“Ik groeide op in het Mandelatijdperk, wat echt een unieke periode was om Zuid-Afrikaan te zijn.” Douglas Ryder vertelt over zijn jeugd in Kaapstad, geboren in 1971 maakte hij alle grote veranderingen in het land van dichtbij mee. “Maar de wielersport stelde op dat moment niet veel voor in Zuid-Afrika. Er waren enkele wedstrijden zoals de Rapport Toer, waar jaarlijks enkele grote namen aan deelnamen, en de Cape Town Cycle Tour die echt wel big is in Kaapstad.”
Douglas Ryder is dertien jaar oud wanneer hij van zijn oom zijn eerste fiets krijgt. “Hij kocht die fiets bij een Brits team dat had deelgenomen aan de Rapport Toer. Tijdens die wedstrijd zag ik voor het eerst profrenners aan het werk en volgens mij ben ik dan verliefd geworden op het wielrennen. Zo ben ik op de fiets beland en was er meteen een connectie met de wielersport”, vertelt Ryder.
Enkele jaren later zoekt hij zelf zijn plekje in het wielerpeloton. “Eind de jaren ’90 was het weliswaar geen makkelijke periode om internationaal competitief te zijn”, verduidelijkt Ryder. “Een hoogtepunt was voor mij de deelname aan de Tour DuPont in de Verenigde Staten, waar ik racete tegen Lance Armstrong. En natuurlijk is ook de overwinning in de Cape Town Cycle Tour heel speciaal.” In 2001 blijkt Ryder de snelste in zijn thuiswedstrijd, “maar mijn mooiste resultaten in het wielrennen behaalde ik naast de fiets, als teammanager.”
Het idee om zelf een ploeg op te starten kwam al vroeg tijdens Douglas’ carrière tot stand. “In 1996 waren we met een kleine delegatie Zuid-Afrikanen op de Olympische Spelen van Atlanta”, vertelt hij. “Het was nog maar de tweede keer dat ons land kon deelnemen sinds de afschaffing van de apartheidsregels. In de laatste wedstrijd van de Spelen won Zuid-Afrika een gouden medaille, Josia Thugwane won de marathon. Dat was het moment waarop ik dacht: als Afrika de beste langeafstandsloper ter wereld kan voortbrengen, waarom dan niet de beste wielrenner?”
Het doel was duidelijk: met een Afrikaanse ploeg de absolute wielertop bereiken en deelnemen aan de Ronde van Frankrijk. Ryder trok door het gigantische Afrikaanse continent op zoek naar wielertalent en om te zien wat de mogelijkheden waren. Hij ontdekte al snel waarom het continent geen grootmacht kon zijn in het wielrennen.
We deelden dezelfde droom om Afrika op de fiets te krijgen, en om met een team van Afrikaanse renners deel te nemen aan de Tour de France. We wisten meteen dat het een project van lange adem zou worden.
“Er waren simpelweg geen fietsen in Afrika. Daarom ging ik samenwerken met Anthony Fitzhenry van het goede doel Qhubeka, dat fietsen uitdeelt aan schoolkinderen in Afrika. We deelden dezelfde droom om Afrika op de fiets te krijgen, en om met een team van Afrikaanse renners deel te nemen aan de Tour de France. We wisten meteen dat het een project van lange adem zou worden. Het was een kwestie van blijven geloven in onze dromen en iedere kans met beide handen grijpen.”
In 2012 gaat Ryder voor het eerst in gesprek met ASO, de organisatie van de Tour, over een mogelijke deelname van zijn ploeg. “Ik had met hen afgesproken in een kantoor in Parijs. Bernard Hinault was aanwezig, Christian Prudhomme, Thierry Gouvenou... alle grote namen van ASO. En dan zat ik daar, als vertegenwoordiger van een miljard mensen in Afrika, met het idee om een team met Afrikaanse renners naar de Tour te brengen.
Ze keken me aan alsof ik volledig gek was en zeiden dat het nog minstens 10 jaar zou duren voor dat mogelijk was. Maar mijn sponsordeals liepen maar voor drie jaar. ASO concludeerde dat het onmogelijk zou zijn, en daarmee leek het gesprek afgelopen. Het is ongelooflijk dat we drie jaar later met MTN-Qhubeka toch hun ongelijk konden bewijzen.”
Eind de jaren 90’ richt Ryder zijn eerste ploeg op. Na jaren van opbouwen breekt de ploeg van Douglas Ryder in 2012 door in Europa onder de naam MTN-Qhubeka. De Zuid-Afrikaan Reinardt Janse van Rensburg wint onder andere het Circuit de Wallonie, voor het team een van de eerste overwinningen in Europa. “We haalden na dat seizoen ook enkele ervaren Europese renners naar onze ploeg”, vertelt Ryder. “De Afrikaanse renners konden hiervan profiteren om al doende te leren van hun ploegmaten die van jongs af aan met het wielrennen waren opgegroeid.”
De eerste grote wedstrijd waar de ploeg aan de start verschijnt is Milaan-San Remo in 2013. Die editie staat in het geheugen gegrift als een ondergesneeuwde koers, waarbij de renners een deel van het parcours in de bus moesten afleggen om onderkoeling te vermijden. In dat slechte weer werd die dag echter nog meer geschiedenis geschreven, MTN-Qhubeka won er bij het eerste optreden in de World Tour. Gerald Ciolek was de snelste van een elitegroepje in de straten van San Remo, het Afrikaans wielersprookje op het allerhoogste niveau kon beginnen.
Gerald Ciolek was de snelste van een elitegroepje in de straten van San Remo, het Afrikaans wielersprookje op het allerhoogste niveau kon beginnen.
In 2015 is het dan eindelijk zover, Douglas Ryder mag met zijn MTN-Qhubeka deelnemen aan de Ronde van Frankrijk. Het Afrikaanse continent wordt vertegenwoordigd door de Zuid-Afrikanen Louis Meintjes, Jacques Janse van Rensburg, Reinardt Janse van Rensburg en de Eritreeërs Merhawi Kudus en Daniel Teklehaimanot. Ook onze landgenoot Serge Pauwels is geselecteerd en mag zo deel uitmaken van dit belangrijk stukje wielergeschiedenis.
En geschiedenis schrijven de renners van MTN-Qhubeka zeker. Tijdens de zesde rit strijdt Daniel Teklehaimont vanuit de vroege ontsnapping een hele dag voor de bergpunten. Hij is succesvol in zijn opzet en mag op het einde van de dag als eerste Afrikaan met donkere huidskleur op het Tourpodium. De bolletjestrui is vier dagen lang in handen van de Eritreeër.
Het absolute hoogtepunt van die eerste Tourdeelname moest dan eigenlijk nog komen. Op Nelson Mandela-dag, jaarlijks gevierd op 18 juli, wou de ploeg groots uitpakken. Met een licht aangepaste uitrusting met oranje accenten ter ere van de Zuid-Afrikaanse president verschijnen de renners van MTN-Qhubeka extra gemotiveerd aan de start. “Ik zou vandaag niet tegen onze ploeg willen koersen”, liet Douglas Ryder die dag weten aan de pers. Enkele uren later troeft Steve Cummings na een thriller van een wedstrijd zijn medevluchters af en geeft hij zijn ploeg het mooist mogelijke cadeau. Alsof de wielergoden ermee gemoeid waren.
In geen tijd wordt Qhubeka een van de populairste wielertermen, het handje dat als logo dient voor het goede doel is niet meer weg te denken uit het peloton. Met een nieuwe titelsponsor Dimension Data keert de Zuid-Afrikaanse ploeg terug naar de Tour in 2016. Dankzij nieuwste aanwinst Mark Cavendish wordt het een nog groter succes, maar liefst vijf etappezeges en een dag in de gele trui. Qhubeka staat helemaal aan de top van het wielrennen.
Doorheen de jaren worden nog mooie resultaten behaald, en ook enkele Belgen dragen hun steentje bij. Zo wint Victor Campenaerts in het truitje van Team Qhubeka ASSOS een rit in de Giro d’Italia 2021. Toch wordt het ongelooflijke succes van 2015 en 2016 niet meer herhaald. Eind 2021 vindt Ryder niet meer voldoende sponsors om zijn ploeg boven water te houden, zo blijkt nog maar eens dat aan alle mooie liedjes een einde komt.
Na een sabbatjaar maakt Douglas Ryder een doorstart met een nieuwe ploeg onder de naam Q36.5 Pro Cycling Team, de ploeg die we vandaag in het peloton zien rondrijden. “De laatste jaren is de wielersport enorm veranderd. Het draait tegenwoordig zo hard om punten voor de wereldranglijst en iedere wedstrijd wil de beste renners aan de start krijgen. Daardoor is er helaas minder ruimte voor onze projecten om Afrikaans talent te ontwikkelen.”
Dit jaar, in het seizoen 2025, zitten er geen Afrikaanse renners meer in de ploeg. De opleidingsploeg werd ook stopgezet, harde keuzes moesten gemaakt worden. “We haalden dit jaar wel Tom Pidcock naar ons team en we hopen mee te doen in enkele mooie wedstrijden”, verklaart Ryder. “Op die manier kan ons team opnieuw groeien naar een hoger niveau. Eens we voldoende basis hebben kunnen we de andere projecten opnieuw integreren.” Ryder’s missie blijft met andere woorden onveranderd, het Qhubeka-armbandje om zijn pols als bewijs.
“Onze projecten met Qhubeka zijn er niet alleen om kinderen een transportmiddel aan te bieden, we proberen ook te tonen dat je carrière kunt maken met een fiets. Dat blijft mijn grote droom, om de ogen van kinderen te kunnen openen voor een wereld waarvan ze niet weten dat hij bestaat.” Een van de kinderen die Ryder wist te inspireren rijdt vandaag rond in het peloton, Biniam Girmay.
“Girmay zag als jonge gast zijn landgenoot Daniel Teklehaimanot de bolletjestrui dragen in de Ronde van Frankrijk 2015. De wedstrijd werd toen in Asmara, de hoofdstad van Eritrea, gevolgd in grote cinemazalen. Bini was daar ook aanwezig en ontdekte zo de mogelijkheden in het wielrennen.” Ryder vertelt vol trots over de Afrikaanse superster, die vorig jaar de groene trui won in de Tour de France.
“He’s a legend. Hij is zo vriendelijk en zorgzaam, een echte familiemens en de ideale ambassadeur voor de sport. Bini is een van de weinige Afrikaanse renners in het peloton die niet via onze programma’s zijn doorgegroeid. Enerzijds is dat jammer, anderzijds is het wel mooi dat hij een ander pad nam en daar ook voldoende steun heeft gevonden en een ploeg die in hem geloofde.”
De UCI kan op dat vlak nog een grotere inspanning doen. Een groter aanbod wedstrijden zorgt voor meer interesse, betere teams en grotere budgetten. Ik hoop met heel mijn hart dat het aankomende wereldkampioenschap in Rwanda voor het nodige momentum kan zorgen.
Ryder benadrukt hoe moeilijk het is voor Afrikaanse talenten om de stap te maken naar het internationale wielrennen dat zich vooral in Europa afspeelt. Niet alleen omdat visa’s een ingewikkelde procedure zijn, maar ook op het vlak van levensstijl is het een grote aanpassing. Er zijn veel zaken om rekening mee te houden en die een grote inspanning vragen. “Zelf woon ik nu al meerdere jaren in Nederland, maar ik heb het soms ook nog moeilijk. Al is het bijvoorbeeld maar omdat ik hier niet altijd voldoende dagen met zonlicht krijg”, lacht Ryder.
De manier van koersen is ook totaal anders in Afrika, vertelt Douglas. Er zijn slechts enkele wedstrijden in de UCI Africa Tour die Europese belangstelling krijgen. Zo is er bijvoorbeeld La Tropicale Amissa Bongo, een rittenkoers van een week in het Centraal-Afrikaanse Gabon, waar Biniam Girmay – wie anders – in 2019 nog topspurter André Greipel het nakijken gaf. Verder krijgen we elk jaar wel beelden uit de Tour du Rwanda te zien, met het volksfeest op de Mur de Kigali als absoluut hoogtepunt. Het toont aan dat er wel degelijk mooie en interessante wedstrijden zijn in Afrika, toch zijn het vaak enkel de Franstalige ploegen en development teams die aan de start staan.
“Wedstrijden in Afrika op lager niveau zijn vaak van hetzelfde stramien. Lange wegen, 40 à 50 kilometer lang rechtdoor, en gewoon zo hard knallen als maar kan.” Douglas Ryder is van mening dat een groter aanbod wedstrijden met meer ondersteuning van bovenaf daar verandering in kan brengen. “De UCI kan op dat vlak nog een grotere inspanning doen. Een groter aanbod wedstrijden zorgt voor meer interesse, betere teams en grotere budgetten. Ik hoop met heel mijn hart dat het aankomende wereldkampioenschap in Rwanda voor het nodige momentum kan zorgen. Als er nu meer engagement komt op het lagere niveau kan het Afrikaanse wielrennen in zijn algemeen grote stappen zetten.”
De Rwandese hoofdstad Kigali is dit jaar het toneel voor het wereldkampioenschap wielrennen, het allereerste WK in Afrika. Een uniek moment voor het wielrennen in het continent, en een mooie kans om al het mooie dat wielerlievend Rwanda te bieden heeft in de spotlight te plaatsen.
De route die werd uitgetekend in Kigali belooft een loodzware wedstrijd. “Ik had het toch anders gedaan”, reageert Douglas Ryder. “Op dit parcours heeft iemand als Biniam Girmay eigenlijk niets te zoeken, en dat is jammer voor een eerste WK in Afrika. Sterker nog, nu bestaat de kans dat er in de laatste 100 kilometer geen enkele Afrikaanse renner nog vooraan in koers zit. We verwachten nu wel een strijd tussen grote sterren zoals Pogacar, maar het was mooi geweest als de Afrikaanse superster ook kans had gemaakt.”
Ryder hoopt vooral op een mooie wedstrijd. “Als de mensen een boeiend WK te zien krijgen, is dat misschien wel de beste advertentie voor het wielrennen in Afrika. De schoonheid van het land Rwanda, het schitterende enthousiasme van de mensen... Hopelijk is het genoeg om het engagement vast te houden na het wereldkampioenschap. Tom Pidcock zal er ook onze ploeg en ons project vertegenwoordigen. Als hij in Kigali kan meestrijden voor de wereldtitel geeft dat ons de kans om ons verhaal nog eens op het allerhoogste niveau te vertellen.”
En dat verhaal blijft hetzelfde met het oog op de toekomst: Afrika vertegenwoordigen in het profpeloton en jonge Afrikanen inspireren. “Afrika is uniek. Het is als continent zo ongelooflijk divers en multicultureel, maar er is ook zo veel potentieel aanwezig. Dat is wat we met onze projecten in Afrika ook willen aantonen. Soms heeft iemand slechts een fiets nodig om veel te kunnen bereiken”, is Ryder overtuigd. “We willen kinderen ook laten inzien dat de fiets meer is dan enkel een transportmiddel, dat je er ook carrière mee kunt maken.
We hebben heel wat projecten lopen, maar dat is momenteel niet op het hoogste niveau van de sport. Maar ik ben niet alleen, er zijn heel wat mensen die zich blijven inzetten en tijd en moeite spenderen aan het wielrennen in Afrika. Iedereen komt dezelfde financiële problemen tegen, maar er zijn voldoende mensen met grote dromen.” De toekomst lijkt verzekerd, ook wanneer Douglas Ryder uit het peloton zou verdwijnen.
Al kan dat nog wel even duren, zegt hij zelf. “Ik denk niet dat ik ooit echt op pensioen zal gaan. Ik ben er wel zeker van dat ik op een dag definitief terugkeer naar Zuid-Afrika, want mijn hart ligt nog altijd daar. Toch wil ik altijd betrokken blijven bij projecten om Afrikaanse renners de kans te geven om in Europa te komen koersen. Hopelijk, wanneer ik eventueel niet langer op dagelijkse basis actief ben bij een wielerploeg, is het wel mijn nalatenschap dat ik veel Afrikaanse talenten naar een profbestaan heb kunnen leiden.”
Het allereerste Belgische record op de 1000 meter staande start in het baanwielrennen staat op naam van Sabelle Diatta (54). Meteen ook goed voor...
