider van Japanse renners die net als hem indertijd de oversteek naar Europa willen maken. Hij is in Japan ook vertegenwoordiger van het fietskledingmerk Vermarc Sports van oud-wielrenner Frans Verbeeck. “Ik ben nu 66 jaar en overweeg om voor mijn zeventigste verjaardag definitief terug te keren naar Japan. Want naarmate je veroudert, wordt het moeilijker om je in een vreemde taal uit te drukken. Je eigen moedertaal daarentegen vergeet je niet.”

Ken Hashikawa stopt met koersen in 2004. In Japan probeert hij zonder veel succes een eigen fietsmerk genaamd Vlaams Bike uit de grond te stampen en is hij lange tijd invoerder van de Oost-Vlaamse fietsen- en sportkledijfabrikant Decca. Nu nog steeds is Hashikawa ploegleider bij de opleidingsploeg van Intermarché Wanty Nippo en begeleidt hij vooral landgenoten bij de nieuwelingen en junioren.

Ik was geen wereldtopper. En toch was dit voldoende. Dit was mijn droom. Koersen in een profpeloton. Zeker bij Motorola.
Ken Hashikawa

“Ik was geen wereldtopper. En toch was dit voldoende. Dit was mijn droom. Koersen in een profpeloton. Zeker bij Motorola. 's Avonds zat ik dan aan dezelfde tafel met iemand als Lance Armstrong. Naast vedetten als Andy Hampsten, Phil Anderson, Sean Yates, enzoverder. Allemaal sterren uit het peloton. Ik heb hen nooit om een foto of handtekening gevraagd. Ik wou net als hen worden. Geen fan, maar een collega of ploegmaat. Dat zijn de mooiste souvenirs uit mijn profcarrière."

De inmiddels 64-jarige Masatoschi Ichikawa is enkele jaren geleden samen met zijn echtgenote Kyoko Sato verhuisd naar Hokkaido. Op het meest noordelijke eiland van Japan werkt hij in de hoofdstad Sapporo voor de dienst toerisme. “Ik heb nergens spijt van. Ik denk dat ik dezelfde weg zou inslaan, mocht ik alles kunnen over doen. Als een man van klein gestalte was mijn grote droom toch vooral wielrenner worden en dat is 100% gelukt.”

Dit is een gecorrigeerd artikel dat eerder verscheen in Etappe #10 (2025).

Met Etappe #10 wisselen we de eurocentrische bril in voor een gekleurd exemplaar. De aanleiding? Het eerste volledige WK wielrennen in Afrika (Rwanda) en de expo 'Wereldwijd wielrennen' in KOERS. Maak kennis met verhalen uit alle hoeken van de wereld. Over koersen in Mongolië, Congo en Argentinië tot intrigerende verhalen uit Afghanistan, Amerika en Zwitserland.

Zin in meer historische wielerverhalen? Haast je naar onze shop!

KOERSshop
serviceKoers

Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.