Toen ik op zoek ging naar context rond actuele gastgezinnen die buitenlandse renners opvangen die de stiel bij ons komen leren vond ik … niets. Er bestaat geen organisatie die de werking in Vlaanderen coördineert of gastgezinnen samenbrengt. Een oproep naar een huisvesting voor een Israëlische renner bleek al snel een dood spoor. Ik vond geen cijfers of onderzoek.
Het draait op liefhebbers, van het gastgezin, over fondsen die hun steentje bijdragen, tot de renner die alles thuis achter laat en uit liefde voor de koers een periode in een vreemd land gaat leven. Ik besloot zelf te graven en ben dankbaar dat ik mijn zoektocht eindig met een schat aan verhalen.
De tocht leidde me langs warme West-Vlaamse huiskamers, online gesprekken en internetdwaaltochten. Ik sprak met Stephan Christaens en Rik Masil die renners opvangen en met Dany Blondeel die vanuit Ierland de schakel vormt tussen jonge renners en gastgezinnen.
Hoeveel gastgezinnen zijn er? Hoe ontmoeten renner en gastheer/gastvrouw elkaar? Wat zoeken de renners in Vlaanderen? Wat is de toekomst van het gastgezin?
Ik start mijn reis in Izegem, te gast bij Stephan Christiaens, waar de koffie altijd klaar lijkt te staan voor het geval iemand aanbelt en aan tafel aanschuift. Het is eind november. Hoewel de renners terug naar Australië zijn, voelt het alsof ze elk moment kunnen binnenwandelen. De bidons staan klaar om op te pikken en de gezelschapsspelen liggen op de kast. Een toevallige ontmoeting stak de lont bij Stephan aan om renners op te vangen.
“In 2015 leerde ik de organisatie Vertex Cycling kennen op het na-tour criterium in Roeselare. Eén van die renners verloor zijn portefeuille. Ik kende de mensen van het geluid, die het dan afgeroepen hebben. Zo kwamen we in contact en zijn dat gebleven. Gaandeweg is dat gegroeid. Ik koerste ooit zelf en als er één iets is dat niet veranderd in België, dan is dat het parcours.
Ze vroegen advies rond het parcours, ik ging al eens mee om bidons te geven en speelde voor tolk. Ze spraken geen Nederlands en de mensen van de bond waren toen wat ouder en kenden niet altijd andere talen.” Eén van de renners van Vertex was Henry Dietze: het klikte en Stephan stelde voor dat Henry bij hen thuis verbleef. Eens de renners een warm nest vonden als uitvalsbasis volgden er via mond en mondreclame snel nog meer.
Na de eerste renner volgden nog vele renners, dus blijkbaar bevalt het gastheer en gastvrouw schap. Wat trekt hen zo aan om als gastheer en gastvrouw te fungeren? Als het toeval hun passie aanstak, dan is hun persoonlijkheid de echte brandstof. De beloning is intrinsiek: de voldoening om iemand te helpen en iets te betekenen. Stephan vertelt: ‘Ik kan er niet tegen als iemand zich niet goed voelt. Toen ik reed als amateur hielp ik al als tolk voor de buitenlandse renners die verloren liepen.’
Voor het gastgezinschap kies je als gezin. Ik spreek Rik Masil die samen met zijn vrouw Sabine vooral Ierse renners ontvangt. Bij Sabine is koers met de paplepel meegegeven: haar ouders waren fans van Patrick Lefevere. Rik geeft aan: ‘Wij hebben geen kinderen, met de renners in huis is er altijd plezier en kan je al eens discussiëren.
Als je samen naar de koers kijkt, merken zij vanuit hun invalshoek ook andere dingen op. Je krijgt een enorme dankbaarheid in de plaats, ook van de ouders van de renners. Ieren zijn heel warme mensen. We kregen eens de vraag om Chinese renners te huisvesten. Iedereen is welkom, maar dat hebben we niet gedaan omwille van de taalbarrière.’
Het geeft je het gevoel dat je iets betekend hebt. Al die ouders van renners die bij ons verbleven kwamen ook enthousiast naar ons toe.
De verhalen van Stephan, Rik en verderop Danny deden me beseffen dat ze op een heel intense en unieke manier de koerswereld kunnen beleven. Stephan vertelt over de extra betrokkenheid die hij voelde bij de Olympische spelen omdat hij zijn (mijn woorden) renners zag meedoen.
Rik en Sabine werden uitgenodigd op het huwelijk van Sam Bennett en schoven aan de eretafel aan bij één van de andere renners die bij hen verbleven. Op de dag van het BK op de weg vlakbij in Izegem stonden ze aan de aankomst van het Iers kampioenschap, waar hun pupil Sam Bennett als eerste over de streep kwam.
Als ik hem benoem dat de overwinning ook beetje als zijn overwinning voelde, antwoordt Rik: ‘Na de finish zocht hij eerst zijn ouders op en dan kwam hij naar mij. Het geeft je het gevoel dat je iets betekend hebt. Al die ouders van renners die bij ons verbleven kwamen ook enthousiast naar ons toe.’
Als ik Rik voorleg dat ik weinig gastgezinnen terugvond via internet, biedt hij een mogelijke verklaring. "De plaatsen zijn beperkt. Wij hebben meer vragen dan we renners kunnen ontvangen. Veel renners komen het jaar nadien ook terug, dus je moet mensen ontgoochelen. Daarom maakt niemand misschien reclame."
Als ik al zo moest zoeken naar gastgezinnen, hoe vindt iemand aan de andere kant van de wereld dan iemand in Vlaanderen die bereid is om hem of haar onderdak te bieden? Het antwoord is simpel: hij heeft in tegenstelling tot ik contacten. Renners spreken elkaar tijdens de koers en wisselen contacten uit. Daarom volgen er meerdere renners in de gastgezinnen na de eerste gast.
Wij hebben meer vragen dan we renners kunnen ontvangen. Veel renners komen het jaar nadien ook terug, dus je moet mensen ontgoochelen.
Waar het vroeger ambachtelijk verliep, bestaat er volgens Stephan nu een vlottere weg. Dankzij Facebook en Instagram vertakt het wielernetwerk zich. Ik volgde eenzelfde strategie: via procyclingstats kan je uitslagen van Vlaamse wielerwedstrijden uitpluizen naar namen met een buitenlandse vlag naast. Via de sociale media is het contact maar één klik verwijderd.
De tocht naar België brengt helaas meer uitdagingen met zich mee: de vlucht en het verblijf in Vlaanderen is niet gratis. Stephan vertelt over een renner die drie jobs combineert tijdens de maanden waarin hij in Australië verblijft om zo de kosten van de reis te betalen. Het blijkt geen uitzondering te zijn.
Gelukkig bestaan er mooie initiatieven die renners ondersteunen via een fonds én ook de contacten hebben om hen in een gastgezin te huizen. Dany Blondeel staat aan de wieg van één van die projecten. Hoewel geboren in Vlaanderen, verraadt de tongval waarmee hij Nederlands spreekt hoelang hij al in Ierland woont. Dany had al meerdere levens geleefd voor hij aan zijn levenswerk begon. Hij vertelt er smakelijk over, maar dat zou ons te ver leiden.
Met zijn project heeft hij een dubbel doel: kansen creëren voor Ierse renners én Ierland promoten. Die kansen krijgen de jonge renners door de financiële steun om naar Vlaanderen te komen, waarbij ze ook een thuis krijgen in een gastgezin. The Belgian Project draait op een klein budget, met een grote impact. In het Ierse wielrennen kent iedereen Dany: het feit dat hij uitgenodigd wordt om awards uit te reiken zegt alles.
Het is voor Dany belangrijk om niet enkel de beste renners te kiezen, hun persoonlijkheid speelt eveneens een belangrijke rol. Dat speelt een cruciale rol in hun slaagkansen en ze zijn tenslotte ambassadeur van Ierland.
Dany besteedt veel aandacht aan de selectie van renners die zijn project ondersteunt. Nadat ze hun kandidatuur inzenden, houden ze hem maandelijks op de hoogte over hun resultaten en eventuele blessures. Via sociale media en input van oudere renners krijgt hij een beeld van wie ze zijn. Hij wil ook hun ouders leren kennen.
Het is voor hem belangrijk om niet enkel de beste renners te kiezen, hun persoonlijkheid speelt eveneens een belangrijke rol. Dat speelt een cruciale rol in hun slaagkansen en ze zijn tenslotte ambassadeur van Ierland. Vrouwelijke renners zijn ook welkom, maar het is voor hen niet zo evident om een gastgezin te vinden en in Vlaanderen zijn er niet genoeg koersen om een leerproces te kunnen doorlopen.
Voor Dany betekende zijn project een toegang tot een wereld die hij anders niet had kunnen toetreden. ‘Ik was een slechte coureur, maar heb wel iets betekend in het wielrennen.’
Wat jagen de renners die op jonge leeftijd naar Vlaanderen komen koersen na? Welke rol hebben de koersen in Vlaanderen hierin?
“België wordt hier gezien als het land van de dromen. De jongens dromen ervan om eens één Belgische koers te rijden. Ze zien het op TV en kunnen hier tegen zwaardere en hardere mannen rijden”, antwoordt Dany. “Ik woon in Noord-Ierland. Toen ik begon met het project, kregen die jongens niet veel kansen.
Mijn schoonbroer was renner, hij heeft hier haast alles gewonnen wat er te winnen valt. Hij vroeg of ik iets kon doen om onze jongens een kans te geven. De enige manier om goed te worden was om naar België te komen en een klein beetje ervaring op te doen. Automatisch kon je zien als ze terug naar hier kwamen dat ze prijs begonnen te rijden. Ze begonnen zo in de nationale ploeg te komen.”
De droom reikt uiteraard verder dan één koers: renners hopen op te vallen en een profcontract in de wacht te slepen. Als opstap om een carrière uit te bouwen, maar even goed om puur van hun passie hun beroep te maken. Stephan wijst me op het volgende: “Bij ons kan je premies verdienen, niet alleen als winnaar maar ook onderweg. In Australië krijgt de winnaar van de grootste koers een lint als prijs.” De Vlaamse supporters kennen deze context niet: Rik ergert zich duidelijk aan de opmerkingen langs de kant dat die buitenlanders het geld van onze jongens komen afnemen.
België wordt hier gezien als het land van de dromen. Ze zien het op TV en kunnen hier tegen zwaardere en hardere mannen rijden.
Koersen in Vlaanderen is een versneld examen om jezelf te testen. Thuis moet je het vliegtuig nemen om aan een wedstrijd deel te nemen, hier kan je ze op een zakdoek vinden en daardoor op korte tijd groeien.
In de verhalen van Rik en Stephan komt hetzelfde naar voor: in Australië en Ierland rijden de koersen van punt A naar B en kan je amper bochten vinden in het parcours. Koersen bij ons is een stevige leerschool. Een winnaar word je niet enkel door de hoogste VO2-max waardes te trappen. Het spel van de posities in de vele draaien en keren vereist stuurmanskunst en intervalinspanningen. De snelheid ligt een stuk hoger.
Dany probeert de renners onder te brengen in een ploeg zodat ze het ploegenspel in de vinger krijgen. De renners lopen in het begin vaak tactisch tegen de muur. Rik zegt daarover: “In het begin springen ze op alles, tegen dat de koers echt begint moeten ze al lossen. Je probeert hen hierin advies te geven.”
Ik maak luidop de bedenking dat sprinters en klassieke types tot hun recht komen op onze wegen, waar vinden klimmers dan hun gading? “In Ierland is het niet vlak en leren de meesten klimmen. Als profrenner moet je echter ook op het vlakke kunnen rijden, ook als klimmer. In Ierland zijn er geen criteriums waar ze die vaardigheden kunnen leren.”
Ik dacht dat ik kon winnen in Vlaanderen, maar ik vergiste me. Het deed me beseffen dat ik niet zo speciaal ben en enkel door hard te werken zou opvallen.
De wielercultuur in Vlaanderen maakt indruk: hoewel het aantal races en de hoeveelheid publiek de laatste jaren sterk teruggelopen is, leeft het nog steeds veel meer dan bij de renners thuis. Mocht hij wielervader zijn, dan zou Dany zijn kinderen niet graag zien trainen in Ierland. “Fietsers worden gehaat door automobilisten, het is niet veilig.”
Dat blijkt ook te gelden voor wielerwedstrijden als ik de beschrijving van Rik van het NK tijdrijden hoor. “Je moet het zien om te geloven: de weg is niet afgesloten, ik zag dat iemand tijd verloor omdat hij voor een vrachtwagen moest stoppen.’
Via Rik leg ik een aantal vragen voor aan Sam Bennett. Koersen in Vlaanderen blijkt een harde leerschool die jongeren met het juiste karakter versterkt. Sam getuigt: “Het doet je proeven van een echt hoog koersniveau. Ik dacht dat ik kon winnen in Vlaanderen, maar ik vergiste me. Het deed me beseffen dat ik niet zo speciaal ben en enkel door hard te werken zou opvallen.”
Dany vertelt dat zijn eerste lading renners in Vlaanderen uitliep op een mislukking. Hij moest overtuigd worden om zijn project verder te zetten, waarbij de inzet van gastgezinnen de sleutel tot succes bleek. We mogen niet vergeten dat het jonge gasten zijn midden in hun identiteitsontwikkeling. Dany probeert de match te maken tussen wat een renner nodig heeft en de gastgezinnen bieden.
“Die jongens zijn vaak voor het eerst weg van thuis. De eerste renners zagen het als een vakantie en misten de discipline, wat een gastgezin wel kan bijbrengen. Het is tegelijk belangrijk dat ze een familiegevoel hebben, het gevoel erbij te horen. Op een bepaalde manier hebben ze nog hulp nodig, zoals naar de koers gebracht worden.” Sam bevestigt wat Dany vertelt: “Als jonge renner kan thuis verlaten een beetje beangstigd zijn. Een familie helpt je een buitenlandse cultuur sneller begrijpen. Het deed me thuis voelen weg van huis.”
Als jonge renner kan thuis verlaten een beetje beangstigd zijn. Een familie helpt je een buitenlandse cultuur sneller begrijpen.
Naast de structuur van een gastgezin, merk ik dat zowel Stephan als Rik voor gezellige avonden zorgen en een occasioneel stapje in de wereld stimuleren.
De praktische hulp van de gastgezinnen is van onschatbare waarde. Rik en Stephan brengen de renners naar wedstrijd en geven onderweg bidons aan. Ze helpen de renners met het samenstellen van hun koersprogramma. Beiden zeggen het met schroom, ze willen niemand voor het hoofd stoten maar wijzen erop dat ze bij de inschrijvingen soms meegaan omdat de organisatie het Engels soms niet machtig is. Daarnaast bieden ze de renners tactisch advies.
Dat hulp soms in onverwachte dingen zit, blijkt uit het gesprek met Rik: “Sam (Bennett) reed op een bepaald moment voor een Franse ploeg uit Marseille. Hij voelde zich er erg onveilig en durfde niet buiten komen. Ik zocht toen op vraag van zijn vader contact met Sam. Daarna belde ik met zijn ploegmanager om de situatie te schetsen. Hij ging toen met Sam boodschappen doen.”
Naarmate mijn interviews vorderen krijg ik meer en meer het gevoel dat ik een hommage aan het schrijven ben. Ik lijk een toeschouwer die net op tijd is om het einde van een stukje geschiedenis vast te leggen. De passie drijft Rik, Stephan en Dany voort, ook wanneer het lichaam begint te kraken. Diezelfde passie zal besluiten wanneer de tijd rijp is om te stoppen. Niet omdat de goesting is verdwenen, wel omdat de 110 procent niet meer haalbaar is.
Rik vertelt dat het op zijn einde loopt en ik besef dat het intens is om een periode in functie te leven van de gasten. Alle vakantie gaat eraan op. Stephan benoemt ook dat hij meer tijd heeft sinds zijn pensionering, maar de leeftijd eist zijn tol.
Danny stopt er binnenkort ook mee. “Ik zeg elk jaar dat het mijn laatste jaar is. Het wordt te zwaar, ik kan het niet meer zo goed doen als ik zou willen. Het wordt steeds moeilijker om gastgezinnen te vinden: van vijf naar twee. Het ligt deels aan mij: ik wil persoonlijk contact leggen zodat ik weet dat de renners op een goede plaats komen. Doordat ik niet meer genoeg in Vlaanderen ben heb ik die contacten niet meer. Maar er zijn ook minder mensen bereid: de gastgezinnen doen het voor tien euro per dag, het is een echte liefhebberij.”
Er zijn ook minder mensen bereid: de gastgezinnen doen het voor tien euro per dag, het is een echte liefhebberij.
Of hij een opvolger in gedachten heeft? “Nee, ik denk niet dat iemand het op dezelfde manier als mij zou doen. Ik wil niet dat het gecommercialiseerd wordt.” Dany wijst erop dat er meer andere spelers zijn die enkel huizen verhuren, het wordt meer een verdienmodel. De cruciale factor die het gastgezin kan bieden ontbreekt hierbij.
Het is niet allemaal kommer en kwel. Dany’s levenswerk is stilaan voltooid, want het Ierse wielrennen heeft haar plekje gevonden. Ondertussen is de federatie één en hebben de Ierse renners toegang tot het vasteland. Hij geeft Darren Rafferty als voorbeeld die nu voor EF Education – Easypost rijdt. Als jonge renner vond hij een Franse ploeg, via zijn vader die voor de ploeg had gereden. Het stelt Dany in staat om financieel nog iets voor hen te beteken via zijn fonds, zonder de hele omkadering die hij jarenlang verzorgde.
Afrikaanse renner
Naar aanleiding van het WK in Rwanda wou ik een Afrikaanse renner spreken die zijn weg zoekt via een verblijf in Vlaanderen. Die gesprekspartner bestaat echter niet. De obstakels zijn te groot: de renner kan de kosten niet betalen, een visum bemachtigen is een hele klus en er is weinig competitie in het thuisland om zich in de kijker te fietsen.
De wielercultuur beperkt zich tot een aantal landen: wielrennen is niet de sport nummer één en al zeker niet de beste sportweg tot een beter bestaan. In contrast met het voetbal zijn de topploegen niet gericht op het Afrikaanse continent om talent te ontwikkelen. Het zorgt ervoor dat de infrastructuur en de toegang tot coaching beperkt is en de contacten om naar Europa komen niet bestaan.
Wat gaat er verloren als gastgezinnen verdwijnen? In de documentaire ‘This is my moment’ valt op hoe ontworteld Biniam Girmay zich voelde. Een tweede thuis als uitvalsbasis voor de Afrikaanse renner kan de onmisbare schakel blijken...
Op 28 december 2022 overleed Izegemnaar Noël Dejonckheere (67) aan de gevolgen van pancreaskanker. Een jaar later is de gewezen profwielrenner,...
